Vergrijpboete bij buitenlands vermogen: hoe hoog en hoe te verlagen

Over box 3-inkomen uit een niet aangegeven buitenlandse rekening kan de vergrijpboete oplopen tot 300 procent van de nagevorderde belasting. Het beleid van de Belastingdienst gaat uit van 75 procent bij grove schuld en 150 procent bij opzet, maar dat is een vertrekpunt en geen eindbedrag. Vrijwillige verbetering, een pleitbaar standpunt, een te lange procedure en uw persoonlijke omstandigheden kunnen de boete verlagen of zelfs laten vervallen.

Wie een brief krijgt over een buitenlandse rekening, of zelf ontdekt dat vermogen nooit is aangegeven, schrikt vaak meer van de boete dan van de belasting. Terecht, want de boete kan een veelvoud van de belasting zijn. Op deze pagina staat hoe de vergrijpboete bij buitenlands vermogen wordt berekend, welke omstandigheden haar verhogen en verlagen, en hoe u haar in de praktijk omlaag krijgt.

In het kort

  • Een vergrijpboete vereist opzet of grove schuld. De inspecteur moet dat bewijzen.
  • Voor inkomen uit sparen en beleggen (box 3) is de boete ten hoogste 300 procent van de nagevorderde belasting (artikel 67e, zesde lid, AWR); voor andere inkomsten ten hoogste 100 procent.
  • Het beleid gaat voor box 3 uit van 75 procent bij grove schuld en 150 procent bij opzet, en voor andere inkomsten van 25 en 50 procent.
  • Vrijwillige verbetering is over box 2 en box 3 sinds 2020 niet meer boetevrij, maar verlaagt de boete wel, mits u verbetert voordat u weet of moet vermoeden dat de inspecteur het al weet.
  • Een pleitbaar standpunt of afwezigheid van alle schuld sluit een vergrijpboete uit. Een te lange procedure, draagkracht en andere omstandigheden verlagen haar.
  • De boete volgt de navorderingstermijn van twaalf jaar. De bevoegdheid om een boete op te leggen vervalt door overlijden.

Een boete verwacht of al opgelegd over buitenlands vermogen? Wij berekenen per jaar de belasting, de rente en het boeterisico, onderbouwen de strafverminderende omstandigheden en voeren de correspondentie en zo nodig het bezwaar.

Adviesmemo binnen tien werkdagen: EUR 950 excl. btw (EUR 1.149,50 incl. btw). Bekijk de aanpak en prijzen →

Stel uw vraag per e-mail

Vertrouwelijk. Vaste prijs vooraf. Advies en uitvoering uit één hand. Aangesloten bij het Register Belastingadviseurs.

Wanneer legt de Belastingdienst een vergrijpboete op?

Als te weinig belasting is geheven en dat te wijten is aan opzet of grove schuld. Bij een navorderingsaanslag inkomstenbelasting is de grondslag artikel 67e van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Opzet betekent dat u wist dat de aangifte onjuist was, of bewust het risico aanvaardde dat zij onjuist zou zijn. Grove schuld is een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van verwijtbaarheid: u had redelijkerwijs moeten begrijpen dat er te weinig belasting zou worden geheven.

De inspecteur moet de opzet of grove schuld aannemelijk maken. Een boete is een bestraffende sanctie, en dan ligt de bewijslast bij de overheid. Bij een buitenlandse rekening die jarenlang niet is aangegeven, terwijl de aangifte wel naar buitenlands vermogen vraagt, lukt dat de inspecteur vaak. Maar niet altijd: wie te goeder trouw dacht dat een rekening niet hoefde te worden aangegeven, bijvoorbeeld omdat het geld van een ouder was of op een gezamenlijke rekening stond, of wie op een deskundige adviseur vertrouwde, heeft argumenten die serieus moeten worden gewogen.

Hoe hoog kan de boete bij buitenlands vermogen worden?

Voor inkomen uit sparen en beleggen in box 3 bedraagt de vergrijpboete ten hoogste 300 procent van de belasting die over dat inkomen is nagevorderd (artikel 67e, zesde lid, AWR). Dat verhoogde maximum geldt sinds juli 2009 en was bedoeld voor zwartspaarders met geld in landen met een bankgeheim. De wet maakt geen onderscheid tussen box 3-vermogen in het buitenland en in Nederland: ook een niet aangegeven Nederlandse rekening valt onder de 300 procent.

Voor andere inkomsten, zoals buitenlands loon in box 1 of een buitenlands aanmerkelijk belang in box 2, geldt het gewone maximum van 100 procent van de nagevorderde belasting. Hoe het maximum ook luidt, het is een plafond. De inspecteur moet de boete afstemmen op de ernst van het vergrijp en de mate van verwijtbaarheid, en de rechter toetst of de boete passend en geboden is.

Van welke percentages gaat de Belastingdienst uit?

Het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst noemt vaste uitgangspunten. In het algemeen is de boete 25 procent bij grove schuld en 50 procent bij opzet (paragraaf 25). Voor een navordering over inkomen uit sparen en beleggen gelden afwijkende percentages: 75 procent bij grove schuld en 150 procent bij opzet (paragraaf 27, zesde lid). Dat is steeds een kwart, respectievelijk de helft van het wettelijke maximum.

Een voorbeeld. Over een jaar wordt 3.000 euro box 3-belasting nagevorderd. Bij grove schuld is de boete volgens het beleid 2.250 euro, bij opzet 4.500 euro. Het wettelijke maximum ligt op 9.000 euro. Over twaalf jaren opgeteld gaat het al snel om bedragen die de belasting zelf ver overtreffen, en daarom verdient de hoogte van de boete evenveel aandacht als de berekening van de belasting.

Wanneer valt de boete hoger uit?

Het beleid kent strafverzwarende omstandigheden die de standaardpercentages verhogen, tot ten hoogste het wettelijke maximum. De belangrijkste zijn recidive, als u in de vijf jaar ervoor voor hetzelfde belastingmiddel al een vergrijpboete of straf kreeg, en listigheid, zoals het bewust gebruiken van constructies om het vermogen buiten het zicht van de Belastingdienst te houden. Het welbewust aanhouden van een rekening in een land dat geen gegevens uitwisselde, kan in die richting worden uitgelegd.

Bij recidive kan de boete worden verdubbeld, voor box 3 tot 150 procent bij grove schuld en tot 300 procent bij opzet. Omgekeerd geldt ook: een strafverzwarende omstandigheid moet de inspecteur stellen en onderbouwen. Een hoog percentage zonder motivering is een aanknopingspunt voor bezwaar.

Wat levert een vrijwillige verbetering nog op?

Veel. Niet langer een boetevrije afloop, maar wel een lagere boete. De inkeerregeling van artikel 67n AWR maakt een verbetering binnen twee jaar in beginsel boetevrij. Voor box 3-inkomen uit het buitenland is dat per 1 januari 2018 uitgesloten, en sinds 1 januari 2020 geldt de uitsluiting voor al het inkomen uit aanmerkelijk belang en uit sparen en beleggen (artikel 67n, derde lid, AWR). Voor box 1, de vennootschapsbelasting en de erfbelasting bestaat de boetevrije inkeer binnen twee jaar nog wel.

Een vrijwillige verbetering blijft een strafverminderende omstandigheid (paragraaf 7, tweede lid, van het besluit). Sinds 2020 kent het beleid daarvoor geen vaste percentages meer: de inspecteur bepaalt de verlaging per geval, en de rechter kan haar toetsen. De voorwaarde is streng. U moet verbeteren voordat u weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur van de onjuistheid op de hoogte is of zal komen. Een verbetering nadat een vragenbrief over uw buitenlandse rekening is ontvangen, geldt daarom meestal niet meer als inkeer. Hoe de inkeer werkt en wat u aanlevert, leest u in Inkeerregeling bij buitenlands vermogen.

Welke omstandigheden verlagen de boete verder?

Naast de inkeer zijn er meer gronden om de boete te matigen, en elk ervan moet u actief aanvoeren:

  • Overschrijding van de redelijke termijn. Een boeteprocedure moet binnen een redelijke termijn worden afgerond (artikel 6 EVRM). Als uitgangspunt geldt twee jaar per instantie, gerekend vanaf het moment dat u redelijkerwijs een boete kon verwachten (HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006). Duurt het langer, dan wordt de boete verminderd.
  • Draagkracht. Een boete die u gelet op uw inkomen en vermogen niet kunt dragen, kan worden gematigd. Rechters vragen daarvoor wel een concrete onderbouwing met cijfers.
  • Omstandigheden van het geval. Uw leeftijd, uw kennis van fiscale zaken, de herkomst van het vermogen, uw medewerking en het tijdsverloop sinds de overtreding wegen mee bij de vraag of de boete passend en geboden is.

Twee verweren gaan verder dan matiging. Had u een pleitbaar standpunt, een verdedigbare juridische opvatting over de belastbaarheid, dan ontbreekt de opzet of grove schuld en is een vergrijpboete niet mogelijk. En bij afwezigheid van alle schuld, bijvoorbeeld als u zorgvuldig een deskundige heeft ingeschakeld en op diens advies mocht vertrouwen, vervalt de boete geheel. Het argument dat box 3 in strijd met het Europees recht was, is door de rechter niet aanvaard als reden om buitenlands vermogen niet aan te geven.

Hoe verloopt de beboeting en wat zijn uw rechten?

Een vergrijpboete wordt in beginsel tegelijk met de navorderingsaanslag opgelegd. Voordat het zover is, laat de inspecteur doorgaans weten dat hij een boete overweegt, en krijgt u de gelegenheid om daarop te reageren. Die zienswijze is het eerste moment om de strafverminderende omstandigheden op tafel te leggen, en vaak het beste.

Zodra een boete in beeld is, heeft u het recht om te zwijgen over de overtreding, en moet de inspecteur u daarop wijzen (artikel 5:10a Awb). Gegevens die u op grond van uw informatieplicht verstrekt, mogen voor de heffing worden gebruikt. Verklaringen die van uw wil afhankelijk zijn en onder dwang zijn verkregen, mogen niet voor de boete worden gebruikt (HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3640). Tegen de boete staat, net als tegen de aanslag, binnen zes weken bezwaar open; zie Bezwaar tegen een belastingaanslag.

Hoe lang kan de Belastingdienst een boete opleggen?

Zolang de navordering mogelijk is. Voor buitenlands vermogen en buitenlands inkomen geldt een navorderingstermijn van twaalf jaar (artikel 16, vierde lid, AWR), en de boete loopt daarmee gelijk op. Worden de feiten pas in de laatste zes maanden van de termijn bekend, dan mag de boete nog binnen zes maanden na de navorderingsaanslag worden opgelegd, mits de inspecteur bij de aanslag meldt dat een boeteonderzoek loopt (artikel 67e, derde lid, AWR). Welke jaren bij u nog openstaan, leest u in Hoe ver kan de Belastingdienst terug bij buitenlands vermogen?

Een boete is persoonlijk. De bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen vervalt door het overlijden van de overtreder (artikel 5:42 Awb). De belastingschuld van de overledene gaat wel over op de erfgenamen. Erft u zelf buitenlands vermogen dat nooit is aangegeven, lees dan Geërfd buitenlands vermogen dat nooit is aangegeven.

Hoe krijgt u de boete in de praktijk omlaag?

  • Verbeter zo vroeg mogelijk, vóór een vragenbrief of een ander signaal dat de Belastingdienst ervan weet. Dat is de grootste hefboom.
  • Leg de feiten vast die de verwijtbaarheid verkleinen: de herkomst van het geld, wie de rekening opende, wat u wist en van wie u advies kreeg.
  • Laat de belasting per jaar juist berekenen. Een lagere nagevorderde belasting betekent automatisch een lagere boete, omdat de boete een percentage daarvan is. Dat geldt ook voor het werkelijk rendement in box 3 en voor aftrekbare schulden.
  • Toets of de inspecteur opzet of grove schuld echt kan dragen, en of een pleitbaar standpunt of afwezigheid van alle schuld aan de orde is.
  • Voer draagkracht, tijdsverloop en de overige omstandigheden onderbouwd aan in de zienswijze, en houd de duur van de procedure bij.
  • Zoek waar mogelijk overeenstemming met de inspecteur over belasting en boete samen. Dat voorkomt jaren procederen.

Kerncijfers op een rij

OnderwerpRegelGrondslag
Wettelijk maximum box 3300 procent van de nagevorderde belastingArtikel 67e, zesde lid, AWR
Wettelijk maximum overige inkomsten100 procentArtikel 67e, eerste lid, AWR
Beleid box 375 procent bij grove schuld, 150 procent bij opzetParagraaf 27, zesde lid, BBBB
Beleid overige inkomsten25 procent bij grove schuld, 50 procent bij opzetParagraaf 25 BBBB
Recidive box 3Tot 150 procent (grove schuld) of 300 procent (opzet)Paragraaf 8 BBBB
Boetevrije inkeer box 3 buitenlandUitgesloten sinds 1 januari 2018Artikel 67n, derde lid, AWR
Boetevrije inkeer box 2 en box 3Uitgesloten sinds 1 januari 2020; inkeer verlaagt de boete welArtikel 67n AWR; paragraaf 7, tweede lid, BBBB
Redelijke termijnUitgangspunt twee jaar per instantieArtikel 6 EVRM; HR 22 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AO9006
Termijn voor de boeteVolgt de navordering, bij buitenlands vermogen twaalf jaarArtikel 16, vierde lid, en 67e AWR
OverlijdenBevoegdheid tot beboeting vervaltArtikel 5:42 Awb

Veelgestelde vragen

Hoe hoog is de boete voor een niet aangegeven buitenlandse rekening?

Voor box 3 ten hoogste 300 procent van de nagevorderde belasting. Het beleid gaat uit van 75 procent bij grove schuld en 150 procent bij opzet, waarna de boete wordt aangepast aan de omstandigheden.

Kan ik nog boetevrij inkeren over buitenlands vermogen?

Voor box 3-inkomen niet meer. Buitenlands box 3-inkomen is sinds 2018 uitgesloten van de boetevrije inkeer, en sinds 2020 geldt dat voor al het inkomen in box 2 en box 3. Een tijdige vrijwillige verbetering verlaagt de boete wel.

Hoeveel lager wordt de boete bij inkeer?

Dat staat niet vast. Sinds 2020 kent het beleid geen vaste inkeerpercentages meer; de inspecteur bepaalt de verlaging per geval. De inkeer telt alleen als u verbetert voordat u weet of moet vermoeden dat de inspecteur ervan weet.

Moet de inspecteur bewijzen dat ik opzettelijk handelde?

Ja. De inspecteur moet opzet of grove schuld aannemelijk maken. Lukt dat niet, of had u een pleitbaar standpunt, dan kan geen vergrijpboete worden opgelegd.

Wordt de boete lager als de procedure lang duurt?

Ja, als de redelijke termijn wordt overschreden. Als uitgangspunt geldt twee jaar per instantie vanaf het moment dat u een boete kon verwachten. Bij overschrijding wordt de boete verminderd.

Gaat de boete over op mijn erfgenamen?

De bevoegdheid om een boete op te leggen vervalt door overlijden. De nagevorderde belasting en de rente gaan wel over op de erfgenamen.

Waarom dit maatwerk is

De boete bij buitenlands vermogen is geen tarief maar een afweging. Het standaardpercentage is het begin van het gesprek met de inspecteur, en wat daarna volgt hangt af van de feiten die u aanvoert en hoe goed die zijn onderbouwd: het moment van verbeteren, de herkomst van het vermogen, wat u wist, de juiste berekening van de belasting per jaar en de duur van de procedure. Die punten moeten in de eerste reactie staan, niet pas in beroep.

Wij stellen eerst een adviesmemo op met per jaar de belasting, de rente en het boeterisico, en de verweren en strafverminderende omstandigheden die in uw geval spelen. Daarna verzorgen wij desgewenst de verbetering, de zienswijze en de correspondentie met de Belastingdienst, en zo nodig het bezwaar, tegen een vaste prijs per fase. Ook de aangiften voor de jaren daarna kunnen wij overnemen, zodat het vermogen voortaan juist wordt aangegeven.

Stand van wet- en regelgeving: september 2026.

De informatie op deze pagina is van algemene en informatieve aard en vormt geen fiscaal, juridisch of financieel advies. Bedragen en percentages gelden voor 2026 en kunnen wijzigen. Voor toepassing op uw specifieke situatie adviseren wij u graag persoonlijk.

Wilt u weten welke boete u riskeert en hoe u die verlaagt? Wij brengen per jaar de belasting, de rente en het boeterisico in kaart, met de verweren en strafverminderende omstandigheden die in uw geval spelen.

Adviesmemo binnen tien werkdagen: EUR 950 excl. btw (EUR 1.149,50 incl. btw). Bekijk de aanpak en prijzen →

Stel uw vraag per e-mail

Vertrouwelijk. Vaste prijs vooraf. Advies en uitvoering uit één hand. Aangesloten bij het Register Belastingadviseurs.

Vorige
Vorige

Emigreren naar Bali als dga: wat gebeurt er met uw bv?

Volgende
Volgende

Geërfd buitenlands vermogen dat nooit is aangegeven: wat nu?