Hoe ver kan de Belastingdienst terug bij buitenlands vermogen?
Voor vermogen en inkomen in het buitenland kan de Belastingdienst twaalf jaar terug in plaats van vijf. In 2026 kan de inspecteur daardoor nog inkomstenbelasting navorderen over het jaar 2014. Voor de erfbelasting over buitenlands vermogen dat niet is aangegeven, geldt zelfs helemaal geen vervaltermijn. Wie een buitenlandse rekening, beleggingsportefeuille of woning nooit volledig heeft aangegeven, heeft dus te maken met een lange staart van open jaren.
Toch is twaalf jaar geen automatisme. De verlengde termijn geldt alleen voor het buitenlandse deel, de inspecteur heeft in beginsel een nieuw feit nodig, binnen de Europese Unie moet hij na ontvangst van gegevens voortvarend handelen, en voor aangiftebelastingen zoals dividendbelasting en loonheffing geldt de verlenging niet. Op deze pagina staat per belasting hoe ver de Belastingdienst terug kan, welke uitzonderingen gelden en wat dat betekent voor de belasting, de rente en de boete.
In het kort
- De gewone navorderingstermijn is vijf jaar (artikel 16, derde lid, AWR). Voor buitenlandse bestanddelen is dat twaalf jaar (artikel 16, vierde lid, AWR).
- Bij de inkomstenbelasting telt de termijn vanaf het einde van het belastingjaar. In 2026 staat 2014 nog open; op 1 januari 2027 vervalt dat jaar.
- Uitstel voor het doen van aangifte verlengt ook de termijn van twaalf jaar, met de duur van het verleende uitstel.
- Voor erfbelasting over niet aangegeven buitenlands vermogen vervalt de bevoegdheid tot navorderen niet (artikel 66, vierde lid, Successiewet 1956).
- Voor naheffing van aangiftebelastingen, zoals dividendbelasting en loonheffing, blijft de termijn vijf jaar.
Buitenlands vermogen dat niet (volledig) is aangegeven, of al een brief ontvangen? Wij stellen vast welke jaren nog openstaan, berekenen per jaar wat u verschuldigd bent en verzorgen de verbetering en de correspondentie met de Belastingdienst.
Adviesmemo binnen tien werkdagen: EUR 950 excl. btw (EUR 1.149,50 incl. btw). Bekijk de aanpak en prijzen →
Stel uw vraag per e-mailVertrouwelijk. Vaste prijs vooraf. Advies en uitvoering uit één hand. Aangesloten bij het Register Belastingadviseurs.
Wat is het verschil tussen vijf en twaalf jaar?
De hoofdregel staat in artikel 16, derde lid, AWR: de bevoegdheid tot navorderen vervalt vijf jaar na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Voor zover te weinig belasting is geheven over een bestanddeel dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen, vervangt het vierde lid die vijf jaar door twaalf jaar. De wetgever koos daarvoor omdat de Belastingdienst buitenlandse gegevens minder snel en minder volledig ontvangt dan binnenlandse.
Bij de inkomstenbelasting ontstaat de belastingschuld aan het einde van het kalenderjaar. De termijn van twaalf jaar voor het jaar 2014 loopt dus af aan het einde van 2026. Tot en met 31 december 2026 kan de inspecteur over 2014 nog navorderen, voor zover het gaat om een buitenlands bestanddeel. Voor binnenlandse correcties staat in 2026, zonder uitstel van aangifte, alleen nog 2021 en later open.
Wat telt als buitenlands bestanddeel?
De wet spreekt van een voorwerp van belasting dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen. Denk aan een bankrekening of effectenrekening bij een buitenlandse instelling, een woning of ander vastgoed in het buitenland, en de inkomsten die daaruit voortkomen, zoals rente, dividend en huur. Ook een buitenlandse vennootschap of een buitenlands deelnemingsbelang kan eronder vallen.
De verlengde termijn geldt alleen voor dat buitenlandse bestanddeel. Een buitenlandse rekening opent niet de weg om over twaalf jaar ook binnenlandse posten te corrigeren, zoals een te hoge aftrek of een vergeten Nederlandse spaarrekening. Wordt in één jaar zowel een binnenlandse als een buitenlandse correctie aangebracht, dan geldt voor het binnenlandse deel gewoon de termijn van vijf jaar. De inspecteur moet bovendien aannemelijk maken dat er in het betreffende jaar daadwerkelijk een buitenlands bestanddeel was.
Wordt de termijn verlengd door uitstel van aangifte?
Ja. Artikel 16, derde lid, tweede volzin, AWR bepaalt dat de navorderingstermijn wordt verlengd met de duur van het uitstel dat voor het doen van aangifte is verleend. Het vierde lid wijkt alleen af van de eerste volzin van het derde lid, zodat die verlenging ook voor de termijn van twaalf jaar geldt. Beslissend is het uitstel dat is verleend, niet het uitstel dat feitelijk is benut.
In de praktijk betekent dit dat een jaar waarvoor via een adviseur uitstel tot bijvoorbeeld 1 mei van het tweede jaar is verkregen, langer openstaat dan de kale rekensom suggereert. Wie wil weten of een oud jaar nog kan worden nagevorderd, moet daarom ook de uitstelregeling van dat jaar erbij nemen.
Heeft de inspecteur een nieuw feit nodig?
In beginsel wel. Artikel 16, eerste lid, AWR vereist voor navordering een feit dat de inspecteur niet kende en redelijkerwijs niet had kunnen kennen. Het vierde lid verlengt alleen de termijn en verandert niets aan die voorwaarde. Uit de wetsgeschiedenis volgt wel dat de termijn van twaalf jaar niet afhangt van goede of kwade trouw: ook wie te goeder trouw een buitenlandse rekening vergat, valt eronder.
Het vereiste van een nieuw feit vervalt bij kwade trouw, dat wil zeggen als de belastingplichtige de inspecteur opzettelijk onjuiste inlichtingen heeft gegeven of juiste inlichtingen heeft onthouden. De Hoge Raad heeft in 2023 verduidelijkt dat het daarbij gaat om gedragingen van vóór het vaststellen van de aanslag (HR 9 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:873). Gegevens die de Belastingdienst uitsluitend via de Europese regels voor administratieve samenwerking ontvangt, gelden op grond van artikel 16, achtste lid, AWR niet als feiten die hij al kende. Automatisch uitgewisselde bankgegevens leveren daardoor in beginsel een nieuw feit op.
Moet de inspecteur snel handelen?
Bij vermogen in een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte wel. Het Hof van Justitie oordeelde op 11 juni 2009 in de zaken C-155/08 en C-157/08 (Passenheim-van Schoot) dat een langere navorderingstermijn voor verborgen buitenlands vermogen toelaatbaar is, maar evenredig moet blijven. De Hoge Raad heeft daaruit afgeleid dat de inspecteur, zodra hij aanwijzingen heeft, met redelijke voortvarendheid moet werken. Een onverklaarde vertraging van meer dan zes maanden is in ieder geval te lang (HR 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:717, bevestigd in HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:689, en HR 1 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1105).
Voor vermogen buiten de EU en de EER ligt dat anders. Hof Den Haag oordeelde op 16 april 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:715) dat de voortvarendheidseis wel gold voor Duitse rekeningen, maar niet op dezelfde manier voor Amerikaanse rekeningen, omdat het Unierecht bij derde landen op dit punt minder bescherming biedt. Voor een rekening in bijvoorbeeld Zwitserland, de Verenigde Staten of een land in Azië of Zuid-Amerika is een lange stilte aan de kant van de inspecteur dus minder snel een verweer.
Bij een EU-rekening loont het wel om na te gaan wanneer de Belastingdienst de gegevens ontving en wanneer de eerste vraag werd gesteld. Hof Amsterdam behandelde op 3 februari 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:428) een zaak waarin een eerste informatieverzoek ruim twee jaar na ontvangst van de gegevens onvoldoende voortvarend was bevonden. In zo'n geval kan navordering met de verlengde termijn voor de oudste jaren wegvallen.
Tot wanneer kan een boete worden opgelegd?
Een vergrijpboete bij navordering wordt in beginsel tegelijk met de navorderingsaanslag opgelegd (artikel 67e, eerste lid, AWR). De bevoegdheid tot beboeten loopt daarmee gelijk met de navorderingstermijn: kan het jaar nog worden nagevorderd, dan kan er in beginsel ook nog een boete komen. Voor box 3 bedraagt het wettelijke maximum 300 procent van de nagevorderde belasting (artikel 67e, zesde lid, AWR). Het beleid gaat uit van 150 procent bij opzet en 75 procent bij grove schuld, waarna de inspecteur de boete aan de omstandigheden moet aanpassen.
Er is één uitloop. Worden de feiten die tot navordering leiden pas bekend in de laatste zes maanden van de termijn, dan mag de inspecteur de boete nog binnen zes maanden na de navorderingsaanslag opleggen, mits hij bij die aanslag meedeelt dat een boeteonderzoek wordt ingesteld (artikel 67e, derde lid, AWR). Een navorderingsaanslag over 2014 die eind december 2026 wordt opgelegd, kan dus in 2027 nog een boete krijgen.
Hoe ver kan de Belastingdienst terug bij schenk- en erfbelasting?
Artikel 66 van de Successiewet 1956 sluit aan bij de termijnen van vijf en twaalf jaar uit de AWR, maar legt het beginpunt anders. Voor de erfbelasting telt de termijn vanaf het overlijden. Voor de schenkbelasting geldt een bijzondere regel als er geen aangifte is gedaan: de termijn gaat dan pas lopen na de inschrijving van de akte van overlijden van de schenker of de begiftigde. Een schenking die nooit is aangegeven, kan daardoor tientallen jaren later nog worden belast.
Voor buitenlands vermogen in de erfbelasting geldt geen termijn. Is voor een bestanddeel dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen geen, een onjuiste of een onvolledige aangifte gedaan, dan vervalt de bevoegdheid tot navorderen niet (artikel 66, vierde lid, SW 1956). Volgens HR 3 maart 2017 (ECLI:NL:HR:2017:356) geldt dat voor oudere nalatenschappen alleen als de navorderingsbevoegdheid op 1 januari 2012 nog niet was vervallen. Ook hier moet de inspecteur na ontvangst van aanwijzingen voortvarend handelen. Meer over grensoverschrijdende nalatenschappen leest u in Erfbelasting over de grens →.
Geldt de twaalfjaarstermijn ook voor dividendbelasting, loonheffing en btw?
Nee. Artikel 16 AWR gaat over de aanslagbelastingen, zoals de inkomstenbelasting, de vennootschapsbelasting en de schenk- en erfbelasting. Voor de aangiftebelastingen geldt artikel 20 AWR, en daar bedraagt de naheffingstermijn vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan (artikel 20, derde lid, AWR). De enige verlenging tot twaalf jaar in artikel 20 ziet op overdrachtsbelasting bij de verkrijging van economische eigendom van onroerende zaken. De wetgever heeft bij de Wet minimumbelasting 2024 nog eens bevestigd dat de verlengde termijn voor grensoverschrijdende situaties niet voor aangiftebelastingen geldt.
Voor naheffing is overigens geen nieuw feit nodig. Binnen vijf jaar kan de inspecteur dividendbelasting, loonheffing of btw dus naheffen, ook als hij de gegevens eerder had kunnen kennen. Dat speelt bijvoorbeeld bij een buitenlandse vennootschap die feitelijk vanuit Nederland wordt geleid: daar kunnen de vennootschapsbelasting over twaalf jaar en de dividendbelasting over vijf jaar tegelijk aan de orde zijn.
Wat als de belastingplichtige is overleden?
De belastingschuld van een overledene gaat over op de erfgenamen die de nalatenschap aanvaarden (artikel 4:182 BW). De inspecteur kan na het overlijden binnen de gewone termijnen nog navorderingsaanslagen opleggen ten name van de overledene, en de ontvanger kan die op de erfgenamen verhalen. Hun aansprakelijkheid is wel beperkt tot wat zij uit de nalatenschap hebben ontvangen (artikel 48, eerste lid, Invorderingswet 1990).
Een boete gaat niet over. Op grond van artikel 5:42 Awb vervalt een boete bij het overlijden van de beboete persoon, en voor aanslagen die op dat moment nog niet waren opgelegd, ziet de inspecteur af van een vergrijpboete. Heeft de erfgenaam het geërfde buitenlandse vermogen daarna zelf niet in box 3 aangegeven, dan is dat een eigen verzuim, met een eigen termijn van twaalf jaar en een eigen boeterisico.
Hoeveel belastingrente komt erbij?
Over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting wordt belastingrente berekend op grond van artikel 30fc AWR. De rente loopt vanaf 1 juli na afloop van het belastingjaar tot de dag vóór de dag waarop de aanslag invorderbaar wordt, en wordt enkelvoudig berekend. Voor de inkomstenbelasting bedraagt het percentage in 2026 6,5 procent; voor eerdere tijdvakken golden lagere percentages.
Bij twaalf open jaren telt dat stevig op: over de oudste jaren kan de rente een groot deel van de nagevorderde belasting bedragen. Wie zelf om een navorderingsaanslag verzoekt, beperkt de renteloop. De rente stopt dan uiterlijk twaalf weken na ontvangst van het verzoek. Dat is een reden om een verbetering niet uit te stellen tot alle details bekend zijn.
Wat kunt u doen om het aantal jaren te beperken?
De termijn zelf ligt vast, maar de uitwerking niet. Begin met een overzicht per jaar: welke buitenlandse bestanddelen waren er, welk uitstel gold voor de aangifte, en welke jaren vallen al buiten de termijn. Voor jaren die nog openstaan, is de volgende vraag of de belasting over het forfaitaire of over het werkelijke rendement moet worden berekend. Voor 2017 tot en met 2022 en vanaf 2023 kan het werkelijke rendement onder voorwaarden lager uitkomen, mits u inzicht geeft in uw hele box 3-vermogen.
Heeft de Belastingdienst al vragen gesteld, controleer dan bij een rekening binnen de EU wanneer de gegevens zijn ontvangen en wanneer de eerste vraag kwam. Heeft u nog geen vraag ontvangen, dan kan een vrijwillige verbetering de boete verlagen. Voor box 3 levert inkeer sinds 2020 geen boetevrije uitkomst meer op, maar zij weegt wel mee als strafverminderende omstandigheid. Meer daarover leest u in Inkeerregeling bij buitenlands vermogen →. Ligt er al een brief, lees dan Brief van de Belastingdienst over uw buitenlandse rekening →.
Kerncijfers op een rij
| Onderwerp | Regel | Grondslag |
|---|---|---|
| Gewone navorderingstermijn | 5 jaar na ontstaan belastingschuld | Artikel 16, derde lid, AWR |
| Navorderingstermijn buitenlands bestanddeel | 12 jaar; in 2026 open tot en met 2014 | Artikel 16, vierde lid, AWR |
| Uitstel van aangifte | Termijn verlengd met duur verleend uitstel | Artikel 16, derde lid, tweede volzin, AWR |
| Nieuw feit | Vereist, behalve bij kwade trouw | Artikel 16, eerste lid, AWR |
| Voortvarendheid EU en EER | Geen onverklaarde vertraging van meer dan zes maanden | HR 27 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:717 |
| Vergrijpboete box 3 | Ten hoogste 300 procent; opleggen met de navordering | Artikel 67e, eerste en zesde lid, AWR |
| Erfbelasting buitenlands vermogen | Geen vervaltermijn | Artikel 66, vierde lid, SW 1956 |
| Schenkbelasting zonder aangifte | Termijn loopt pas na overlijden schenker of begiftigde | Artikel 66, eerste lid, SW 1956 |
| Naheffing aangiftebelastingen | 5 jaar, geen verlenging voor buitenland | Artikel 20, derde lid, AWR |
| Belastingrente inkomstenbelasting | 6,5 procent in 2026, vanaf 1 juli na het belastingjaar | Artikel 30fc AWR |
Veelgestelde vragen over hoe ver de Belastingdienst terug kan
Hoeveel jaar kan de Belastingdienst terug bij buitenlands vermogen?
Twaalf jaar, gerekend vanaf het einde van het belastingjaar (artikel 16, vierde lid, AWR). In 2026 kan de inspecteur dus nog inkomstenbelasting navorderen over 2014. Voor binnenlandse posten blijft de termijn vijf jaar.
Geldt de termijn van twaalf jaar ook als ik te goeder trouw was?
Ja. De verlengde termijn hangt niet af van goede of kwade trouw. Wel moet de inspecteur in beginsel een nieuw feit hebben, en bij vermogen binnen de EU moet hij na ontvangst van gegevens voortvarend handelen.
Wordt de termijn langer als ik uitstel had voor mijn aangifte?
Ja. De termijn wordt verlengd met de duur van het uitstel dat voor de aangifte is verleend, ook bij de termijn van twaalf jaar.
Hoe lang kan de Belastingdienst erfbelasting navorderen over een buitenlandse erfenis?
Voor buitenlands vermogen dat niet of onvolledig is aangegeven, vervalt de bevoegdheid niet (artikel 66, vierde lid, SW 1956). Voor nalatenschappen van vóór 2012 geldt dat alleen als de navorderingsbevoegdheid op 1 januari 2012 nog bestond.
Kan de Belastingdienst ook twaalf jaar dividendbelasting naheffen?
Nee. Voor aangiftebelastingen zoals dividendbelasting, loonheffing en btw geldt een naheffingstermijn van vijf jaar, zonder verlenging voor buitenlandse situaties (artikel 20, derde lid, AWR).
Moeten erfgenamen betalen voor een rekening die hun ouder verzweeg?
De belastingschuld gaat over op de erfgenamen, maar hun aansprakelijkheid is beperkt tot wat zij uit de nalatenschap ontvingen. Een boete gaat niet over. Voor de periode na het overlijden zijn de erfgenamen zelf verantwoordelijk voor de aangifte.
Waarom dit maatwerk is
De vraag hoe ver de Belastingdienst terug kan, heeft zelden één antwoord. Per jaar, per bestanddeel en per belasting kan de uitkomst verschillen: een binnenlandse correctie die al verjaard is, een buitenlandse rekening die nog openstaat, een schenking zonder aangifte die nog altijd kan worden belast, en een EU-dossier waarin de inspecteur te lang heeft stilgezeten. Wie dat overzicht niet maakt, betaalt al snel over jaren die niet meer mochten worden meegenomen.
Wij brengen eerst in een adviesmemo per jaar in kaart wat nog open staat, wat de belasting, de rente en het boeterisico zijn, en welke verweren er zijn. Daarna verzorgen wij desgewenst de verbetering en de correspondentie met de Belastingdienst, tegen een vaste prijs per fase. Ook de aangiften inkomstenbelasting voor de jaren daarna kunnen wij overnemen, zodat het vermogen voortaan juist wordt aangegeven.
Stand van wet- en regelgeving: september 2026.
De informatie op deze pagina is van algemene en informatieve aard en vormt geen fiscaal, juridisch of financieel advies. Bedragen en percentages gelden voor 2026 en kunnen wijzigen. Voor toepassing op uw specifieke situatie adviseren wij u graag persoonlijk.
Wilt u weten welke jaren bij u nog openstaan? Wij brengen per jaar en per belasting in kaart wat de Belastingdienst nog kan navorderen, wat de belasting, de rente en het boeterisico zijn, en welke verweren er zijn.
Adviesmemo binnen tien werkdagen: EUR 950 excl. btw (EUR 1.149,50 incl. btw). Bekijk de aanpak en prijzen →
Stel uw vraag per e-mailVertrouwelijk. Vaste prijs vooraf. Advies en uitvoering uit één hand. Aangesloten bij het Register Belastingadviseurs.