Navorderingsaanslag met boete ontvangen: wat nu?
Een navorderingsaanslag met boete betekent dat de Belastingdienst vindt dat te weinig belasting is geheven en u bovendien opzet of grove schuld verwijt. U heeft zes weken vanaf de dag na de dagtekening om bezwaar te maken, en dat bezwaar kan zich richten tegen de aanslag, de boete en de belastingrente afzonderlijk. De Belastingdienst mag niet zomaar navorderen: er is in beginsel een nieuw feit nodig, de termijn moet nog open staan en voor de boete moet de inspecteur de schuld overtuigend aantonen.
Wie zo'n aanslag ontvangt, ziet vaak een bedrag dat bestaat uit drie lagen: de nagevorderde belasting, de rente over de tussenliggende jaren en een boete die soms hoger is dan de belasting zelf. Elke laag heeft eigen regels en eigen verweren. Op deze pagina leest u wanneer navordering is toegestaan, hoe ver de Belastingdienst terug kan, hoe de rente en de boete worden berekend, hoe u bezwaar maakt, wat er met de betaling gebeurt en wat u in de eerste week na ontvangst doet. Deze pagina is het overzicht; waar een onderwerp elders op onze site uitgebreider is uitgewerkt, verwijzen wij daarnaar.
In het kort
- Navordering vereist een nieuw feit, tenzij u te kwader trouw was of sprake is van een voor u kenbare fout (artikel 16 AWR).
- De termijn is vijf jaar na het belastingjaar, twaalf jaar voor buitenlands inkomen en vermogen, steeds verlengd met het verleende aangifte-uitstel.
- Een vergrijpboete vereist opzet of grove schuld, die de inspecteur overtuigend moet aantonen. Het maximum is 100 procent, voor box 3 300 procent.
- Bezwaar maakt u binnen zes weken na de dagtekening. Noem de aanslag, de boete en de rente afzonderlijk.
- Een navorderingsaanslag moet binnen een maand worden betaald. Een gemotiveerd bezwaarschrift geldt als verzoek om uitstel van betaling, een beroepschrift niet.
- Een pleitbaar standpunt sluit een vergrijpboete uit. Overschrijding van de redelijke termijn leidt tot vermindering van de boete.
Een navorderingsaanslag met boete ontvangen? Wij toetsen of navordering was toegestaan, of de termijn nog open stond en of de boete stand houdt. Daarna stellen wij het bezwaar op en voeren wij de procedure, tot en met beroep.
Bezwaar en procedure op basis van een offerte vooraf, afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Let op de bezwaartermijn van zes weken na de dagtekening. Bekijk de aanpak →
Stel uw vraag per e-mailVertrouwelijk. Heldere prijsafspraak vooraf. Advies en uitvoering uit één hand. Aangesloten bij het Register Belastingadviseurs.
Wat is een navorderingsaanslag?
Een navorderingsaanslag is een extra aanslag die de inspecteur oplegt nadat de definitieve aanslag al is vastgesteld, omdat daarbij te weinig belasting is geheven. Hij is ook mogelijk als er nooit een aanslag is opgelegd, of als een vermindering, teruggaaf of heffingskorting te hoog uitviel. De grondslag is artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
Navordering bestaat alleen bij de aanslagbelastingen: de inkomstenbelasting, de premie volksverzekeringen, de vennootschapsbelasting en de schenk- en erfbelasting. Bij die belastingen doet u aangifte en stelt de inspecteur de verschuldigde belasting vast. Een navorderingsaanslag is een zelfstandig besluit, met een eigen dagtekening, een eigen bezwaartermijn en een eigen betaaltermijn. De oorspronkelijke aanslag blijft gewoon bestaan; de navorderingsaanslag komt daar bovenop.
Wat is het verschil met een naheffingsaanslag en een ambtshalve aanslag?
Een navorderingsaanslag corrigeert te weinig geheven aanslagbelasting, een naheffingsaanslag te weinig betaalde aangiftebelasting, en een ambtshalve aanslag wordt opgelegd als geen aangifte is gedaan. Een naheffingsaanslag hoort dus bij de aangiftebelastingen, zoals btw, loonheffing en dividendbelasting, waar u de belasting zelf berekent en betaalt. Te weinig betaald, dan volgt naheffing op grond van artikel 20 AWR. Daarvoor is geen nieuw feit nodig en de termijn is vijf jaar, zonder verlenging voor buitenlandse situaties. Een naheffingsaanslag is bovendien al veertien dagen na de dagtekening invorderbaar.
Een ambtshalve aanslag is iets anders: de inspecteur stelt een aanslag vast terwijl u geen aangifte heeft gedaan, en schat dan uw inkomen. Is de vereiste aangifte niet gedaan, dan geldt in bezwaar en beroep een omgekeerde en verzwaarde bewijslast: u moet doen blijken dat de schatting te hoog is (artikel 25, derde lid, en artikel 27e AWR). Dezelfde verzwaring volgt uit een onherroepelijke informatiebeschikking; zie Informatiebeschikking van de Belastingdienst. Bij een navorderingsaanslag op een gewone aangifte ligt de bewijslast voor het nieuwe feit en de boete juist bij de inspecteur.
Wanneer mag de Belastingdienst navorderen?
De inspecteur mag navorderen als hij een nieuw feit heeft, als u te kwader trouw was, of in een van de gevallen waarin de wet navordering zonder nieuw feit toestaat. Ontbreekt elk van die gronden, dan moet de navorderingsaanslag worden vernietigd, hoe juist de correctie inhoudelijk ook is.
Navordering zonder nieuw feit is volgens artikel 16, tweede lid, AWR mogelijk in drie gevallen: als een voorlopige aanslag of voorheffing verkeerd is verrekend, als fiscale partners de verdeling van gezamenlijke inkomensbestanddelen achteraf wijzigen, en als de aanslag te laag is door een fout die voor u redelijkerwijs kenbaar was. Daarnaast moet de termijn nog open staan. Die vragen komen hieronder achtereenvolgens aan bod. Voor een bezwaar is dit de eerste toets: pas als de navordering zelf de toets doorstaat, gaat het over de hoogte van de correctie.
Wat is een nieuw feit, en wat niet?
Een nieuw feit is een gegeven dat de inspecteur bij het vaststellen van de oorspronkelijke aanslag niet kende en redelijkerwijs ook niet had kunnen kennen. Het gaat om feiten, niet om een nieuwe kijk op het recht: een gewijzigd inzicht in de wet of nieuwe rechtspraak is geen nieuw feit.
Typische nieuwe feiten zijn een jaaropgave of bankgegeven dat later binnenkomt, een controlerapport van een boekenonderzoek, een renseignement van een derde, of informatie die u zelf later verstrekt. Geen nieuw feit is een gegeven dat al in uw aangifte stond, in de bijlagen zat of in uw dossier bij de Belastingdienst aanwezig was. De Hoge Raad hield bovendien vast aan het nieuw-feitvereiste toen de inspecteur bij een geautomatiseerde aanslagregeling een onjuiste aangifte had gevolgd (HR 7 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9393). Die zaak leidde tot de regeling voor de kenbare fout, die hieronder aan bod komt.
De inspecteur mag in de procedure een ander nieuw feit aanvoeren dan in de aanslag genoemd, mits de navorderingsaanslag daardoor niet hoger wordt. Het loont dus om niet alleen het aangevoerde feit te bestrijden, maar de vraag te stellen wat de inspecteur op het moment van de oorspronkelijke aanslag wist.
Wanneer had de inspecteur het moeten weten?
De inspecteur mag in beginsel uitgaan van de juistheid van uw aangifte en hoeft niet uit eigen beweging nader onderzoek te doen. Moest hij bij normale zorgvuldigheid aan de juistheid van een gegeven twijfelen, dan had hij dat moeten uitzoeken; deed hij dat niet, dan is sprake van ambtelijk verzuim en is navordering over dat punt uitgesloten.
Voor twijfel is volgens vaste rechtspraak geen aanleiding als de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestaat dat het gegeven in de aangifte juist is. De inspecteur hoeft in het algemeen alleen uw eigen dossier voor die belasting te raadplegen, tenzij dat dossier aanleiding geeft verder te kijken. Een duidelijke vorm van ambtelijk verzuim is het geval waarin de inspecteur al had besloten tot een boekenonderzoek, maar de aangifte toch geautomatiseerd liet afdoen in plaats van de aanslag aan te houden (HR 27 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1527).
Ook gegevens die al vóór de aanslag binnen waren, kunnen de navordering blokkeren. Hof Arnhem-Leeuwarden vernietigde een navorderingsaanslag omdat de inspecteur bankgegevens die hij al vóór de oorspronkelijke aanslag had ontvangen, niet in die aanslag had verwerkt (Hof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:6507). Het gaat om een uitspraak van een hof; cassatie is mogelijk, maar de lijn sluit aan bij de vaste rechtspraak over ambtelijk verzuim. De vraag wanneer welk stuk bij de Belastingdienst binnenkwam, is daarmee in veel dossiers de eerste die beantwoord moet worden. Inzage in het dossier is daarvoor het middel.
Telt informatie uit het buitenland als nieuw feit?
Gegevens die de Belastingdienst automatisch uit het buitenland ontvangt, zoals rekeninggegevens van buitenlandse banken, leveren een nieuw feit op als zij pas na de oorspronkelijke aanslag binnenkwamen. Kwamen zij eerder binnen, dan geldt de gewone toets: had de inspecteur ze redelijkerwijs moeten kennen en verwerken?
Artikel 16, achtste lid, AWR bevat een wettelijke fictie, maar die is beperkter dan vaak wordt gedacht. Zij geldt alleen voor gegevens over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies die via de Europese richtlijn voor administratieve samenwerking binnenkomen: die gelden altijd als nieuw feit. Voor automatisch uitgewisselde bankgegevens bestaat zo'n fictie niet. Daarnaast moet de inspecteur bij vermogen in een andere lidstaat van de Europese Unie of de EER na ontvangst van aanwijzingen voortvarend handelen, anders kan de verlengde termijn van twaalf jaar wegvallen (HvJ EU 11 juni 2009, C-155/08 en C-157/08, Passenheim-van Schoot; HR 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:717). Hoe dat per land en per jaar uitpakt, leest u in Hoe ver kan de Belastingdienst terug bij buitenlands vermogen?
Wanneer is geen nieuw feit nodig wegens kwade trouw?
Was u te kwader trouw, dan mag de inspecteur navorderen ook over een feit dat hij kende of had kunnen kennen. Kwade trouw betekent dat u de inspecteur opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft gegeven of opzettelijk juiste inlichtingen heeft onthouden; een slordige aangifte is daarvoor niet genoeg.
Drie afbakeningen zijn in de praktijk belangrijk. Het gaat alleen om gedragingen van vóór het vaststellen van de oorspronkelijke aanslag; wat u daarna doet, telt niet (HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:873). Opzettelijk onthouden veronderstelt dat u een verplichting had om de gegevens te verstrekken, en een aangifte die berust op een objectief pleitbaar standpunt is niet te kwader trouw (HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:638). En de inspecteur moet de kwade trouw aannemelijk maken.
Een voorbeeld: wie in de aangifte een bekende buitenlandse rekening bewust weglaat terwijl de aangifte daar uitdrukkelijk naar vraagt, kan te kwader trouw zijn. Heeft een adviseur de aangifte gedaan, dan is de vraag naar kwade trouw voor de navordering en voor de boete niet dezelfde: voor de boete wordt opzet of grove schuld van een adviseur u niet toegerekend; daarover meer bij de vergrijpboete.
Wat is een kenbare fout?
Een kenbare fout is een fout bij de aanslagregeling, bijvoorbeeld een schrijf-, reken-, overname- of intoetsfout, waardoor uw aanslag te laag uitviel, terwijl u dat redelijkerwijs kon zien. In dat geval mag de inspecteur zonder nieuw feit navorderen, maar slechts binnen twee jaar na het vaststellen van de aanslag. De wet neemt kenbaarheid in elk geval aan als de te weinig geheven belasting ten minste 30 procent van de verschuldigde belasting bedraagt (artikel 16, tweede lid, onderdeel c, AWR).
Het begrip fout is neutraal en ruim: schrijf-, reken-, overname- en intoetsfouten vallen eronder, en ook fouten als gevolg van geautomatiseerde verwerking van aangiften. Een beoordelingsfout valt er niet onder. Heeft de inspecteur bewust een standpunt ingenomen over de feiten of het recht dat achteraf onjuist blijkt, dan kan hij dat niet via deze route herstellen (HR 27 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1529).
Voorbeelden van een kenbare fout zijn een aanslag waarin uw loon of winst is weggevallen, een bedrag met een nul te weinig, of een aftrekpost die twee keer is verwerkt. Ontvangt u een aanslag die opvallend lager is dan de aangifte, dan is het verstandig dat zelf te melden: de navordering komt dan alsnog, maar de discussie over kwade trouw of een boete wordt in de regel voorkomen. De termijn van twee jaar loopt vanaf de dag waarop de foute aanslag is vastgesteld.
Hoe lang kan de Belastingdienst navorderen?
De hoofdregel is vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld, bij de inkomstenbelasting dus vijf jaar na afloop van het belastingjaar (artikel 16, derde lid, AWR). Voor inkomen en vermogen dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen, is dat twaalf jaar (artikel 16, vierde lid, AWR). Beide termijnen worden verlengd met de duur van het uitstel dat voor de aangifte is verleend.
Voor die verlenging telt het verleende uitstel, niet het benutte: ook wie de aangifte eerder indiende, krijgt de volle verlenging tegengeworpen (HR 28 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:254). Dat de verlenging ook voor de twaalfjaarstermijn geldt, heeft de Hoge Raad uitdrukkelijk beslist (HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2164). Doet u in de laatste zes maanden van de termijn een verzoek om een aangifte of verstrekt u alsnog aangiftegegevens, dan wordt de termijn met zes maanden verlengd (artikel 16, vijfde lid, AWR).
Er zijn afwijkende termijnen. Bij een kenbare fout geldt twee jaar na de foute aanslag. Navordering in verband met een gewijzigde verdeling tussen fiscale partners is niet aan de gewone termijn gebonden. Is een verlies verrekend met een eerder jaar en daardoor te veel teruggegeven, dan blijft navordering over dat eerdere jaar mogelijk zolang navordering over het verliesjaar mogelijk is (artikel 16, zesde lid, AWR). Voor de schenk- en erfbelasting gelden eigen regels in artikel 66 van de Successiewet 1956: voor buitenlands vermogen dat niet is aangegeven in de erfbelasting vervalt de bevoegdheid niet, en een schenking zonder aangifte kan nog na het overlijden van de schenker of de begiftigde worden belast.
Rekenvoorbeeld
Neem het belastingjaar 2021. De gewone termijn eindigt vijf jaar na 31 december 2021, dus op 31 december 2026. De aangifte moest uiterlijk 1 mei 2022 binnen zijn, maar via de adviseur is uitstel verleend tot 1 mei 2023: twaalf maanden. De termijn loopt daardoor tot en met 31 december 2027. Gaat het om een buitenlandse bankrekening, dan wordt dat twaalf jaar plus twaalf maanden: tot en met 31 december 2034.
Een navorderingsaanslag over 2021 met een dagtekening in januari 2028 is voor een binnenlandse correctie dus te laat, ook al is de belasting inhoudelijk verschuldigd. Voor een correctie op die buitenlandse rekening staat hetzelfde jaar nog jaren open. Komen beide correcties in één aanslag voor, dan moet de termijn per bestanddeel worden beoordeeld.
Wat als de navorderingsaanslag te laat is opgelegd?
Een navorderingsaanslag die na het verstrijken van de termijn is opgelegd, vervalt niet vanzelf. U moet de termijnoverschrijding in bezwaar aanvoeren; doet u dat niet en wordt de aanslag onherroepelijk, dan blijft hij staan.
Voor de boete ligt dat anders. De rechter onderzoekt uit eigen beweging of de bevoegdheid om een vergrijpboete op te leggen door tijdsverloop was vervallen (HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7637). Reken de termijn daarom altijd zelf na, met de stukken over het uitstel van dat jaar erbij, en stel de inspecteur zo nodig de vraag welk uitstel hij aanneemt en waarop hij dat baseert.
Wat betekent navordering in box 1, box 2 en box 3?
Navordering werkt in elke box volgens dezelfde regels, maar de aanleiding en de gevolgen verschillen; in box 3 spelen bovendien het werkelijk rendement en de partnerverdeling. In box 1 gaat het meestal om niet aangegeven inkomsten: freelance-inkomsten, huur die als winst of resultaat uit overige werkzaamheden is aan te merken, of een onterechte aftrekpost. In box 2 gaat het vaak om een verkoop van aandelen of een uitdeling uit de eigen bv die niet is aangegeven. In box 3 gaat het om vermogen dat ontbrak in de aangifte, zoals een rekening, beleggingen, een tweede woning of een vordering.
Voor box 3 heeft een navorderingsaanslag een extra dimensie. Voor de jaren vanaf 2017 kunt u aannemelijk maken dat uw werkelijke rendement lager was dan het forfaitaire rendement; de belasting wordt dan op dat werkelijke rendement gesteld (HR 6 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:704, inmiddels in de wet opgenomen). Dat geldt ook voor een navorderingsaanslag die nog niet onherroepelijk vaststaat. Omdat de boete een percentage is van de nagevorderde belasting, verlaagt een lager werkelijk rendement automatisch ook de boete.
Fiscale partners kunnen bij navordering de verdeling van hun gezamenlijke grondslagen opnieuw kiezen zolang de aanslagen van beide partners niet onherroepelijk vaststaan (artikel 2.17, vierde lid, Wet inkomstenbelasting 2001). Bij box 3 kan dat een groot verschil maken, maar het kan ook een navorderingsaanslag bij de partner uitlokken. Reken daarom beide partners door voordat u een keuze maakt.
Hoe werkt navordering bij de vennootschapsbelasting?
Voor de vennootschapsbelasting gelden dezelfde regels van artikel 16 AWR: nieuw feit, kwade trouw, kenbare fout en de termijn van vijf jaar, met verlenging door uitstel. De termijn loopt vanaf het einde van het boekjaar, zodat een gebroken boekjaar een afwijkend einde van de termijn oplevert.
Typische aanleidingen zijn een correctie na een boekenonderzoek, een onzakelijke lening of verrekenprijs, een onterecht toegepaste vrijstelling, of een buitenlandse deelneming of vaste inrichting. Bij een buitenlandse vennootschap die feitelijk vanuit Nederland wordt geleid, kunnen de vennootschapsbelasting over buitenlandse bestanddelen over twaalf jaar en de dividendbelasting via naheffing over vijf jaar tegelijk aan de orde zijn. Een navordering bij de bv werkt vaak door bij de dga in box 2, bijvoorbeeld als de correctie als verkapte uitdeling wordt gezien.
Hoe zit het bij schenk- en erfbelasting?
Bij de schenk- en erfbelasting begint de termijn niet bij een kalenderjaar maar bij de schenking of het overlijden, en de wet kent belangrijke uitzonderingen. Voor erfbelasting over buitenlands vermogen dat niet of onjuist is aangegeven, vervalt de navorderingsbevoegdheid niet (artikel 66, vierde lid, Successiewet 1956).
Een schenking waarvoor nooit aangifte is gedaan, kan bovendien nog lang na de schenking worden belast, omdat de termijn dan pas gaat lopen na het overlijden van de schenker of de begiftigde. Nalatenschappen met een buitenlandse rekening of woning verdienen daarom extra aandacht, ook als het overlijden lang geleden is. Een belastingschuld van de overledene gaat over op de erfgenamen; een boete niet, want de bevoegdheid tot beboeting vervalt bij overlijden (artikel 5:42 Awb).
Wat verandert er na een boekenonderzoek?
Na een boekenonderzoek volgt vaak een navorderingsaanslag, omdat het controlerapport in beginsel een nieuw feit oplevert, behalve voor wat de inspecteur al wist of had moeten weten toen hij de oorspronkelijke aanslag vaststelde. Bij ondernemers en dga's is dit de meest voorkomende route naar navordering.
Een eerder boekenonderzoek over hetzelfde jaar sluit navordering niet uit, maar verzwaart wel de toets: wat bij dat eerdere onderzoek bij enige zorgvuldigheid had moeten opvallen, is geen nieuw feit meer. Heeft de inspecteur de aanslag geautomatiseerd laten vaststellen terwijl een onderzoek al was gepland, dan is navordering voor dat jaar in beginsel uitgesloten. Hoe u zich tijdens het onderzoek opstelt en wat u wel en niet hoeft te verstrekken, leest u in Boekenonderzoek van de Belastingdienst.
Hoeveel belastingrente komt erbij?
Over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting rekent de Belastingdienst belastingrente (artikel 30fc AWR). De rente loopt vanaf zes maanden na afloop van het belastingjaar, bij een kalenderjaar dus vanaf 1 juli van het jaar daarna, tot de dag voordat de navorderingsaanslag invorderbaar wordt. Zij wordt enkelvoudig berekend over de nagevorderde belasting.
Het percentage wordt jaarlijks per 1 januari vastgesteld. Voor de inkomstenbelasting is het de herfinancieringsrente van de Europese Centrale Bank plus 3 procentpunt, afgerond op halve procentpunten, met een minimum van 4,5 procent; voor de vennootschapsbelasting ligt het hoger. Over een oud jaar telt elk tussenliggend jaar met zijn eigen percentage mee. Bij een navordering over vijf of twaalf jaar kan de rente daardoor een aanzienlijk deel van de belasting bedragen.
Vraagt u zelf om een navorderingsaanslag, bijvoorbeeld bij een vrijwillige verbetering, dan stopt de rente uiterlijk twaalf weken na ontvangst van uw verzoek (artikel 30fc, vijfde lid, AWR). Wachten met verbeteren kost dus rente, ook als de uitkomst verder gelijk blijft.
Heeft bezwaar tegen de belastingrente zin?
Bezwaar tegen de belastingrente heeft vooral zin als het tijdvak, het bedrag of het eindmoment na een eigen verzoek niet klopt. De beschikking belastingrente is een zelfstandige beschikking waartegen bezwaar open staat. Wordt de navorderingsaanslag in bezwaar verlaagd, dan wordt de rente in de regel meeverlaagd; het is toch verstandig de rentebeschikking in het bezwaarschrift uitdrukkelijk te noemen.
Concreet gaat het om een verkeerd berekend tijdvak, een rente die langer dan twaalf weken na uw eigen verzoek doorloopt, of een belastingbedrag waarover ten onrechte is gerekend. Bezwaar tegen de hoogte van het percentage zelf heeft zelden succes.
Wat kost een navorderingsaanslag met boete in totaal?
De totale rekening bestaat uit de nagevorderde belasting, de belastingrente en de boete. De boete wordt berekend over de nagevorderde belasting, niet over de rente. Bij een betaling na de betaaltermijn komt daar nog invorderingsrente bij.
Een voorbeeld in box 1. Over een jaar wordt 8.000 euro inkomstenbelasting nagevorderd, ruim drie en een half jaar na de start van de renteperiode. Bij een gemiddeld rentepercentage van 5 procent is de belastingrente ongeveer 1.400 euro. Bij grove schuld gaat het beleid uit van een boete van 25 procent, ofwel 2.000 euro, en bij opzet van 50 procent, ofwel 4.000 euro. De totale rekening ligt dan tussen ongeveer 11.400 en 13.400 euro. Gaat het om box 3 en wordt over een jaar 3.000 euro nagevorderd, dan is de boete volgens het beleid 2.250 euro bij grove schuld en 4.500 euro bij opzet, met een wettelijk maximum van 9.000 euro.
Wanneer krijgt u ook een vergrijpboete?
Een vergrijpboete bij een navorderingsaanslag mag alleen worden opgelegd als het aan uw opzet of grove schuld is te wijten dat te weinig belasting is geheven (artikel 67e AWR). Opzet betekent dat u wist dat de aangifte onjuist was, of de aanmerkelijke kans daarop bewust aanvaardde. Grove schuld is een ernstige, aan opzet grenzende onzorgvuldigheid.
De inspecteur moet het verwijt bewijzen, en wel overtuigend: hij moet de bestanddelen van het beboetbare feit overtuigend aantonen (HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526). Een navorderingsaanslag die terecht is, leidt dus niet automatisch tot een boete. Een omgekeerde bewijslast voor de heffing, bijvoorbeeld na een informatiebeschikking, geldt uitdrukkelijk niet voor de vergrijpboete. Opzet of grove schuld van een adviseur wordt u voor de boete niet toegerekend (HR 1 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7741).
Hoe hoog is de vergrijpboete?
Het wettelijk maximum is 100 procent van de nagevorderde belasting die op opzet of grove schuld terug te voeren is (artikel 67e, eerste lid, AWR). Voor inkomen uit sparen en beleggen in box 3 is het maximum 300 procent (artikel 67e, zesde lid, AWR).
Het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst geeft de uitgangspunten. In het algemeen is dat 25 procent bij grove schuld en 50 procent bij opzet (paragraaf 25). Voor box 3 is dat 75 procent bij grove schuld en 150 procent bij opzet (paragraaf 27, zesde lid). Bij recidive kan de boete tot het dubbele oplopen (paragraaf 8), maar nooit boven het wettelijk maximum. Een verhoging moet de inspecteur stellen en onderbouwen. Daarna moet de boete worden afgestemd op de ernst van het vergrijp en uw persoonlijke omstandigheden; de rechter toetst zelfstandig of de boete passend en geboden is. Voor buitenlands box 3-vermogen zijn de percentages en de verlagingsgronden uitgewerkt in Vergrijpboete bij buitenlands vermogen.
Wat moet er gebeuren voordat de boete wordt opgelegd?
Voordat de inspecteur een vergrijpboete oplegt, moet hij u schriftelijk laten weten dat hij een boete overweegt, op welke feiten hij die baseert en welk verwijt hij maakt. U krijgt dan de gelegenheid om uw zienswijze te geven (artikel 5:53 Awb, dat geldt voor boeten van meer dan 340 euro).
De kennisgeving moet concreet zijn. U moet kunnen begrijpen of opzet of grove schuld wordt verweten en waarom. De boetebeschikking zelf moet de overtreding en het overtreden voorschrift vermelden (artikel 5:9 Awb). Ontbreekt de kennisgeving of is zij zo summier dat u niet weet waartegen u zich moet verweren, dan is dat een formeel gebrek waarop de boete kan stranden. De zienswijze is vaak het beste moment om de verwijtbaarheid, de omstandigheden en een pleitbaar standpunt naar voren te brengen, want wat daar staat, leest de inspecteur voordat hij beslist.
De boete wordt in beginsel tegelijk met de navorderingsaanslag opgelegd (artikel 67e, eerste lid, AWR). Komen de feiten pas in de laatste zes maanden van de navorderingstermijn aan het licht, dan mag de boete nog binnen zes maanden na de navorderingsaanslag volgen, mits de inspecteur bij de aanslag meldt dat hij een boeteonderzoek instelt (artikel 67e, derde lid, AWR). Een boete die later komt zonder die mededeling, is te laat.
Wat betekenen het zwijgrecht en de cautie?
Zodra u wordt gehoord met het oog op een boete, hoeft u geen verklaringen over de overtreding af te leggen, en moet de inspecteur u dat vooraf meedelen: de cautie (artikel 5:10a Awb). Dat moment ligt al bij het eerste gesprek waarin u redelijkerwijs kunt verwachten dat een boete volgt, niet pas bij de kennisgeving.
Het zwijgrecht ziet op verklaringen, niet op stukken. Bankafschriften, contracten en uw administratie bestaan los van uw wil en moet u gewoon verstrekken. Verklaringen die van uw wil afhankelijk zijn en onder dwang zijn verkregen, mogen voor de heffing worden gebruikt maar niet voor de boete (HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3640). Is de cautie niet gegeven, dan kunnen verklaringen uit dat gesprek in de boeteprocedure buiten beschouwing blijven. In de praktijk is de beste regel eenvoudig: beantwoord vragen over wat u wist of bedoelde schriftelijk en na overleg, niet aan tafel.
Hoe verweert u zich tegen de boete?
Tegen een vergrijpboete bestaan vier lijnen van verweer: er was geen opzet of grove schuld, er was een pleitbaar standpunt, er was afwezigheid van alle schuld, of de procedure bevat formele gebreken. Slaagt geen van die verweren, dan resteert matiging.
Een pleitbaar standpunt sluit een vergrijpboete uit. De toets is objectief: kon u ten tijde van de aangifte, naar objectieve maatstaven, redelijkerwijs menen dat uw uitleg van de wet en daarmee uw aangifte juist was? Dan is de boete niet mogelijk, ook als de rechter het standpunt later verwerpt, en ook als u die uitleg destijds niet voor ogen had (HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:638). Een pleitbaar standpunt helpt niet tegen de navordering zelf: de belasting en de rente blijven verschuldigd.
Afwezigheid van alle schuld sluit elke boete uit (artikel 5:41 Awb). Bij een adviseur slaagt dat verweer als u een deskundige zorgvuldig heeft gekozen, hem volledig en juist heeft geïnformeerd en op zijn advies mocht vertrouwen. Bij formele gebreken gaat het om een ontbrekende of gebrekkige kennisgeving, een te laat opgelegde boete, het ontbreken van de cautie of een onvoldoende motivering van het verwijt.
Matiging komt in beeld via de omstandigheden van het geval, de draagkracht en de duur van de procedure. Een boeteprocedure moet binnen een redelijke termijn worden afgerond: als uitgangspunt twee jaar per instantie, met de bezwaarfase inbegrepen in de eerste instantie, gerekend vanaf het moment waarop u redelijkerwijs een boete kon verwachten (HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006). Wordt die termijn overschreden, dan wordt de boete verminderd, in verhouding tot de mate van overschrijding.
Hoe maakt u bezwaar tegen een navorderingsaanslag met boete?
U maakt bezwaar binnen zes weken. De termijn begint op de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet (artikel 22j AWR), niet op de dag waarop u de brief opent. Een per post verzonden bezwaarschrift is op tijd als het vóór het einde van de termijn ter post is bezorgd en uiterlijk een week daarna binnen is (artikel 6:9 Awb).
Het bezwaarschrift is ondertekend en vermeldt uw naam en adres, de datum, het besluit waartegen u bezwaar maakt en de gronden (artikel 6:5 Awb). Noem de navorderingsaanslag, de boetebeschikking en de beschikking belastingrente afzonderlijk, zodat over de omvang van het geschil geen discussie ontstaat. Zijn de gronden nog niet klaar, dien dan een pro forma bezwaar in en vul de gronden aan binnen de termijn die de inspecteur stelt. Die hersteltermijn is even hard als de bezwaartermijn zelf.
Vraag in het bezwaarschrift om te worden gehoord; in belastingzaken wordt u alleen gehoord als u daarom verzoekt (artikel 25, eerste lid, AWR). Vraag ook om inzage in de op de zaak betrekking hebbende stukken (artikel 7:4 Awb), want daaruit blijkt wat de inspecteur wanneer wist, en dat is bij navordering vaak beslissend. Vraag tot slot om vergoeding van de kosten van de bezwaarfase (artikel 7:15 Awb); dat moet vóór de uitspraak gebeuren.
De inspecteur beslist binnen zes weken na ontvangst, met de mogelijkheid van verdaging met zes weken (artikel 7:10 Awb). Blijft een beslissing uit, dan kunt u hem in gebreke stellen; twee weken later gaat een dwangsom lopen en staat beroep wegens niet tijdig beslissen open. De volledige procedure, met de valkuilen per stap, leest u in Bezwaar tegen een belastingaanslag. Wij stellen het bezwaarschrift op, voeren het hoorgesprek en de correspondentie, en zo nodig de procedure bij de rechter.
Moet u betalen terwijl het bezwaar loopt?
Ja, in beginsel wel: bezwaar schort de betaling niet op, maar een gemotiveerd bezwaarschrift geldt als verzoek om uitstel voor het betwiste deel. Een navorderingsaanslag is invorderbaar één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet (artikel 9, tweede lid, Invorderingswet 1990). Een gelijktijdig opgelegde boete en de belastingrente volgen die termijn. Bezwaar schort de betalingsverplichting niet op (artikel 9, twaalfde lid, Invorderingswet 1990).
Volgens de Leidraad Invordering 2008 (onderdeel 25.2.2) geldt een gemotiveerd bezwaarschrift tegen een belastingaanslag als verzoek om uitstel van betaling voor het betwiste deel. Een pro forma bezwaar zonder gronden is geen gemotiveerd bezwaar, en een beroepschrift, hoger beroep of beroep in cassatie geldt evenmin als verzoek om uitstel. Vraag daarom altijd uitdrukkelijk uitstel aan bij de ontvanger, met het bestreden bedrag en de berekening daarvan, en doe dat opnieuw als u in beroep gaat. Het onbetwiste deel betaalt u gewoon.
De ontvanger kan zekerheid verlangen als hij de invordering in gevaar acht, bijvoorbeeld bij een hoge aanslag in verhouding tot uw verhaalsmogelijkheden. Over het bedrag dat uiteindelijk verschuldigd blijkt, loopt invorderingsrente vanaf de invorderbaarheid tot de betaling (artikel 28 Invorderingswet 1990); het percentage is vastgelegd in het Besluit belasting- en invorderingsrente. Wie wint, betaalt die rente niet; wie verliest, heeft over de uitstelperiode rente verschuldigd.
Betaalt u niet en is geen uitstel verleend, dan volgt een aanmaning en daarna een dwangbevel, waarmee de ontvanger zonder rechter beslag kan leggen. Beide brengen kosten mee. Kunt u niet in één keer betalen, dan kunt u de ontvanger om een betalingsregeling vragen, met een onderbouwing van uw financiële positie. Hoe dat verloopt, staat op onze pagina Fiscale opinies en procedures.
Wat als de inspecteur het bezwaar afwijst?
Tegen de uitspraak op bezwaar staat binnen zes weken beroep open bij de rechtbank. Daarna volgen hoger beroep bij het gerechtshof en cassatie bij de Hoge Raad, elk eveneens binnen zes weken.
In beroep toetst de rechter de navordering en de boete volledig, en zijn nieuwe gronden en nieuw bewijs in beginsel nog mogelijk. Voor de toegang betaalt u griffierecht, een vast bedrag dat lager is voor natuurlijke personen dan voor rechtspersonen en dat wordt terugbetaald als u gelijk krijgt. Wint u, dan kent de rechter een forfaitaire vergoeding van proceskosten toe, die de werkelijke kosten van bijstand zelden dekt. De Hoge Raad oordeelt alleen over rechtsvragen, niet over de feiten. Wie in bezwaar terughoudend is geweest, kan in beroep nog veel inhalen, maar hoe later een feit op tafel komt, hoe kritischer de rechter ernaar kijkt.
Wat als u de bezwaartermijn heeft gemist?
Een te laat bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard, tenzij de overschrijding verschoonbaar is (artikel 6:11 Awb). Sinds twee arresten van april 2024 is die maatstaf ruimer: beslissend is of van u in redelijkheid kon worden gevergd dat u tijdig bezwaar maakte, en of u het bezwaar vervolgens zo snel indiende als redelijkerwijs mogelijk was (HR 5 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:515; HR 19 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:625).
Ziekte, een ziekenhuisopname, het overlijden van een naaste of uitval bij een adviseur kunnen onder omstandigheden volstaan; de bewijslast ligt bij u. Lukt dat niet, dan resteert een verzoek om ambtshalve vermindering, binnen vijf jaar na afloop van het belastingjaar (artikel 65 AWR, voor de inkomstenbelasting artikel 9.6 Wet IB 2001). Dat is een zwakker instrument, met minder waarborgen dan een bezwaar: er is geen recht op een hoorgesprek, dossierinzage of vergoeding van kosten zoals in de bezwaarfase, en voor een boete biedt het in de praktijk weinig. Een gemiste termijn is daarom een fout die zich later moeilijk laat herstellen.
Kunt u een navorderingsaanslag met boete nog voorkomen?
Ja, zolang u niet weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Belastingdienst van de onjuistheid op de hoogte is of zal komen. Een vrijwillige verbetering voorkomt de boete of verlaagt haar, en stopt de belastingrente uiterlijk twaalf weken na uw verzoek.
Voor box 1, de vennootschapsbelasting en de erfbelasting is een verbetering binnen twee jaar na de onjuiste aangifte in beginsel boetevrij (artikel 67n AWR). Voor inkomen in box 2 en box 3 is de boetevrije inkeer sinds 1 januari 2020 uitgesloten; voor buitenlands box 3-inkomen al sinds 2018. Ook dan blijft een vrijwillige verbetering een strafverminderende omstandigheid (paragraaf 7, tweede lid, BBBB). De voorwaarde is steeds dat u verbetert voordat u weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur van de onjuistheid op de hoogte is of zal komen. Na een vragenbrief is het daarvoor meestal te laat. Meer daarover leest u in Vrijwillige verbetering en inkeer.
Wat doet u in de eerste week na ontvangst?
Noteer in de eerste week de dagtekening, verzamel de stukken over het jaar en het uitstel, en leg geen mondelinge verklaringen af voordat de navordering en de boete zijn beoordeeld. Deze volgorde werkt in de praktijk:
- Noteer de dagtekening van het aanslagbiljet en reken de termijnen uit: zes weken voor bezwaar, één maand voor de betaling. Bewaar de envelop als de aanslag opvallend laat binnenkomt.
- Stel vast welke besluiten u heeft ontvangen: de navorderingsaanslag, de boetebeschikking en de beschikking belastingrente, en eventueel een mededeling dat een boeteonderzoek loopt.
- Verzamel de aangifte van het jaar, de oorspronkelijke aanslag, de stukken over het aangifte-uitstel en alle eerdere correspondentie, vragenbrieven en gespreksverslagen.
- Leg vast wanneer de Belastingdienst welke informatie kreeg, en wat er in uw aangifte en bijlagen al stond. Dat is het fundament onder het verweer tegen het nieuwe feit.
- Laat de navordering en de boete beoordelen voordat u inhoudelijk met de inspecteur spreekt, en leg geen mondelinge verklaringen af over wat u wist of bedoelde.
- Dien tijdig een gemotiveerd bezwaar in, of een pro forma bezwaar met de toezegging van gronden, en vraag uitdrukkelijk uitstel van betaling voor het betwiste deel.
- Betaal het deel dat u niet betwist binnen de betaaltermijn, om invorderingsrente en kosten te voorkomen.
Checklist: controleer uw navorderingsaanslag
Loop bij elke navorderingsaanslag deze punten na. Elk punt is een zelfstandige grond voor bezwaar.
- Is de aanslag opgelegd binnen vijf jaar, of twaalf jaar bij een buitenlands bestanddeel, inclusief het verleende uitstel? Geldt de twaalfjaarstermijn alleen voor het buitenlandse deel?
- Welk nieuw feit noemt de inspecteur, en was dat feit vóór de oorspronkelijke aanslag al bij hem bekend of kenbaar?
- Beroept de inspecteur zich op kwade trouw of een kenbare fout, en is de termijn van twee jaar bij een kenbare fout nog niet verstreken?
- Klopt de berekening, inclusief de keuze voor het werkelijk rendement in box 3 en de verdeling tussen fiscale partners?
- Is de belastingrente over het juiste tijdvak en het juiste bedrag berekend, en stopt zij na twaalf weken als u zelf om de aanslag vroeg?
- Is de boete voorafgegaan door een kennisgeving met een concreet verwijt en de gelegenheid voor een zienswijze?
- Is de boete tijdig opgelegd, gelijktijdig met de aanslag of na een tijdige mededeling over een boeteonderzoek?
- Wordt opzet of grove schuld met feiten onderbouwd, en is rekening gehouden met een pleitbaar standpunt, uw adviseur en uw omstandigheden?
- Is het boetepercentage in lijn met het beleid, en is een verhoging gemotiveerd?
- Zijn verklaringen gebruikt die zonder cautie of onder dwang zijn verkregen?
Kerncijfers op een rij
| Onderwerp | Regel | Grondslag |
|---|---|---|
| Navordering | Nieuw feit vereist, behalve bij kwade trouw | Artikel 16, eerste lid, AWR |
| Navordering zonder nieuw feit | Verrekening voorlopige aanslag, partnerverdeling, kenbare fout | Artikel 16, tweede lid, AWR |
| Kenbare fout | In elk geval bij ten minste 30 procent te weinig geheven; termijn twee jaar na de aanslag | Artikel 16, tweede lid, onderdeel c, en derde lid, AWR |
| Navorderingstermijn | 5 jaar na ontstaan belastingschuld, verlengd met verleend aangifte-uitstel | Artikel 16, derde lid, AWR |
| Buitenlands bestanddeel | 12 jaar, ook verlengd met verleend uitstel | Artikel 16, vierde lid, AWR; HR 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2164 |
| Verzoek in laatste zes maanden | Termijn plus zes maanden | Artikel 16, vijfde lid, AWR |
| Erfbelasting buitenlands vermogen | Geen vervaltermijn bij niet of onjuist aangeven | Artikel 66, vierde lid, SW 1956 |
| Belastingrente | Vanaf 6 maanden na het belastingjaar tot de invorderbaarheid; op verzoek uiterlijk 12 weken na ontvangst | Artikel 30fc AWR; Besluit belasting- en invorderingsrente |
| Vergrijpboete maximum | 100 procent; box 3 300 procent | Artikel 67e, eerste en zesde lid, AWR |
| Boetebeleid | 25 procent grove schuld, 50 procent opzet; box 3 75 en 150 procent | Paragrafen 25 en 27, zesde lid, BBBB |
| Tijdstip boete | Gelijk met de navorderingsaanslag, uitloop zes maanden na mededeling | Artikel 67e, eerste en derde lid, AWR |
| Kennisgeving boetevoornemen | Rapport en zienswijze bij boete boven 340 euro | Artikel 5:53 Awb |
| Zwijgrecht | Cautie vóór verhoor met het oog op een boete | Artikel 5:10a Awb |
| Pleitbaar standpunt | Geen vergrijpboete | HR 21 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:638 |
| Redelijke termijn | Uitgangspunt twee jaar per instantie | Artikel 6 EVRM; HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006 |
| Bezwaartermijn | Zes weken vanaf de dag na de dagtekening | Artikel 22j AWR; artikel 6:7 Awb |
| Betaaltermijn | Eén maand na dagtekening; bezwaar schort niet op | Artikel 9, tweede en twaalfde lid, Invorderingswet 1990 |
| Uitstel bij bezwaar | Gemotiveerd bezwaarschrift geldt als verzoek; beroepschrift niet | Artikel 25 Invorderingswet 1990; Leidraad Invordering 2008, onderdeel 25.2.2 |
| Ambtshalve vermindering | Binnen vijf jaar na afloop van het belastingjaar | Artikel 65 AWR; artikel 9.6 Wet IB 2001 |
Veelgestelde vragen
Hoe lang kan de Belastingdienst navorderen?
In beginsel vijf jaar na afloop van het belastingjaar. Voor inkomen en vermogen in het buitenland is dat twaalf jaar. Beide termijnen worden verlengd met de duur van het uitstel dat voor de aangifte is verleend. Bij een kenbare fout van de Belastingdienst geldt twee jaar na de aanslag.
Mag de Belastingdienst navorderen als mijn aanslag al definitief was?
Ja, maar alleen met een nieuw feit dat de inspecteur bij de definitieve aanslag niet kende en redelijkerwijs niet kon kennen. Zonder nieuw feit mag het alleen bij kwade trouw, bij een voor u kenbare fout of in een paar bijzondere gevallen, zoals een gewijzigde verdeling tussen fiscale partners.
Wat is een nieuw feit bij navordering?
Een gegeven dat de inspecteur bij de oorspronkelijke aanslag niet kende en ook niet had kunnen kennen, zoals een later ontvangen bankgegeven of een controlerapport. Een gegeven dat al in de aangifte of in het dossier stond, of een nieuw inzicht in het recht, is geen nieuw feit.
Hoe lang heb ik om bezwaar te maken tegen een navorderingsaanslag?
Zes weken, te rekenen vanaf de dag na de dagtekening van het aanslagbiljet. De datum waarop u de brief ontvangt of opent, is niet beslissend. Na die zes weken staat de aanslag in beginsel vast.
Moet ik de navorderingsaanslag betalen als ik bezwaar maak?
Bezwaar schort de betaling niet op. Een gemotiveerd bezwaarschrift geldt wel als verzoek om uitstel van betaling voor het betwiste deel, maar een pro forma bezwaar en een beroepschrift niet. Vraag daarom altijd uitdrukkelijk uitstel aan en betaal het onbetwiste deel binnen een maand na de dagtekening.
Hoe hoog is de boete bij een navorderingsaanslag?
Ten hoogste 100 procent van de nagevorderde belasting, en voor box 3 ten hoogste 300 procent. Het beleid gaat uit van 25 procent bij grove schuld en 50 procent bij opzet, en voor box 3 van 75 en 150 procent. Daarna wordt de boete aangepast aan de omstandigheden.
Kan ik alleen bezwaar maken tegen de boete?
Ja. De boete is een afzonderlijke beschikking. U kunt de navorderingsaanslag aanvaarden en alleen de boete bestrijden, bijvoorbeeld omdat opzet of grove schuld niet is bewezen, omdat u een pleitbaar standpunt had of omdat de boete te hoog is.
Moet ik belastingrente betalen over een navorderingsaanslag?
Ja, bij de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting. De rente loopt, bij een belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar, vanaf 1 juli na het belastingjaar tot de dag voordat de aanslag invorderbaar wordt. Heeft u zelf om de navorderingsaanslag gevraagd, dan stopt de rente uiterlijk twaalf weken na ontvangst van uw verzoek.
Wat kan ik doen als ik de bezwaartermijn heb gemist?
Als de overschrijding verschoonbaar is, wordt het bezwaar alsnog behandeld; sinds de arresten van april 2024 is die maatstaf ruimer. Anders kunt u binnen vijf jaar na het belastingjaar om ambtshalve vermindering vragen, maar met minder waarborgen dan in een bezwaarprocedure.
Wie kan mij helpen met bezwaar tegen een navorderingsaanslag met boete?
Een belastingadviseur of fiscaal advocaat die bezwaarprocedures voert. Bougainville Tax in Rijswijk toetst de navordering, de termijn, de rente en de boete, stelt het bezwaarschrift op en voert de procedure, op basis van een offerte vooraf. U kunt uw vraag per e-mail stellen; vermeld de dagtekening van de aanslag.
Waarom dit maatwerk is
Een navorderingsaanslag met boete wordt zelden gewonnen op het bedrag en vaak op de vragen die eraan voorafgaan: wat de inspecteur wanneer wist, welk uitstel voor dat jaar gold, of het verwijt in de kennisgeving concreet genoeg was en of een standpunt destijds verdedigbaar was. Die vragen laten zich alleen beantwoorden met de aangifte, het dossier en de correspondentie van het betreffende jaar op tafel, en ze moeten binnen zes weken in een bezwaarschrift staan.
Wij ontleden eerst de aanslag, de rentebeschikking en de boetebeschikking, vragen het dossier op en geven aan welke verweren kansrijk zijn. Daarna stellen wij het bezwaar op, regelen wij het uitstel van betaling, voeren wij het hoorgesprek en zo nodig de procedure bij de rechter. Dat gebeurt op basis van een offerte vooraf, afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Ook de aangiften voor de jaren daarna kunnen wij verzorgen, zodat wat in de procedure is vastgesteld correct terugkomt in de volgende aangifte.
Stand van wet- en regelgeving: oktober 2026.
De informatie op deze pagina is van algemene en informatieve aard en vormt geen fiscaal of juridisch advies. Voor toepassing op uw specifieke situatie adviseren wij u graag persoonlijk.
Twijfelt u of de navordering of de boete terecht is? Wij vragen het dossier op, rekenen de termijn en de rente na en beoordelen of opzet of grove schuld kan worden bewezen. Daarna stellen wij het bezwaar op, regelen wij het uitstel van betaling en voeren wij de procedure.
Bezwaar en procedure op basis van een offerte vooraf, afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Vermeld bij uw vraag de dagtekening van de aanslag. Fiscale opinies en procedures →
Stel uw vraag per e-mailVertrouwelijk. Heldere prijsafspraak vooraf. Advies en uitvoering uit één hand. Aangesloten bij het Register Belastingadviseurs.