Werkt u met zzp'ers? Zo beoordeelt de Belastingdienst uw opdracht

Of uw zzp'er fiscaal een zelfstandige is, hangt niet af van de overeenkomst die u samen tekende, maar van hoe er in de praktijk wordt gewerkt. De Hoge Raad weegt in het Deliveroo-arrest negen gezichtspunten in onderling verband, en de bedoeling van partijen zit daar niet bij. Blijkt achteraf dat er een dienstbetrekking was, dan bent u als opdrachtgever inhoudingsplichtig en kan de Belastingdienst tot vijf jaar terug loonheffingen naheffen bij u, niet bij de zzp'er.

Sinds 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium volledig opgeheven en legt de Belastingdienst weer correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen op. In 2025 gebeurde dat nog zonder boetes. Vanaf 1 januari 2026 gelden weer de normale boeteregels, dus met een verzuimboete tot 6.709 euro en bij opzet of grove schuld een vergrijpboete tot 100 procent. Dit artikel zet het volledige toetsingskader, de handhavingspraktijk en de financiële gevolgen op een rij, vanuit de positie van de opdrachtgever.

Wanneer is er sprake van een dienstbetrekking?

De privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst is gedefinieerd in artikel 7:610, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek: de overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt in dienst van de andere partij tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. De drie klassieke elementen zijn arbeid, loon en gezag, waarbij dat gezag schuilt in de woorden "in dienst van".

Voor de loonheffingen werkt artikel 2, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 als schakelbepaling: werknemer is de natuurlijke persoon die tot een inhoudingsplichtige in privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat. De civielrechtelijke kwalificatie is daarmee het primaire anker voor de fiscale inhoudingsplicht. Beoordeelt de rechter of de inspecteur de relatie als arbeidsovereenkomst, dan volgt de loonheffing daaruit vanzelf.

Welke negen gezichtspunten weegt de rechter?

In het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:443) heeft de Hoge Raad het toetsingskader uitgewerkt. Of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. In rechtsoverweging 3.2.5 noemt de Hoge Raad een niet-uitputtende en niet-hiërarchische lijst van omstandigheden die van belang kunnen zijn:

  1. de aard en duur van de werkzaamheden;
  2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  3. de inbedding van het werk en van de werkende in de organisatie en de bedrijfsvoering van de opdrachtgever;
  4. de verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  5. de wijze waarop de contractuele regeling tot stand is gekomen;
  6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en uitbetaald;
  7. de hoogte van de beloning;
  8. het al dan niet lopen van commercieel risico door de werkende;
  9. of de werkende zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, waarbij gedacht kan worden aan reputatie, acquisitie, fiscale behandeling en het aantal opdrachtgevers.

Cruciaal is wat er niet in die lijst staat. Of partijen de bedoeling hadden buiten het arbeidsrecht te blijven, is niet van belang. Het gaat om de feitelijke rechten en verplichtingen, niet om de titel boven het contract. Een overeenkomst van opdracht die in de uitvoering functioneert als een arbeidsovereenkomst, is een arbeidsovereenkomst.

De Belastingdienst heeft dit kader verwerkt in zijn beslis- en afwegingskader, gepubliceerd in november 2024, en in de Vragenlijst beoordeling arbeidsrelaties.

Telt het mee dat uw zzp'er echt ondernemer is?

Ja, maar niet als doorslaggevend argument. In het Uber-arrest van 21 februari 2025 (ECLI:NL:HR:2025:319) beantwoordde de Hoge Raad prejudiciële vragen van het Hof Amsterdam over precies dat negende gezichtspunt: het externe ondernemerschap van de werkende.

De uitkomst is nuchter. Er geldt geen rangorde tussen de negen omstandigheden. Het externe ondernemerschap weegt net zo zwaar als alle andere gezichtspunten, kan in een concreet geval van doorslaggevend belang zijn, maar kan evengoed door de overige omstandigheden worden overvleugeld. Wie hoopte dat een aantoonbaar ondernemende zzp'er per definitie buiten de dienstbetrekking valt, komt bedrogen uit.

De staatssecretaris van Financiën heeft bevestigd dat de Belastingdienst het externe ondernemerschap in de handhaving meeneemt als onderdeel van diezelfde holistische weging, en daarvoor ook de Vragenlijst beoordeling arbeidsrelaties gebruikt.

Is een inschrijving bij de Kamer van Koophandel of een btw-nummer genoeg?

Nee. Dat uw zzp'er bij de Belastingdienst als ondernemer staat ingeschreven of over een btw-nummer beschikt, is onvoldoende. Het zijn twee van de vele feiten die in gezichtspunt negen meewegen, meer niet.

In de praktijk blijken twee andere indicatoren doorgaans het zwaarst te wegen: de mate van organisatorische inbedding en het commerciële risico van de werkende. Doet uw zzp'er hetzelfde werk als uw eigen personeel, staat hij op het rooster, gebruikt hij uw systemen en materialen, en wordt hij aan uw klanten voorgesteld als onderdeel van het team, dan is de inbedding hoog. Factureert hij een vast uurtarief zonder enig risico op meerwerk, verlies of aansprakelijkheid, dan ontbreekt het commerciële risico. Die twee samen wegen zwaarder dan tien clausules in de overeenkomst.

Wat zijn fictieve dienstbetrekkingen en wanneer raken die u?

Naast de privaatrechtelijke dienstbetrekking kent de Wet op de loonbelasting 1964 een stelsel van fictieve dienstbetrekkingen. Die geven aanleiding tot inhoudingsplicht ongeacht de civielrechtelijke kwalificatie. Ook als u de Deliveroo-toets doorstaat, kunt u dus alsnog inhoudingsplichtig zijn.

Artikel 3: de wettelijke fictieve dienstbetrekkingen

Artikel 3, eerste lid, beschouwt onder meer als dienstbetrekking de arbeidsverhouding van:

  • degene die, niet in de uitoefening van een bedrijf of zelfstandig beroep en niet als thuiswerker, persoonlijk een werk tot stand brengt op grond van een overeenkomst van aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 van het Burgerlijk Wetboek, mits die overeenkomst niet rechtstreeks is aangegaan met een particulier ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden (onderdeel a);
  • de hulppersoon van die aannemer (onderdeel b);
  • de tussenpersoon of handelsagent die geregeld bemiddeling verleent bij het tot stand komen van overeenkomsten voor de opdrachtgever, mits hij die bemiddeling uitsluitend voor die ander verleent, zij niet bijkomstig is, en hij zich doorgaans niet door meer dan twee personen laat bijstaan (onderdelen c en d);
  • stagiairs, kinderen die in de onderneming werken en bestuurders (onderdelen e en f).

De aannemingsfictie van onderdeel a is voor opdrachtgevers in de bouw, techniek en installatie bijzonder relevant. Hof Den Haag oordeelde op 20 januari 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:353) dat ook waar geen privaatrechtelijke dienstbetrekking bestaat, de fictieve dienstbetrekking van de bemiddelingsvariant van toepassing kan zijn als aan de cumulatieve voorwaarden is voldaan.

Artikel 4: bij algemene maatregel van bestuur aangewezen ficties

Op grond van artikel 4 kunnen bij algemene maatregel van bestuur onder meer als dienstbetrekking worden aangewezen: thuiswerkers en hun hulpen; degene die arbeid verricht voor een lichaam waarin hij een aanmerkelijk belang heeft, de zogenoemde dga-fictie; de gelijkgestelde, die persoonlijk arbeid verricht en wiens arbeidsverhouding maatschappelijk met een dienstbetrekking gelijk kan worden gesteld; en de vrijwillige opt-in via een gezamenlijke melding bij de inspecteur.

De gelijkgestelde is een ruime fictie die in de praktijk vooral bij platformwerk en soortgelijke constructies opduikt. De dga-fictie kent zijn eigen loonregels, waarover u meer leest in Hoeveel salaris moet u zichzelf als dga uitkeren? →. Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigde in 2025 dat die fictie zelfs geldt wanneer het aanmerkelijk belang via een transparant fonds voor gemene rekening wordt gehouden.

Wat is er veranderd sinds 1 januari 2025?

Per 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium volledig opgeheven. Vanaf die datum kan de Belastingdienst bij opdrachtgevers weer correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen als schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld. Dat is het einde van bijna negen jaar waarin de Wet DBA formeel gold maar in de praktijk vrijwel niet werd gehandhaafd.

De Belastingdienst werkt daarbij risicogericht: steekproeven, een detectiemodule en gerichte selectie. Een boekenonderzoek naar schijnzelfstandigheid wordt in beginsel voorafgegaan door een bedrijfsbezoek en een waarschuwing, wat in de beleidsstukken de zachte landing wordt genoemd. Hoe zo'n onderzoek verloopt, staat in Een boekenonderzoek van de Belastingdienst →.

Die waarschuwing is meer dan een formaliteit. Wie na een aanwijzing niets verandert, verliest de bescherming die de zachte landing biedt, en dat werkt door in de terugwerkende kracht van een latere correctie.

Krijgt u een boete als het misgaat?

In 2025 niet. Voor het kalenderjaar 2025 zijn geen bestuurlijke boetes opgelegd, verzuimboetes noch vergrijpboetes, en zelfs niet bij kwaadwillendheid of evidente schijnzelfstandigheid. Het achterwege laten van boetes sloot naheffing echter niet uit: naheffingsaanslagen en correctieverplichtingen zijn wel degelijk opgelegd.

Vanaf 1 januari 2026 gelden weer de normale regels. Een verzuimboete op grond van artikel 67c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bedraagt maximaal 6.709 euro. Is het aan opzet of grove schuld te wijten dat de belasting niet of niet tijdig is betaald, dan kan op grond van artikel 67f een vergrijpboete van maximaal 100 procent van de nageheven belasting worden opgelegd. Het boetevrije jaar is dus voorbij.

Hoe ver kan de Belastingdienst terugkijken?

De naheffingsbevoegdheid verjaart op grond van artikel 20, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan. Dat is de wettelijke buitengrens.

Binnen die grens geldt een beleidsmatige beperking. Naheffingen over schijnzelfstandigheid gaan in 2025 en 2026 in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025. Op die beperking bestaan twee uitzonderingen:

  • er is sprake van kwaadwillendheid, dus opzettelijk misbruik van de fictie van zelfstandigheid;
  • een vóór 1 januari 2025 gegeven aanwijzing is niet opgevolgd.

Doet een van die twee zich voor, dan kan de correctie wel tot vijf jaar terugwerken. De staatssecretaris omschrijft het geheel als een ingroeimodel tot 2030: de terugwerkende kracht groeit ieder jaar met een jaar mee, totdat de volle vijf jaar is bereikt. Dat betekent dat het risico van een controle elk jaar dat u wacht groter wordt, niet kleiner.

Biedt een modelovereenkomst nog zekerheid?

Beperkt, en minder dan veel opdrachtgevers denken. Alle lopende, door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomsten zijn automatisch verlengd tot en met 31 december 2029. Dat geeft rust in de administratie, maar de zekerheid is zowel voorwaardelijk als inhoudelijk begrensd.

Voorwaardelijk, omdat de modelovereenkomst moet blijven voldoen aan de actuele wet- en regelgeving en jurisprudentie. Strookt de feitelijke uitvoering, mede in het licht van de Deliveroo- en Uber-criteria, niet meer met de goedgekeurde overeenkomst, dan trekt de Belastingdienst de goedkeuring in. Een goedgekeurde modelovereenkomst is bovendien geen vrijbrief als in de praktijk niet conform de voorwaarden wordt gewerkt.

Inhoudelijk begrensd, omdat de zekerheid niet ziet op de kwalificatie van de individuele werkende. Zij ziet uitsluitend op het type overeenkomst, en dan alleen bij correcte naleving. Een modelovereenkomst zegt dus iets over uw papier, niet over uw praktijk. Wilt u de contractdocumentatie zelf op orde brengen, kijk dan bij onze modellen en overeenkomsten.

Wat zegt de webmodule hetjuistecontract.nl?

De webmodule is niet offline gehaald en neemt alle gezichtspunten mee, inclusief het externe ondernemerschap. De uitkomst geeft echter slechts een indicatie en is juridisch niet houdbaar in een geschil met de Belastingdienst. Gebruik hem als zelftest en als hulpmiddel om het gesprek intern scherp te krijgen, niet als bewijsstuk.

Welke wetgeving komt eraan?

Er lopen twee sporen tegelijk, en beide raken uw contracten.

Het wetsvoorstel VBAR

Het wetsvoorstel Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoedens beoogt het gezagscriterium in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek te verduidelijken en een rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst te introduceren op basis van een uurtarief. Het voorziet in een toetsingskader voor het begrip in dienst van, met een nadere invulling van het inbeddingscriterium uit de rechtspraak, in een rechtsvermoeden bij een laag uurtarief, en in de mogelijkheid om op sectoraal niveau een rechtsvermoeden in te voeren voor sectoren met een verhoogd risico.

De Raad van State was kritisch: het wetsvoorstel codificeert voornamelijk geldend recht en draagt daarmee slechts beperkt bij aan de oplossing van de schijnzelfstandigheidsproblematiek. De Raad wees bovendien op het risico van aanzienlijke fricties bij een toename van kwalificaties als arbeidsovereenkomst, in het bijzonder waar het gaat om alsnog verschuldigde pensioenpremies. Dat laatste is voor opdrachtgevers een reëel en vaak vergeten kostenpost naast de loonheffingen.

Het initiatiefwetsvoorstel

Parallel is op 26 mei 2025 een initiatiefwetsvoorstel van VVD, D66, CDA en SGP ter internetconsultatie voorgelegd, dat via een zelfstandigentoets en een werkrelatietoets wettelijk wil vastleggen wanneer iemand als zelfstandige kan werken. De beoogde inwerkingtreding is 1 juli 2026, mits er adequate voorzieningen zijn bij arbeidsongeschiktheid en pensioen voor zelfstandigen. Overgangsrecht is niet voorzien.

Wat betekent het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief?

Het rechtsvermoeden van artikel 7:610aa van het Burgerlijk Wetboek geldt bij een beloning van ten hoogste 36 euro per uur voor arbeid verricht ten behoeve van een ander. Dat bedrag wordt geïndexeerd; in het oorspronkelijke wetsvoorstel stond 33 euro. Het gaat om een weerlegbaar vermoeden in de civielrechtelijke verhouding, dat niet geldt jegens een opdrachtgever die niet handelt in de uitoefening van een bedrijf of beroep.

Fiscaal werkt dit indirect maar hard door. Wordt het civiele rechtsvermoeden niet weerlegd, dan volgt in beginsel kwalificatie als dienstbetrekking, en daarmee inhoudingsplicht op grond van artikel 2 van de Wet op de loonbelasting 1964. Werkt u met zzp'ers rond of onder dat tarief, dan verdient die groep als eerste aandacht.

Wat kost een herkwalificatie?

Bij herkwalificatie wordt u als opdrachtgever aangemerkt als inhoudingsplichtige. De naheffingsaanslag wordt op grond van artikel 20, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen opgelegd aan degene die de belasting had behoren te betalen, en dat bent u. U bent dan alsnog loonbelasting, premie volksverzekeringen en premies werknemersverzekeringen verschuldigd over de bedragen die u eerder als zzp-vergoeding heeft uitbetaald.

Daar komt de brutering bovenop. Op grond van artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de loonbelasting 1964 zijn loonbestanddelen waarover de verschuldigde belasting niet is betaald in beginsel eindheffingsbestanddelen. De loonbelasting wordt dan geheven van de inhoudingsplichtige tegen het gebruteerde tabeltarief, waarbij wordt aangenomen dat u de belasting voor uw rekening heeft genomen. Op verzoek van de inhoudingsplichtige, of bij beschikking van de inspecteur als eindheffing tot een te grote afwijking van het belastbare inkomen van de werknemer zou leiden, kan het loon niet als eindheffingsbestanddeel worden aangemerkt en wordt individueel nageheven.

Over de nageheven loonheffingen wordt bovendien belastingrente berekend, gerekend over het tijdvak van de belastingschuld tot de dagtekening van de naheffingsaanslag. Bij een herkwalificatie die meerdere jaren beslaat, is dat een substantieel bedrag. Loopt het geheel op tot een aanslag die u niet in één keer kunt voldoen, lees dan U kunt de belastingaanslag niet betalen. Wat doet u nu? →.

Kunt u de naheffing verhalen op de zzp'er?

Nauwelijks. Het civiele verhaalsrecht van de werkgever op de werknemer voor nageheven loonbelasting is beperkt: verhaal is in beginsel slechts mogelijk voor zover de wet dat toestaat of de werknemer schriftelijk met verhaal heeft ingestemd. Bij schijnzelfstandigheid ligt verhaal bovendien maatschappelijk gevoelig, en de werkende kan aanvoeren dat hij zijn hele fiscale positie heeft ingericht op basis van de door u voorgespiegelde zelfstandigheidsstatus.

De systematiek van de eindheffing is mede door die verhaalsproblematiek ingegeven. Reken er dus op dat de rekening bij u blijft liggen.

Wat gebeurt er met de btw?

Wie in dienstbetrekking werkt, is voor die werkzaamheden geen ondernemer voor de btw. Wordt de arbeidsrelatie geherkwalificeerd, dan is er dus geen btw-belaste dienst geweest. De door de werkende eerder afgedragen btw kan in beginsel worden teruggevraagd, maar u heeft die btw als voorbelasting in aftrek gebracht terwijl dat ten onrechte was. Die aftrek moet worden gecorrigeerd, wat leidt tot een naheffing omzetbelasting over de verstreken tijdvakken, opnieuw met een termijn van vijf jaar en opnieuw vermeerderd met belastingrente.

Reken dus met twee naheffingen naast elkaar: loonheffingen en omzetbelasting.

En wat gebeurt er met de aftrekposten van de zzp'er?

Bij de werkende vervallen de gronden voor de eerder toegepaste ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting. Dat raakt de zelfstandigenaftrek van artikel 3.76 van de Wet inkomstenbelasting 2001, die het urencriterium van ten minste 1.225 uur vereist, de mkb-winstvrijstelling van artikel 3.79a, die kwalificatie als ondernemer vereist, en de startersaftrek. De inkomsten worden niet langer als winst uit onderneming aangemerkt maar als loon, of, als er geen dienstbetrekking is, als resultaat uit overige werkzaamheden.

Hof Den Haag bevestigde op 20 januari 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:353) dat bij kwalificatie als fictieve dienstbetrekking de eerder geclaimde zelfstandigenaftrek vervalt en de inkomsten als loon worden belast. De Belastingdienst kan de aanslagen inkomstenbelasting van de werkende navorderen op grond van artikel 16 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, eveneens met een termijn van vijf jaar, mits er een nieuw feit is of de werkende te kwader trouw was.

Hier zit meteen het enige goede nieuws. In de praktijk kunnen de gecorrigeerde ondernemersfaciliteiten en de door de werkende terug te vorderen btw het financiële nadeel dat voor u uit de naheffing loonheffingen voortvloeit aanzienlijk mitigeren. Bij een correctie over meerdere jaren loont het dus om de hele keten door te rekenen in plaats van alleen de naheffingsaanslag te bekijken.

Waar zit uw grootste risico?

Vier situaties springen eruit. De eerste is de zzp'er die hetzelfde werk doet als uw eigen personeel, in hetzelfde rooster en met dezelfde middelen: de inbedding is dan vrijwel niet te weerleggen. De tweede is de langdurige inzet bij één opdrachtgever zonder eigen acquisitie, waarmee gezichtspunt negen wegvalt. De derde is beloning op basis van gewerkte uren zonder enig risico op meerwerk of aansprakelijkheid, waarmee het commerciële risico ontbreekt. De vierde is een uurtarief rond of onder de grens van het rechtsvermoeden.

Daarnaast is er een categorie die los van de Deliveroo-toets staat: de fictieve dienstbetrekkingen. Aanneming van werk, bemiddeling, thuiswerk en de gelijkgestelde vallen erbuiten en kennen hun eigen cumulatieve voorwaarden. Loop die apart na.

Wat legt u vast?

Begin met een inventarisatie: welke zzp'ers werken er, sinds wanneer, tegen welk tarief, voor hoeveel uur per week, en met welke overeenkomst. Beoordeel per relatie de negen gezichtspunten en schrijf de uitkomst op, ook bij de relaties die u vertrouwt, want juist daar zit de vanzelfsprekendheid die in een controle niet te reconstrueren valt.

Leg vervolgens per relatie het bewijs vast dat het externe ondernemerschap en het commerciële risico onderbouwt: andere opdrachtgevers, eigen materiaal, eigen aansprakelijkheidsverzekering, offertes met een resultaatsverplichting, facturen met meerwerk. Zorg dat de feitelijke werkwijze aansluit bij de overeenkomst en pas de overeenkomst aan als dat niet zo is, in plaats van andersom. Blijkt uit die inventarisatie dat een relatie feitelijk een dienstbetrekking is, herstel dat dan voor de toekomst en beoordeel afzonderlijk hoe u met het verleden omgaat.

Het kader in 2026 op een rij

OnderwerpStand in 2026Grondslag
ToetsingskaderHolistische weging van negen gezichtspunten, geen rangorde, extern ondernemerschap weegt niet zwaarderHR 24 maart 2023 (Deliveroo) en HR 21 februari 2025 (Uber)
Bedoeling van partijenNiet van belang; de feitelijke rechten en verplichtingen tellenHR 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:443
Fictieve dienstbetrekkingenAanneming van werk, hulppersoon, bemiddeling, stagiair, bestuurder, thuiswerker, dga, gelijkgestelde, opt-inArtikelen 3 en 4 Wet LB 1964
HandhavingMoratorium opgeheven per 1 januari 2025; risicogericht toezicht met bedrijfsbezoek en waarschuwing voorafBeleid Belastingdienst
Boetes 2025Geen verzuim- of vergrijpboetes, ook niet bij kwaadwillendheidBeleid Belastingdienst
Boetes 2026Verzuimboete tot 6.709 euro, vergrijpboete tot 100 procentArtikelen 67c en 67f AWR
Terugwerkende krachtIn beginsel niet vóór 1 januari 2025, tenzij kwaadwillendheid of een genegeerde aanwijzingBeleid Belastingdienst
NaheffingstermijnVijf jaarArtikel 20, derde lid, AWR
ModelovereenkomstenAutomatisch verlengd tot en met 31 december 2029, zekerheid voorwaardelijk en beperkt tot het type overeenkomstBeleid Belastingdienst
Rechtsvermoeden uurtariefBij een beloning van ten hoogste 36 euro per uur, weerlegbaarArtikel 7:610aa BW
Wetgeving in voorbereidingWetsvoorstel VBAR en een initiatiefwetsvoorstel met zelfstandigen- en werkrelatietoetsKamerstukken II 2024/25, 36 783 en internetconsultatie 26 mei 2025

Veelgestelde vragen

Wanneer is een zzp'er volgens de Belastingdienst eigenlijk een werknemer?

Als de arbeidsrelatie na weging van alle omstandigheden een arbeidsovereenkomst is in de zin van artikel 7:610 BW. De Hoge Raad weegt daarvoor negen gezichtspunten in onderling verband, waaronder de inbedding in uw organisatie, het commerciële risico en het externe ondernemerschap. Geen enkel gezichtspunt is op zichzelf beslissend.

Is een modelovereenkomst genoeg om risico uit te sluiten?

Nee. Een goedgekeurde modelovereenkomst geeft alleen zekerheid over het type overeenkomst en alleen bij correcte naleving. Wijkt de feitelijke uitvoering af, dan trekt de Belastingdienst de goedkeuring in. Lopende modelovereenkomsten zijn wel automatisch verlengd tot en met 31 december 2029.

Helpt het dat mijn zzp'er meerdere opdrachtgevers heeft?

Het helpt, maar het is niet beslissend. In het Uber-arrest heeft de Hoge Raad bevestigd dat er geen rangorde bestaat tussen de negen gezichtspunten: extern ondernemerschap kan doorslaggevend zijn, maar kan ook door de overige omstandigheden worden overvleugeld.

Krijg ik een boete bij schijnzelfstandigheid?

Over 2025 zijn geen bestuurlijke boetes opgelegd, ook niet bij kwaadwillendheid. Vanaf 1 januari 2026 gelden weer de normale regels: een verzuimboete tot 6.709 euro en bij opzet of grove schuld een vergrijpboete tot 100 procent van de nageheven belasting.

Hoe ver kan de Belastingdienst terugkijken bij schijnzelfstandigheid?

In beginsel niet verder dan 1 januari 2025, tenzij sprake is van kwaadwillendheid of van een vóór die datum gegeven aanwijzing die niet is opgevolgd. In die gevallen geldt de wettelijke naheffingstermijn van vijf jaar.

Wie krijgt de naheffing, ik of de zzp'er?

U. De naheffingsaanslag wordt opgelegd aan degene die de belasting had behoren te betalen, en bij herkwalificatie bent u de inhoudingsplichtige. De belasting wordt in beginsel gebruteerd geheven, wat de rekening verder verhoogt.

Kan ik de naheffing verhalen op de zzp'er?

In beginsel niet. Verhaal op de werknemer is alleen mogelijk voor zover de wet dat toestaat of de werknemer schriftelijk met verhaal heeft ingestemd. De eindheffingssystematiek is mede daarom zo vormgegeven dat de last bij de opdrachtgever blijft.

Wat gebeurt er met de btw die de zzp'er heeft gefactureerd?

Die was ten onrechte in rekening gebracht, omdat een werknemer voor die werkzaamheden geen btw-ondernemer is. De werkende kan de afgedragen btw in beginsel terugvragen, en u moet de ten onrechte afgetrokken voorbelasting corrigeren, wat leidt tot een naheffing omzetbelasting met belastingrente.

Geldt er een rechtsvermoeden bij een laag uurtarief?

Ja. Bij een beloning van ten hoogste 36 euro per uur wordt vermoed dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het vermoeden is weerlegbaar en geldt niet jegens een opdrachtgever die niet handelt in de uitoefening van een bedrijf of beroep.

Wat is een fictieve dienstbetrekking?

Een arbeidsverhouding die de wet als dienstbetrekking aanmerkt ongeacht de civielrechtelijke kwalificatie, zodat er inhoudingsplicht ontstaat. Voor opdrachtgevers zijn vooral de aannemings- en bemiddelingsvarianten van artikel 3 en de gelijkgestelde van artikel 4 van belang.

Waarom dit maatwerk is

Er bestaat geen contract dat het risico wegneemt, en er bestaat geen checklist die per relatie het antwoord geeft. De beoordeling is een weging van negen gezichtspunten waarvan de uitkomst per zzp'er verschilt, en de bewijspositie die u in een controle heeft, wordt bepaald door wat u vandaag vastlegt. Daar komt bij dat de wetgeving op twee sporen tegelijk beweegt en de terugwerkende kracht elk jaar met een jaar oprekt.

Wij beoordelen zzp-populaties per relatie tegen het Deliveroo- en Uber-kader, richten de vastlegging in, herzien contracten waar de praktijk is weggelopen van het papier, en staan u bij in een boekenonderzoek of een bezwaarprocedure. Loopt de arbeidsrelatie beter als dienstverband, dan verzorgen wij ook de salarisadministratie en de loonaangiften. Dat kan naast uw huidige accountant, of in zijn plaats.

De informatie op deze pagina is van algemene en informatieve aard en vormt geen fiscaal, juridisch of financieel advies. Bedragen en percentages gelden voor 2026 en kunnen wijzigen. Voor toepassing op uw specifieke situatie adviseren wij u graag persoonlijk.

Vorige
Vorige

Eenmanszaak omzetten naar een bv: wanneer is dat fiscaal verstandig?

Volgende
Volgende

Melding betalingsonmacht: wat doet u als de bv de belasting niet kan betalen?