Boekenonderzoek van de Belastingdienst: wat mag de inspecteur vragen?
Een boekenonderzoek begint zelden met een conflict. Er komt een brief, er volgt een afspraak, en er verschijnt iemand die vriendelijk is en goed voorbereid. Precies daarom gaat het in die eerste weken vaak mis: de toon is informeel, de vragen lijken redelijk, en er wordt meer gegeven dan gevraagd.
Wat in die fase de deur uitgaat, komt niet meer terug. Een adviesnota die onder het fair play-beginsel viel maar toch is meegestuurd, is verstrekt. Een mondelinge verklaring over wat u destijds dacht, is afgelegd. Een akkoord op een concept-rapport is gegeven.
Deze whitepaper beschrijft wat de inspecteur mag vragen, wat u moet geven, wat u mag weigeren, en waar het omslagpunt ligt waarop een controle iets anders wordt dan een controle.
Wat is een boekenonderzoek?
Een boekenonderzoek is de uitoefening van de controlebevoegdheden die de inspecteur ontleent aan hoofdstuk VIII van de AWR. Het is geen procedure met een eigen wettelijk kader, geen termijnen en geen rechtsmiddelen. Er is niets waartegen u bezwaar kunt maken zolang er geen beschikking ligt.
Dat maakt de fase juridisch ongewoon. De verplichtingen zijn hard, de rechtsbescherming komt pas later, en wat er in de tussentijd gebeurt bepaalt de uitkomst grotendeels.
Aanleidingen lopen uiteen: een branchegerichte actie, een signaal uit een derdenonderzoek, een opvallende post in de aangifte, een melding uit internationale gegevensuitwisseling, of eenvoudigweg dat uw onderneming een aantal jaren niet is bezocht.
Wat de inspecteur mag vragen
| Bevoegdheid | Grondslag | Wat het inhoudt | Waar de grens ligt |
|---|---|---|---|
| Gegevens en inlichtingen | Art. 47 lid 1 sub a AWR | Verstrekken van gegevens die voor uw belastingheffing van belang kunnen zijn | Alleen de eigen belastingpositie; de vraag moet enige belastingrelevantie hebben |
| Inzage in boeken en bescheiden | Art. 47 lid 1 sub b AWR | Inzage in originelen en digitale gegevensdragers | Alleen wat van belang kan zijn; geen onbeperkte toegang zonder aanleiding |
| Administratieplicht | Art. 52 AWR | Voeren van een administratie waaruit de heffingsgrondslag blijkt | De kring van administratieplichtigen is begrensd |
| Bewaarplicht | Art. 52 lid 4 AWR | Bewaren gedurende zeven jaar | Voor onroerende zaken geldt een langere btw-herzieningstermijn |
| Toegang tot gebouwen | Art. 50 AWR | Toegang tot bedrijfsruimten en terreinen | Een woning uitsluitend met toestemming of machtiging |
| Digitale administratie | Art. 52 AWR | De administratie raadpleegbaar maken in de gevraagde vorm | Ook gegevens die bij een externe dienstverlener staan |
| Derdenonderzoek | Art. 53 AWR | Administratieplichtige derden verstrekken gegevens over anderen | Beperkt tot wat in hun eigen administratie voorkomt |
| Internationale uitwisseling | Art. 55 en 56 AWR, EU-richtlijnen | Uitwisseling met buitenlandse autoriteiten | Begrensd door het toepasselijke verdrag of de richtlijn |
De drempel van artikel 47 is bewust laag: gegevens die van belang kunnen zijn. Dat is geen onbeperkte bevoegdheid, maar de ruimte is groot. Weigering is strafbaar gesteld in artikel 68 en 69 AWR, waarbij artikel 68 de overtreding regelt en artikel 69 het misdrijf, waarvoor opzet is vereist.
Wat u moet, mag en niet hoeft
Wanneer is een vraag te ruim?
De informatieplicht ziet op uw eigen belastingpositie in het onderzochte tijdvak en voor de onderzochte middelen. Daarbuiten bestaat geen verplichting zonder afzonderlijke grondslag.
Een verzoek is te ruim wanneer het de gehele administratie omvat zonder aan te geven welk belang daarmee is gediend, wanneer er geen feitelijke aanleiding is voor de gevraagde gegevens, of wanneer de last niet in verhouding staat tot het belastingbelang.
Bij twijfel is het antwoord niet weigeren, maar schriftelijk vragen op welke grondslag en met welk doel de informatie wordt opgevraagd. Dat is geen obstructie. Het dwingt de inspecteur zijn verzoek te preciseren, en het legt vast wat er is gevraagd.
Fair play: adviezen blijven buiten schot
Dit is het belangrijkste dat u over een boekenonderzoek moet weten.
De Hoge Raad oordeelde op 23 september 2005 dat het tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur te rekenen beginsel van fair play zich ertegen verzet dat een inspecteur zijn bevoegdheid uit artikel 47 AWR gebruikt om kennis te krijgen van rapporten en andere geschriften van derden, voor zover die ten doel hebben de fiscale positie van de belastingplichtige te belichten of hem daaromtrent te adviseren.
Twee dingen volgen daaruit, en beide worden in de praktijk gemist.
Het eerste: de bescherming strekt zich ook uit tot de onderdelen van zo'n stuk die feitelijke of beschrijvende gegevens bevatten, mits die met dat adviesdoel zijn opgenomen. Een due diligence-rapport is niet gedeeltelijk beschermd omdat er feiten in staan. Het is beschermd voor zover het strekt tot advisering.
Het tweede: de resterende onderdelen moeten wel worden verstrekt, en daarvoor kan het nodig zijn het document te splitsen of te schonen. U levert dus niet niets, en u levert ook niet alles. U levert een geschoonde versie.
Dit wordt het informele verschoningsrecht van de belastingadviseur genoemd, ter onderscheiding van het wettelijke verschoningsrecht van advocaten en notarissen. De reikwijdte ervan is op dit moment in beweging: eind 2024 verschenen drie samenhangende conclusies van de advocaat-generaal die concrete handvatten bieden voor de toepassing en voor de gevolgen van schending.
Wie heeft een echt verschoningsrecht?
Advocaten, notarissen, artsen en geestelijken hebben een wettelijk verschoningsrecht. Voor advocaten is dat strafrechtelijk verankerd en werkt het door in het fiscale onderzoek.
Belastingadviseurs en accountants hebben dat niet. Zij hebben het informele verschoningsrecht dat voortvloeit uit fair play, en dat is smaller: het beschermt de advisering, niet de relatie.
Het praktische gevolg is dat correspondentie met een adviseur die geen advocaat is, in beginsel opvraagbaar is voor zover zij niet strekt tot advisering. Correspondentie met een advocaat-belastingkundige die als advocaat optreedt, valt wel onder het volledige verschoningsrecht. Dat verschil is bij een dossier waarin een boete dreigt geen formaliteit.
Het omslagpunt: wanneer een boete in beeld komt
Zolang het onderzoek gericht is op een juiste heffing, geldt de medewerkingsplicht onverkort. Zodra de inspecteur mede op een vergrijpboete aanstuurt, verandert de situatie.
De Hoge Raad heeft op 12 juli 2013 het onderscheid vastgelegd dat sindsdien het kader vormt. Materiaal waarvan het bestaan niet afhankelijk is van uw wil, mag onder dwang worden gevorderd zonder dat dit strijd oplevert met artikel 6 EVRM. Materiaal dat wel van uw wil afhankelijk is, mag ook worden gevorderd, maar uitsluitend onder de restrictie dat het niet wordt gebruikt voor beboeting of bestraffing.
Op 24 april 2015 heeft de Hoge Raad dat verder afgebakend in vijf samenhangende arresten. De kwalificatie hangt af van de aard van het materiaal, dus of het in fysieke zin bestaat onafhankelijk van uw wil. Zij hangt niet af van de vraag of de stukken zonder uw medewerking te verkrijgen waren. De advocaat-generaal wilde het anders, de Hoge Raad volgde hem niet.
| Categorie | Wat het is | Gevolg bij dreigende boete |
|---|---|---|
| Wilsonafhankelijk | Bestaat los van uw wil: bankafschriften, contracten, facturen, de administratie zelf | Volledige medewerkingsplicht blijft; geen beroep op nemo tenetur mogelijk |
| Wilsafhankelijk | Ontstaat door een wilshandeling: verklaringen, toelichtingen op intenties, antwoorden op vragen over wat u wist of dacht | Mag worden gevorderd, maar uitsluitend bruikbaar voor de heffing, niet voor de boete |
In de praktijk is die scheiding minder schoon dan zij op papier oogt. Een verklaring die is afgelegd, staat in het dossier. Dat zij formeel niet voor de boete mag worden gebruikt, betekent niet dat zij uit het geheugen van de behandelaar verdwijnt.
Niet meteen antwoorden
Hier past een praktische regel die belangrijker is dan alle voorgaande alinea's samen.
In een gesprek van mens tot mens is het beter een slag om de arm te houden dan te antwoorden wanneer u het niet zeker weet. Zeg dat u erop terugkomt, en doe dat schriftelijk. Dat is geen ontwijken, het is de enige manier om te voorkomen dat een spontaan antwoord over intenties, wetenschap of feiten van jaren geleden een eigen leven gaat leiden.
Een schriftelijk antwoord kunt u nalezen, laten controleren en zo nodig corrigeren. Een mondeling antwoord staat in het verslag van de ander.
Het verloop van een controle
Aankondiging
De AWR verplicht niet tot aankondiging, maar in de praktijk gebeurt dat vrijwel altijd. Onaangekondigd bezoek komt voor wanneer aankondiging het onderzoek zou frustreren.
De aankondiging is het moment om de reikwijdte vast te leggen. Vraag schriftelijk om bevestiging van welke middelen en welke jaren het onderzoek betreft. Dat kost een brief en het bepaalt de rest van het traject.
Het inleidend gesprek
Hier worden afspraken gemaakt over reikwijdte, werkwijze, toegang en aanspreekpunt. Er is geen wettelijke regeling, geen verslagplicht en geen termijn.
Maak zelf een verslag en stuur het na afloop toe met het verzoek onjuistheden te corrigeren. Zonder verslag bestaan de afspraken over de reikwijdte alleen in het geheugen van twee partijen die er later verschillend over kunnen denken.
Laat uw adviseur aanwezig zijn. Niet om te blokkeren, maar omdat iemand moet meeluisteren die weet welke vraag buiten het bestek valt.
De uitvoering
De inspecteur bepaalt de diepgang, kan deskundigen inschakelen en kan een derdenonderzoek starten. Er is geen wettelijke maximumduur.
Beantwoord aanvullende vragen schriftelijk waar dat kan. Dat vertraagt niet, het verheldert: u leest terug wat er precies is gevraagd, en de inspecteur leest terug wat er precies is geantwoord.
Het slotgesprek
De inspecteur deelt zijn voorlopige bevindingen. U kunt reageren en tegenbewijs leveren.
Dit is het gesprek waarin de meeste schade ontstaat, om twee redenen. Het traject heeft lang geduurd en iedereen wil afronden. En de bevindingen komen mondeling, waardoor er ter plekke wordt gereageerd op cijfers die u nog niet hebt kunnen narekenen.
Ga niet mondeling akkoord met correcties. Zeg dat u de bevindingen schriftelijk wilt ontvangen en er schriftelijk op terugkomt. Dat is uw goed recht en het is de enige verstandige route.
Het concept-controlerapport
Hier ligt het zwaartepunt van uw verdediging. Wat u nu schriftelijk aanvoert, staat in het dossier dat een rechter jaren later leest. Wat u niet aanvoert, moet later worden uitgelegd.
Reageer schriftelijk op zowel de feiten als de juridische kwalificatie, ook wanneer de correctie beperkt is. Betwist expliciet wat u betwist, en houd het overige neutraal in plaats van instemmend.
Het definitieve rapport
Het rapport is de basis voor de aanslag, de boetebeschikking en de rentebeschikking. Vanaf dat moment gelden de gewone rechtsmiddelen: bezwaar binnen zes weken na dagtekening.
De informatiebeschikking
Voldoet u naar het oordeel van de inspecteur niet aan uw informatie-, administratie- of bewaarplicht, dan kan hij een informatiebeschikking geven op grond van artikel 52a AWR.
Dat is een zelfstandige, voor bezwaar vatbare beschikking. De termijn is zes weken na dagtekening, met dezelfde regels als bij een aanslag.
Wordt de beschikking onherroepelijk, dan volgt omkering en verzwaring van de bewijslast in de hoofdzaak. Dat is een gevolg dat zich niet meer laat repareren.
| Keuze | Voordeel | Risico |
|---|---|---|
| Bezwaar maken | De beschikking kan worden vernietigd; het geschil over de reikwijdte van de vragen wordt nu uitgevochten in plaats van later | Kosten en tijd; verliest u, dan moet u alsnog verstrekken |
| Geen bezwaar | Rust, wanneer de correctie beperkt blijft | Onherroepelijke omkering van de bewijslast; in de hoofdzaak moet u overtuigend aantonen dat de aanslag onjuist is |
| Alsnog voldoen | De inspecteur kan de beschikking intrekken | De informatie is verstrekt en blijft bruikbaar voor de heffing |
De praktijk laat zien dat het derde spoor vaak het verstandigst is wanneer de gevraagde informatie er gewoon is en niets bijzonders bevat. Het eerste spoor is aangewezen wanneer de vraag zelf het probleem is.
Wat u niet moet doen, is de termijn laten verlopen omdat u de hoofdzaak wilt afwachten. Dan is de discussie over de reikwijdte van de vragen definitief voorbij en begint de hoofdzaak met een achterstand die zelden is in te lopen.
Omkering en verzwaring van de bewijslast
Wanneer treedt zij in
Op grond van artikel 25 lid 3 AWR in de bezwaarfase en artikel 27e AWR in beroep, in twee gevallen: wanneer de vereiste aangifte niet is gedaan, en wanneer een informatiebeschikking onherroepelijk is geworden.
Voor de vraag wanneer de vereiste aangifte niet is gedaan, heeft de Hoge Raad op 27 mei 2022 een beoordelingskader gegeven in wat het Trustvraagarrest is gaan heten. Dat arrest is ook van belang voor de vraag of de omkering de gehele aanslag treft of alleen een onderdeel daarvan.
Wat het betekent
De maatstaf verschuift van aannemelijk maken naar overtuigend aantonen. Twijfel werkt dan in het nadeel van de belastingplichtige. In een dossier waarin de administratie juist het probleem was, is dat een zware opgave.
De grens: een redelijke schatting
Omkering ontslaat de inspecteur niet van de verplichting de correcties niet naar willekeur vast te stellen. De aanslag moet berusten op een redelijke schatting.
Maar die toets is minder streng dan men hoopt. De Hoge Raad oordeelde op 18 augustus 2023 dat de beoordeling of een schatting redelijk en niet willekeurig is, niet zo ver gaat dat de inspecteur aannemelijk moet maken dat zijn schatting overeenkomt met de werkelijk verschuldigde belasting. Een dergelijke eis zou de omkering van de bewijslast ongedaan maken.
Praktisch betekent dit dat een schatting die is gebaseerd op objectieve aanknopingspunten, zoals branchegemiddelden, een vermogensvergelijking of een kasopstelling, de toets in de regel doorstaat. Het bewijsrisico ligt daarna bij u.
Van controle naar aanslag
Navordering
Navordering op grond van artikel 16 AWR vereist een nieuw feit: een feit dat de inspecteur bij het vaststellen van de primitieve aanslag niet bekend was en redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn.
Hier speelt het ambtelijk verzuim. Heeft de inspecteur vóór het opleggen van de aanslag onderzoek gedaan en daarbij iets gemist wat hij bij enige zorgvuldigheid had moeten zien, dan kan hij daarop niet terugkomen. Een boekenonderzoek dat aan de aanslag voorafging, verzwaart die zorgplicht.
Kwade trouw van de belastingplichtige heft het vereiste van het nieuwe feit op.
De termijn bedraagt vijf jaar na afloop van het belastingjaar, en twaalf jaar bij bestanddelen die in het buitenland zijn opgekomen of gehouden.
Naheffing
Naheffing op grond van artikel 20 AWR geldt voor belastingen die op aangifte worden voldaan of afgedragen, zoals omzetbelasting en loonheffing. Daarvoor is geen nieuw feit vereist, en ambtelijk verzuim speelt daar dus niet.
Boetes
Verzuim of vergrijp
Een verzuimboete vereist geen opzet of grove schuld. Zij wordt opgelegd bij het niet of niet tijdig doen van aangifte of betalen, en blijft achterwege bij afwezigheid van alle schuld.
Een vergrijpboete vereist opzet of grove schuld, en de inspecteur moet die stellen en bewijzen. De omkering van de bewijslast die voor de heffing geldt, geldt uitdrukkelijk niet voor het vaststellen van opzet of grove schuld. Dat is een onderscheid dat in de praktijk regelmatig wordt vergeten.
De percentages
Paragraaf 25 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bepaalt dat de inspecteur bij grove schuld een vergrijpboete oplegt van 25 procent en bij opzet van 50 procent van de boetegrondslag.
Voor correcties op box 3-vermogen gelden aanzienlijk hogere percentages: 150 procent bij grove schuld en 300 procent bij opzet.
Bij recidive kan de boete oplopen tot 100 procent. Voor het privégebruik van een auto kent het besluit eigen percentages van 40 procent bij grove schuld en 80 procent bij opzet.
Het wettelijk maximum van de artikelen 67d, 67e en 67f AWR bedraagt 100 procent van de grondslag. Dat maximum is iets anders dan het beleidsuitgangspunt: een boete van 100 procent vergt een strafverzwarende omstandigheid en een aparte motivering.
Pleitbaar standpunt
Is het ingenomen standpunt, gelet op de stand van de jurisprudentie en de doctrine ten tijde van de aangifte, in die mate juridisch verdedigbaar dat u redelijkerwijs kon menen juist te handelen, dan ontbreekt de voor een vergrijpboete vereiste opzet of grove schuld.
De toets is objectief. Wat u destijds werkelijk dacht, is niet doorslaggevend. Wat telt is of het standpunt verdedigbaar was.
Motivering
Het schuldverwijt moet concreet worden onderbouwd. Een kwalificatie als opzet zonder feitelijke onderbouwing volstaat niet. Controleer de boetebeschikking en het controlerapport dus niet alleen op het bedrag, maar op de vraag of daar staat waaróm van opzet sprake zou zijn.
Wanneer het strafrechtelijk wordt
Bij een vermoeden van fiscale fraude kan een zaak worden aangemeld voor strafrechtelijke afdoening. Dat verloopt via het overleg tussen Belastingdienst, FIOD en het Openbaar Ministerie op grond van het AAFD-protocol, waarin drempelbedragen en kwalitatieve criteria zijn opgenomen.
Voor de praktijk is één moment beslissend: zodra er een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit bestaat, is de betrokkene verdachte en moet de cautie worden gegeven. Vanaf dat moment is er geen antwoordplicht meer op vragen die op het strafbare feit zien.
De overgang van controle naar opsporing is in de praktijk zelden scherp gemarkeerd. Er is geen bel die gaat. Wat er wel is, zijn signalen: vragen die niet meer over cijfers gaan maar over wie wat wist, een tweede persoon die aanschuift, of een verzoek om een gesprek zonder de administratie erbij.
Zodra een boete of een strafrechtelijk traject in beeld komt, is het moment gekomen om het gesprek te onderbreken en juridische bijstand in te schakelen. Dat is geen teken van schuld. Het is de enige manier om te voorkomen dat een verklaring die bedoeld was om iets uit te leggen, later als bewijs wordt gelezen.
Modeldocumenten
Reactie op de aankondiging van een boekenonderzoek
Belastingdienst [kantoor] [plaats], [datum] Betreft: aangekondigd boekenonderzoek Uw kenmerk: [kenmerk] Belastingplichtige: [naam], fiscaal nummer [nummer] Geachte heer, mevrouw, Wij hebben uw brief van [datum] in goede orde ontvangen, waarin u een boekenonderzoek aankondigt bij [naam]. Wij treden in deze zaak op als gemachtigde. Een kopie van de machtiging treft u bijgaand aan. Wij verzoeken u alle correspondentie aan ons te richten. Ter voorbereiding verzoeken wij u schriftelijk te bevestigen: 1. op welke belastingmiddelen het onderzoek betrekking heeft; 2. op welke jaren of tijdvakken; 3. welke onderdelen van de administratie u wenst in te zien; 4. de aanleiding voor het onderzoek, voor zover u die kunt vermelden. Wij zeggen onze medewerking toe. Voor een doelmatig verloop stellen wij voor de gevraagde stukken vooraf schriftelijk te specificeren. Hoogachtend, [naam gemachtigde]
Gespreksverslag na het inleidend gesprek
Belastingdienst [kantoor] Ter attentie van [naam controlemedewerker] [plaats], [datum] Betreft: verslag inleidend gesprek d.d. [datum] Geachte heer, mevrouw, Ter vastlegging van hetgeen op [datum] is besproken, bevestigen wij het volgende. Aanwezig: [namen en hoedanigheden] Reikwijdte van het onderzoek Het onderzoek betreft [middelen] over [jaren]. Andere middelen en jaren vallen buiten het onderzoek. Werkwijze [afspraken over locatie, toegang tot systemen, aanspreekpunt, termijnen voor beantwoording] Overige afspraken [opsomming] Wij verzoeken u binnen twee weken te bevestigen dat dit verslag juist en volledig is, dan wel aan te geven op welke punten uw weergave afwijkt. Bij uitblijven van een reactie gaan wij ervan uit dat u zich in dit verslag kunt vinden. Hoogachtend, [naam gemachtigde]
Reactie op een te ruim informatieverzoek
Belastingdienst [kantoor] [plaats], [datum] Betreft: uw informatieverzoek van [datum] Geachte heer, mevrouw, Wij ontvingen uw verzoek van [datum] om [omschrijving]. Wij zijn bereid mee te werken. Om te kunnen beoordelen welke stukken onder uw verzoek vallen, verzoeken wij u te preciseren: 1. op welke bepaling u het verzoek baseert; 2. op welk middel en welk tijdvak het ziet; 3. welk belang de gevraagde gegevens dienen voor de heffing. Voor zover uw verzoek zich uitstrekt tot rapporten of geschriften die ten doel hebben de fiscale positie van belanghebbende te belichten of hem daaromtrent te adviseren, wijzen wij op het arrest van de Hoge Raad van 23 september 2005. Van die stukken zullen wij, voor zover van toepassing, een geschoonde versie verstrekken. Na ontvangst van uw reactie leveren wij de stukken binnen [termijn] aan. Hoogachtend, [naam gemachtigde]
Reactie op het concept-controlerapport
Belastingdienst [kantoor] [plaats], [datum] Betreft: reactie op concept-controlerapport van [datum] Geachte heer, mevrouw, Wij ontvingen uw concept-controlerapport van [datum]. Namens belanghebbende reageren wij als volgt. 1. Feitelijke onjuistheden [genummerd, met verwijzing naar de betreffende passage en de onderbouwing] 2. Correcties waarmee belanghebbende zich niet kan verenigen [per correctie: het standpunt van de inspecteur, het standpunt van belanghebbende, en de juridische onderbouwing] 3. Correcties waarover geen geschil bestaat [opsomming, met de uitdrukkelijke vermelding dat hiermee geen erkenning wordt gegeven ten aanzien van de overige punten] 4. De aangekondigde boete [betwisting van opzet of grove schuld; beroep op pleitbaar standpunt; opmerkingen over de motivering] 5. Verzoeken Wij verzoeken u het rapport op de genoemde punten aan te passen en ons het definitieve rapport toe te zenden voordat aanslagen worden opgelegd. Belanghebbende behoudt zich alle rechten voor. Hoogachtend, [naam gemachtigde]
Bezwaar tegen een informatiebeschikking
Belastingdienst [kantoor] [plaats], [datum] Betreft: bezwaar tegen informatiebeschikking Kenmerk beschikking: [nummer] Dagtekening: [datum] Geachte inspecteur, Namens [naam] maken wij bezwaar tegen de informatiebeschikking van [datum]. 1. Belanghebbende heeft aan zijn verplichtingen voldaan [onderbouwing per gevraagd onderdeel] 2. Het verzoek was niet toegewezen op de juiste grondslag [voor zover van toepassing: het verzoek zag op stukken die strekken tot advisering, dan wel op gegevens buiten het onderzoeksbereik] 3. Het verzoek voldoet niet aan het proportionaliteitsvereiste [onderbouwing] Wij verzoeken u de informatiebeschikking te vernietigen. Voorts verzoeken wij u: - ons te horen alvorens uitspraak te doen; - ons inzage te verlenen in de op de zaak betrekking hebbende stukken; - de kosten van deze procedure te vergoeden op de voet van artikel 7:15 Awb. Voor zover u van oordeel bent dat belanghebbende niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan, verzoeken wij u een termijn te stellen waarbinnen alsnog kan worden voldaan. Hoogachtend, [naam gemachtigde]
Wat er in de praktijk misgaat
Te ruim antwoorden op een te ruime vraag. Een breed geformuleerd verzoek wordt volledig beantwoord, ook voor zover het te ruim was. Wat eenmaal is verstrekt, is verstrekt, en het opent nieuwe onderzoekslijnen buiten het oorspronkelijke bestek. Beoordeel elk verzoek op reikwijdte voordat u antwoordt, en vraag bij twijfel schriftelijk om de grondslag.
Adviezen meesturen die onder fair play vielen. Het volledige adviseursdossier gaat mee, inclusief memoranda en due diligence-rapporten. De bescherming vervalt op het moment van verstrekking en de inhoud wordt gebruikt bij de kwalificatie van feiten en intenties, vaak juist in de boetediscussie. Scheid vooraf de feitelijke stukken van de adviesstukken en verstrek een geschoonde versie.
Geen verslag van het inleidend gesprek. De sfeer is informeel en er wordt vertrouwd op mondelinge afspraken. Later blijkt de inspecteur van een ruimere reikwijdte uit te gaan en is er niets waarmee dat kan worden weersproken. Maak altijd een verslag en stuur het toe met verzoek om bevestiging.
Ter plekke antwoorden op een vraag waarvan u het antwoord niet zeker weet. Uit beleefdheid of onder tijdsdruk wordt iets gezegd over feiten van jaren geleden. Het antwoord komt in het verslag en moet later worden bijgesteld, wat de geloofwaardigheid raakt. Zeg dat u erop terugkomt en doe dat schriftelijk.
Akkoord gaan met het concept-controlerapport. Na een lang traject wil iedereen afronden en wordt stilzwijgend of mondeling ingestemd. Dat akkoord wordt gelezen als erkenning van de feiten en beperkt wat u in bezwaar en beroep nog kunt aanvoeren. Reageer altijd schriftelijk, ook bij een beperkte correctie.
Doorpraten nadat de boete in beeld kwam. Er worden verklaringen afgelegd over wetenschap en intenties nadat de vergrijpboete is aangekondigd. Formeel mag afgedwongen wilsafhankelijk materiaal niet voor de boete worden gebruikt, maar de scheiding tussen dossiers is in de praktijk minder schoon dan in de rechtspraak. Onderbreek het gesprek zodra de boete ter sprake komt.
Geen bezwaar tegen de informatiebeschikking. De termijn van zes weken verstrijkt omdat de hoofdzaak wordt afgewacht. Het gevolg is onherroepelijke omkering van de bewijslast en een hoofdzaak die begint met een achterstand. Bewaak de termijn en maak bezwaar, of voldoe alsnog en verzoek om intrekking.
Randadministratie op orde laten, kernadministratie niet. Gebreken op bijkomstige punten worden gebruikt als opstap naar het oordeel dat de administratie als geheel niet voldoet aan artikel 52 AWR. Dat is het fundament onder een informatiebeschikking. Controleer de volledigheid op alle onderdelen, ook de minder voor de hand liggende, en bewaar ook zakelijke elektronische communicatie.
Checklist: wat u zelf kunt doen
Zodra de aankondiging binnenkomt
- Meld het direct bij uw adviseur, ook wanneer u geen probleem verwacht
- Laat schriftelijk bevestigen om welke middelen en jaren het gaat
- Verzamel de administratie voor die jaren en controleer op volledigheid
- Zet de adviesdossiers apart van de feitelijke stukken
Tijdens het onderzoek
- Laat één persoon het aanspreekpunt zijn
- Beantwoord waar mogelijk schriftelijk
- Weet u iets niet zeker, zeg dan dat u erop terugkomt
- Verstrek geen stukken zonder dat iemand heeft beoordeeld of ze onder het verzoek vallen
- Houd bij welke stukken op welke datum zijn verstrekt
Waarschuwingssignalen
- De vragen gaan niet meer over cijfers maar over wat u wist of dacht
- Er schuift iemand aan die niet eerder aanwezig was
- Er wordt gesproken over opzet, grove schuld of een boete
- Er wordt gevraagd naar een gesprek zonder de administratie erbij
Bij een van deze signalen: het gesprek onderbreken en juridische bijstand inschakelen voordat er verder wordt gesproken.
Wat u beter niet doet
- Mondeling akkoord gaan met correcties
- Het volledige adviseursdossier meesturen
- Stukken verstrekken over jaren of middelen buiten het onderzoek
- Vertrouwen op mondelinge afspraken over de reikwijdte
Rechtspraak
HR 23 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR6468 Fair play verzet zich ertegen dat de inspecteur artikel 47 AWR gebruikt om kennis te krijgen van rapporten en geschriften van derden voor zover die strekken tot het belichten van de fiscale positie of tot advisering.
HR 23 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3140 Hetzelfde beginsel, toegepast op een due diligence-rapport. De bescherming omvat ook de onderdelen die met dat doel feitelijke gegevens bevatten. De resterende onderdelen moeten worden verstrekt, waartoe splitsing of schoning nodig kan zijn.
HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3640 Nemo tenetur. Onderscheid tussen wilsafhankelijk en wilsonafhankelijk materiaal. Wilsafhankelijk materiaal mag worden gevorderd, maar uitsluitend onder de restrictie dat het alleen voor de belastingheffing wordt gebruikt en niet voor beboeting of bestraffing.
HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1117 Nadere afbakening in vijf samenhangende arresten. De kwalificatie als wilsafhankelijk of wilsonafhankelijk is verbonden aan de aard van het materiaal, dus of het in fysieke zin bestaat onafhankelijk van de wil, en niet aan de vraag of het zonder medewerking te verkrijgen was.
HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:767 Het Trustvraagarrest. Beoordelingskader voor de vraag of de vereiste aangifte is gedaan, en voor de omvang waarin de omkering van de bewijslast vervolgens geldt.
HR 18 augustus 2023, ECLI:NL:HR:2023:1093 Artikel 27e AWR. De beoordeling of een schatting redelijk en niet willekeurig is, gaat niet zo ver dat de inspecteur aannemelijk moet maken dat de schatting overeenkomt met de werkelijk verschuldigde belasting. Een zo ver gaande eis zou de omkering van de bewijslast ongedaan maken.
Wat wij doen
Wij begeleiden boekenonderzoeken van de aankondiging tot het definitieve rapport, en waar nodig daarna in bezwaar en beroep.
Wat dat in de praktijk betekent is minder spectaculair dan het klinkt. Het is de reikwijdte schriftelijk vastleggen voordat iemand langskomt. Het is beoordelen welk deel van een informatieverzoek beantwoord moet worden en welk deel niet. Het is het dossier scheiden in wat feitelijk is en wat advies is. En het is aanwezig zijn bij de gesprekken, zodat er iemand meeluistert die weet wanneer een vraag verandert van aard.
Wij zijn fiscalisten én Register Belastingadviseurs. Bij een boekenonderzoek betekent dat concreet dat degene die met de inspecteur aan tafel zit, ook degene is die de zaak zou voeren als het tot een procedure komt.
Loopt er een onderzoek, of is er een aankondiging binnengekomen, neem dan contact op voordat het eerste gesprek plaatsvindt. Na afloop van dat gesprek is de reikwijdte in de praktijk al bepaald.
De informatie op deze pagina is van algemene en informatieve aard en vormt geen fiscaal of juridisch advies. Bepalingen, bedragen en percentages gelden naar de stand van het moment van schrijven en kunnen wijzigen.