Eenmanszaak omzetten naar een bv: wanneer is dat fiscaal verstandig?

Er bestaat geen vast winstbedrag waarboven de bv altijd voordeliger is. Als vuistregel ligt het fiscale omslagpunt in 2026 ergens in de bandbreedte van 100.000 tot 150.000 euro belastbare winst, maar waar u binnen die bandbreedte uitkomt hangt af van wat u privé nodig heeft, van uw pensioenwens en van het gebruikelijk loon van 58.000 euro dat u zichzelf als dga hoe dan ook moet uitkeren.

De meeste ondernemers stellen de vraag te vroeg of te laat. Te vroeg, omdat de bv bij een winst van tachtig mille zelden loont en wel jaarlijks extra kosten en verplichtingen meebrengt. Te laat, omdat er termijnen aan de overstap hangen die per 1 januari of per 1 oktober gaan lopen en die u een heel jaar kunnen kosten. Deze pagina zet de vergelijking, de twee routes en alle bijkomende gevolgen op een rij, met de bedragen voor 2026.

Wat verandert er fiscaal als u overstapt?

Als IB-ondernemer wordt de winst van uw onderneming bij u in box 1 belast, en heeft u recht op de ondernemersfaciliteiten. Brengt u de onderneming in een bv onder, dan verdwijnt die winst uit box 1. De bv betaalt vennootschapsbelasting over haar resultaat, u wordt werknemer van uw eigen vennootschap en betaalt box 1-belasting over uw salaris, en wat de bv daarna uitkeert wordt bij u belast in box 2.

Er komen daarmee drie heffingen in de plaats van één. Dat klinkt ongunstig maar hoeft het niet te zijn, omdat u zelf bepaalt hoeveel er in enig jaar uit de bv naar privé gaat. Winst die in de vennootschap blijft, is voorlopig alleen met vennootschapsbelasting belast. Dat uitstel is in de praktijk vaak belangrijker dan het verschil in tarief.

Hoeveel betaalt u als IB-ondernemer in 2026?

Het toptarief in box 1 bedraagt in 2026 49,50 procent. Daar staat de mkb-winstvrijstelling tegenover, die 12,7 procent van de winst na aftrek van de ondernemersaftrek buiten de heffing laat op grond van artikel 3.79a van de Wet inkomstenbelasting 2001. Dat percentage staat als vast bedrag in het wetsartikel en wordt niet jaarlijks geïndexeerd. Het effectieve marginale toptarief komt daarmee uit op ongeveer 43 procent.

Daarbovenop komt de zelfstandigenaftrek. Die is de afgelopen jaren stap voor stap afgebouwd en bedraagt in 2026 nog 1.200 euro op grond van artikel 3.76, tweede lid. Startende ondernemers hebben daarnaast recht op de startersaftrek van 2.123 euro uit het derde lid, zodat de gecombineerde aftrek voor hen uitkomt op 3.323 euro. Ook deze bedragen staan vast in het wetsartikel.

Die afbouw van de zelfstandigenaftrek is precies de reden dat de vergelijking de laatste jaren is verschoven. Wat vroeger een stevige buffer was die de IB-ondernemer bevoordeelde, weegt in 2026 nauwelijks nog mee.

Hoeveel betaalt u als dga in 2026?

De bv betaalt vennootschapsbelasting op grond van artikel 22 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969: 19 procent over de eerste 200.000 euro belastbaar bedrag en 25,8 procent over het meerdere. Ook deze tarieven en de schijfgrens staan rechtstreeks in de wet.

Keert de bv daarna dividend uit, dan betaalt u daarover box 2-belasting op grond van artikel 2.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001: 24,5 procent tot en met 68.843 euro aan inkomen uit aanmerkelijk belang, en 31 procent daarboven. Bij fiscaal partnerschap is dat inkomen een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel, zodat beide partners de eerste schijf kunnen benutten.

De gecumuleerde druk laat zich dan eenvoudig uitrekenen. Binnen de lage vennootschapsbelastingschijf, met dividend in de eerste box 2-schijf, komt u uit op ongeveer 38,85 procent. Boven de 200.000 euro winst, met dividend in de tweede box 2-schijf, bedraagt de druk ongeveer 48,80 procent. Vergelijk dat met het effectieve toptarief van ongeveer 43 procent in box 1 en het beeld wordt meteen scherper: aan de onderkant wint de bv, aan de bovenkant de IB-onderneming, en het salaris dat u uzelf moet uitkeren bepaalt waar u precies zit.

Waar ligt het omslagpunt?

Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 was er sprake van een zogenoemd globaal evenwicht tussen de IB-ondernemer, de dga en de werknemer. Dat evenwicht is sindsdien verstoord door de opeenvolgende verlagingen van de vennootschapsbelasting en de introductie van de mkb-winstvrijstelling.

In 2026 ligt het fiscale omslagpunt globaal in de bandbreedte van 100.000 tot 150.000 euro belastbare winst. Voor winsten die volledig in de lage vennootschapsbelastingschijf van 19 procent vallen en waarbij het dividend niet onmiddellijk wordt uitgekeerd, kan de effectieve totaaldruk voor de dga beduidend lager uitvallen dan voor de IB-ondernemer. Het gebruikelijk loon van minimaal 58.000 euro drukt dat voordeel echter, omdat die loonkosten ten laste van de bv-winst komen en bij u in box 1 belast worden.

Waarom is dat omslagpunt geen vast bedrag?

Omdat vier persoonlijke factoren de uitkomst evenveel beïnvloeden als het tarief.

De eerste is uw uitkeringspolitiek. Wie de hele winst jaarlijks naar privé haalt, verliest het uitstelvoordeel en schuift het omslagpunt omhoog. Wie een deel laat staan om te investeren of te beleggen, haalt het omslagpunt juist naar beneden. Wat u met dat achtergebleven vermogen doet, is een vraagstuk op zich: zie De dga en overtollig vermogen →.

De tweede is uw pensioenbehoefte. Als dga bouwt u pensioen op over uw loon, met de bijbehorende premies en de fiscale begrenzing. Als IB-ondernemer werkt dat via de oudedagsreserve, die inmiddels niet meer kan worden opgebouwd, en via lijfrente. Dat verschil telt zwaarder dan menigeen denkt.

De derde is de startersaftrek. Zolang u daar recht op heeft, is de IB-onderneming aantrekkelijker en is uitstel van de overstap vaak verstandig.

De vierde is de arbeidskorting, die aan uw box 1-inkomen hangt en dus meebeweegt met het loon dat u uzelf uitkeert.

Wat zijn de niet-fiscale redenen om over te stappen?

Die zijn er, en soms wegen ze zwaarder dan het tarief. Beperking van de persoonlijke aansprakelijkheid is de bekendste, al is die in de praktijk minder absoluut dan gedacht zodra een bank persoonlijke zekerheden vraagt. Verder: de mogelijkheid om een medeaandeelhouder te laten instappen, een structuur die geschikt is voor bedrijfsopvolging of verkoop, en de beeldvorming richting opdrachtgevers en financiers.

Daar staan reële lasten tegenover. Een bv betekent een jaarrekening, deponering bij de Kamer van Koophandel, een aangifte vennootschapsbelasting, een salarisadministratie voor uw eigen loon en een strikter onderscheid tussen zakelijk en privé. Reken die jaarlijkse last mee in de vergelijking, want zij is er ook in een jaar zonder winst.

Ruisend of geruisloos: wat is het verschil?

Er zijn twee routes om de onderneming in te brengen. Bij een ruisende inbreng rekent u fiscaal af: de eenmanszaak wordt geacht te zijn gestaakt en u betaalt over de stille reserves. Bij een geruisloze inbreng schuift u die claim door naar de bv en betaalt u nu niets.

Geruisloos klinkt als de logische keuze, maar dat is het lang niet altijd. Afrekenen tegen een tarief dat u nu kunt sturen, is soms goedkoper dan een claim doorschuiven die later tegen een hoger tarief tot uitdrukking komt. Bovendien levert afrekenen de bv een hogere boekwaarde op, waarover zij vervolgens kan afschrijven.

Wat gebeurt er bij een ruisende inbreng?

De eenmanszaak wordt fiscaal geacht te zijn gestaakt. Op grond van het totaalwinstbeginsel van artikel 3.8 van de Wet inkomstenbelasting 2001 rekent u af over alle in de onderneming aanwezige stille reserves, inclusief de goodwill, over de fiscale reserves zoals de herinvesteringsreserve, en over eventuele desinvesteringsbijtellingen op grond van artikel 3.47. De stakingswinst wordt in box 1 belast tegen het progressieve tarief.

Juist bij de goodwill loopt de discussie met de inspecteur het vaakst vast, omdat de waardering daarvan bepalend is voor de hele afrekening. Welke methode daarbij passend is, staat in Fiscale bedrijfswaardering: welke methode kiest u? →.

De wet kent twee faciliteiten om de klap te verzachten. De stakingsaftrek van artikel 3.79 bedraagt ten hoogste 3.630 euro op de stakingswinst. Belangrijker is de stakingslijfrente van artikel 3.129: u mag de stakingswinst omzetten in een lijfrente, en die lijfrente mag ook bij de op te richten bv worden bedongen. De belasting wordt daarmee uitgesteld tot het moment van uitkering.

Maximum stakingslijfrente 2026Situatie
574.867 euroOndernemer is ten tijde van de staking ten hoogste vijf jaar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, of voor 45 procent of meer arbeidsongeschikt, of de onderneming wordt door overlijden gestaakt
287.445 euroOndernemer is ten hoogste vijftien jaar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd, of de lijfrentetermijnen gaan direct in
143.732 euroIn de overige gevallen

Deze maxima worden telkens verminderd met de reeds opgebouwde pensioen- en lijfrentevoorzieningen, op grond van artikel 3.129, derde lid. Wie al een stevige oudedagsvoorziening heeft, houdt in de praktijk dus minder ruimte over dan het tabelbedrag suggereert.

Wanneer kiest u juist voor de ruisende route?

In vier situaties is afrekenen het overwegen waard. Als de stille reserves beperkt zijn, is de heffing klein en koopt u er een schone start mee. Als u nog te verrekenen verliezen uit de IB-sfeer heeft, kunt u de stakingswinst daartegen afzetten, wat vaak effectiever is dan die verliezen laten liggen. Als u de stakingslijfrente bij de eigen bv bedingt, betaalt u nu niets en bouwt u tegelijk een oudedagsvoorziening op. En als er substantiële goodwill in de onderneming zit, krijgt de bv na afrekening een afschrijvingsbasis waarover zij jaarlijks ten laste van de winst kan afschrijven, wat de vennootschapsbelasting jarenlang drukt.

Bij een geruisloze inbreng krijgt u die afschrijvingsbasis niet, want de bv neemt de boekwaarden over. Dat is de kern van de afweging: een heffing nu tegen een afschrijving later.

Hoe werkt de geruisloze inbreng van artikel 3.65?

Artikel 3.65 van de Wet inkomstenbelasting 2001 maakt het mogelijk om de onderneming zonder fiscale afrekening in te brengen. De vier hoofdvoorwaarden zijn:

  • inbreng van een gehele onderneming in een nieuw opgerichte nv of bv;
  • inbreng tegen uitreiking van aandelen, met slechts beperkte creditering;
  • de oprichters zijn in het aandelenkapitaal geheel of nagenoeg geheel in dezelfde verhouding gerechtigd als in het vermogen van de omgezette onderneming;
  • de inbrenger is ondernemer of medegerechtigde in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001.

U dient een verzoek in en de inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking, op grond van het derde lid.

Welke standaardvoorwaarden gelden er?

De minister stelt aan de faciliteit voorwaarden, vastgelegd in het Besluit van 24 oktober 2025, nr. 2025-21695. De belangrijkste voor de praktijk zijn deze.

De vervreemdingstermijn van drie jaar

Vervreemdt u uw aandelen in de bv binnen drie jaren na de inbreng, dan wordt die inbreng geacht onderdeel uit te maken van een geheel van rechtshandelingen gericht op de overdracht van de onderneming, tenzij u het tegendeel aannemelijk maakt. Het aanvangstijdstip van dat verbod is de civielrechtelijke oprichtingsdatum van de bv. Wie de onderneming op afzienbare termijn wil verkopen, moet dit meewegen: de geruisloze route kan dan juist de verkeerde zijn.

De openingsbalans

De bv neemt de activa en passiva op haar fiscale openingsbalans over tegen dezelfde boekwaarden als op de fiscale slotbalans van de eenmanszaak. Dat is de kern van het doorschuiven.

Uw oude verliezen blijven van u

Verliezen uit de IB-sfeer blijven persoonlijke verliezen van de ondernemer en kunnen niet worden verrekend met winsten van de bv. Heeft u nog een noemenswaardige verliesvoorraad, dan is dat een sterk argument voor de ruisende route.

Beperkte creditering

U mag uitsluitend worden gecrediteerd voor de per saldo materieel verschuldigde inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en Zvw-bijdrage, plus een afrondingscreditering van maximaal 5 procent van het nominaal gestorte aandelenkapitaal, met een absoluut maximum van 30.000 euro. U kunt de onderneming dus niet geruisloos inbrengen en tegelijk een forse rekening-courantvordering op de bv creëren.

De verkrijgingsprijs van uw aandelen

Die wordt gesteld op het fiscale vermogen van de overnemende bv op het overgangstijdstip, verminderd met de fiscale reserves, de bedongen lijfrenten en de creditering. Dat cijfer bepaalt jaren later wat u bij verkoop in box 2 afrekent, dus laat het goed vastleggen.

Hoe ver kunt u terugwerken?

Dit is het punt waarop het jaarlijks misgaat, en de twee routes verschillen hier wezenlijk.

Bij een ruisende inbreng bedraagt de terugwerkende kracht van een voorovereenkomst maximaal drie maanden na aanvang van het boekjaar. De bv moet daarna binnen negen maanden na het overgangstijdstip zijn opgericht en de onderneming moet zijn ingebracht.

Bij een geruisloze inbreng kan terugwerkende kracht worden verleend tot maximaal negen maanden vóór aanvang van het nieuwe boekjaar. Daarvoor is een tijdig opgemaakte en bij de Belastingdienst geregistreerde voorovereenkomst of intentieverklaring vereist. Is het overgangstijdstip 1 januari 2026, dan moet de bv uiterlijk op 31 maart 2027 zijn opgericht en de onderneming zijn ingebracht.

Praktisch betekent dit dat wie per 1 januari van een jaar geruisloos wil overstappen, de intentieverklaring uiterlijk op 30 september daarvoor moet laten registreren. Wie die datum mist, schuift een heel jaar op. Zet dit dus vroeg in het jaar op de agenda en niet in december.

Wat betekent de overstap voor de overdrachtsbelasting?

Zitten er onroerende zaken in de onderneming, dan is de inbreng in beginsel een belaste verkrijging. Artikel 15 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer kent daarvoor een vrijstelling, die zowel bij ruisende als bij geruisloze inbreng geldt. De voorwaarden sluiten aan bij die van de inbreng zelf: een gehele onderneming, inbreng tegen uitreiking van aandelen met slechts beperkte creditering, en oprichters die geheel of nagenoeg geheel in dezelfde verhouding gerechtigd zijn.

Aan de vrijstelling hangt een vervolgconditie: de bv moet de onderneming gedurende ten minste drie jaren voortzetten. Gebeurt dat niet, dan is de overdrachtsbelasting alsnog verschuldigd op grond van artikel 5, vierde lid, van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer 1971. Die driejaarstermijn loopt naast de vervreemdingstermijn uit de standaardvoorwaarden, met een vergelijkbaar effect: wie snel wil verkopen, betaalt alsnog.

En voor de btw?

Daar valt de overstap gunstig uit. Artikel 37d van de Wet op de omzetbelasting 1968 bepaalt dat bij de overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen geen leveringen of diensten worden geacht plaats te vinden. De bv treedt in de plaats van de overdrager. Dat voorkomt een onnodige btw-heffing en het liquiditeitsprobleem dat daarbij zou horen.

Het gevolg is wel dat de bv alle rechten en verplichtingen overneemt, waaronder lopende herzieningstermijnen en opties voor belaste verhuur bij onroerende zaken. Voorwaarde is dat de bv de intentie heeft de verkregen onderneming voort te zetten, het zogenoemde niet-liquidatievereiste dat volgt uit het arrest Zita Modes van het Hof van Justitie van 27 november 2003 (zaak C-497/01).

Wat verandert er in uw eigen beloning?

Zodra u dga bent, geldt de gebruikelijkloonregeling van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964. Uw loon wordt ten minste gesteld op het hoogste van drie bedragen: het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het hoogste loon van de overige werknemers van de bv, of het normbedrag van 58.000 euro voor 2026.

Dat is niet alleen een administratieve verplichting maar een rekenpost in de vergelijking. Het loon vormt loonkosten voor de bv en belastbaar inkomen in box 1 voor u, en het drukt daarmee direct op het omslagpunt: hoe hoger het salaris dat u zich moet toekennen, hoe minder fiscaal voordeel de bv-structuur biedt bij winsten in de lage vennootschapsbelastingschijf. De volledige regeling staat in Hoeveel salaris moet u zichzelf als dga uitkeren? →.

Een tweede punt om vooraf te bespreken: geld dat u uit de bv leent in plaats van uitkeert, loopt tegen de grens van 500.000 euro uit de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap. Zie De Wet excessief lenen →.

Heeft u een holding nodig?

In de praktijk richt de dga naast zijn werk-bv vaak ook een houdstervennootschap op, een structuur die veelvuldig wordt gecombineerd met geruisloze inbreng. Op verzoek kan een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting worden gevormd, waardoor de resultaten worden geconsolideerd.

De reden om dat te doen is zelden fiscaal voordeel op korte termijn. Het gaat om het scheiden van risico en vermogen, om het later kunnen verkopen van de werkmaatschappij, en om de deelnemingsvrijstelling bij die verkoop. Voor wie de onderneming ooit wil overdragen, is dit het moment om de structuur meteen goed neer te zetten, want achteraf herstructureren kost aanzienlijk meer.

Kunt u later weer terug naar de eenmanszaak?

Ja. Artikel 14c van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 kent de geruisloze terugkeer. De gecombineerde vennootschapsbelasting- en aanmerkelijkbelangclaim wordt daarbij omgezet in een enkelvoudige claim in box 1, en de voortzettende aandeelhouder treedt voor de vermogensbestanddelen in de plaats van de vennootschap.

De voorwaarden zijn strikt. De bv moet uitsluitend natuurlijke personen als aandeelhouder hebben, wat een holdingstructuur uitsluit. De bv moet een materiële onderneming drijven. Alle aandeelhouders moeten de onderneming voortzetten als ondernemer of medegerechtigde. De bv wordt ontbonden, en het verzoek moet vóór de ontbinding bij de inspecteur zijn ingediend. Ook hier geldt maximaal negen maanden terugwerkende kracht met een geregistreerde intentieverklaring.

Bij de terugkeer verschijnt een terugkeerreserve op de balans van de voortgezette IB-onderneming, op grond van artikel 3.54a van de Wet inkomstenbelasting 2001. Eventuele compensabele verliezen van de bv worden eerst verrekend met de vrij te stellen winst; het resterende verlies kan naar rato worden overgedragen naar box 1, waarbij het verhoudingsgetal 19/44 bedraagt. Voor onroerende zaken geldt een vrijstelling van overdrachtsbelasting, mits de zaak na de terugkeer tot het ondernemingsvermogen gaat behoren en de onderneming ten minste drie jaar wordt voortgezet.

Dat de weg terug bestaat, is geruststellend. Dat hij zoveel voorwaarden kent, is de reden om de stap heen goed te doordenken.

Wat regelt u wanneer?

Begin met de rekensom, en wel in het eerste halfjaar. Zet de verwachte winst voor de komende drie jaar naast elkaar, bepaal wat u werkelijk privé nodig heeft en welk gebruikelijk loon in uw geval passend is, en reken beide scenario's door inclusief de jaarlijkse kosten van een bv.

Kies daarna de route. Inventariseer de stille reserves en de goodwill, kijk of er nog verliezen openstaan, en beoordeel of de stakingslijfrente een reële mogelijkheid is. Wilt u geruisloos en per 1 januari overstappen, laat de intentieverklaring dan uiterlijk 30 september registreren.

Regel vervolgens de oprichting bij de notaris, dien het verzoek bij de inspecteur in, en richt vanaf de oprichtingsdatum de administratie en de salarisadministratie in. Die laatste stap wordt structureel onderschat: vanaf dag één bent u inhoudingsplichtig voor uw eigen loon.

Kerncijfers 2026 op een rij

Onderwerp2026Grondslag
Toptarief box 149,50 procentArtikel 2.10 Wet IB 2001
Mkb-winstvrijstelling12,7 procentArtikel 3.79a Wet IB 2001
Effectief marginaal toptarief IB-ondernemerOngeveer 43 procent49,50 procent maal 87,3 procent
Zelfstandigenaftrek1.200 euroArtikel 3.76, tweede lid, Wet IB 2001
Startersaftrek2.123 euro, samen 3.323 euroArtikel 3.76, derde lid, Wet IB 2001
Vennootschapsbelasting19 procent tot en met 200.000 euro, 25,8 procent daarbovenArtikel 22 Wet Vpb 1969
Box 224,5 procent tot en met 68.843 euro, 31 procent daarbovenArtikel 2.12 Wet IB 2001
Gecumuleerde druk lage schijfOngeveer 38,85 procent19 procent plus 24,5 procent over het restant
Gecumuleerde druk hoge schijfOngeveer 48,80 procent25,8 procent plus 31 procent over het restant
Normbedrag gebruikelijk loon58.000 euroArtikel 12a Wet LB 1964
Stakingsaftrek3.630 euroArtikel 3.79, tweede lid, Wet IB 2001
Stakingslijfrente, maxima574.867 / 287.445 / 143.732 euroArtikel 3.129 Wet IB 2001
Creditering bij geruisloze inbrengMaximaal 5 procent van het nominaal gestorte kapitaal, nooit meer dan 30.000 euroBesluit 24 oktober 2025, nr. 2025-21695
Terugwerkende kracht ruisendDrie maandenStandaardvoorwaarden
Terugwerkende kracht geruisloosNegen maandenStandaardvoorwaarden
Vervreemdingstermijn aandelenDrie jaar vanaf de oprichtingsdatumStandaardvoorwaarde 1
Voortzettingstermijn overdrachtsbelastingDrie jaarArtikel 5, vierde lid, Uitvoeringsbesluit BRV 1971

Veelgestelde vragen

Vanaf welke winst is een bv voordeliger dan een eenmanszaak?

Er is geen vast bedrag. In 2026 ligt het fiscale omslagpunt globaal tussen 100.000 en 150.000 euro belastbare winst. Waar u precies uitkomt hangt af van hoeveel u privé opneemt, van het gebruikelijk loon dat in uw geval passend is, van uw pensioenbehoefte en van een eventuele startersaftrek.

Wat is het verschil tussen ruisend en geruisloos inbrengen?

Bij een ruisende inbreng wordt de eenmanszaak fiscaal gestaakt en rekent u af over de stille reserves en de goodwill. Bij een geruisloze inbreng op grond van artikel 3.65 Wet IB 2001 schuift u die claim door naar de bv en betaalt u nu niets, maar neemt de bv ook de oude boekwaarden over en kan zij dus niet over een hogere basis afschrijven.

Tot wanneer kan ik met terugwerkende kracht overstappen?

Bij een geruisloze inbreng maximaal negen maanden terug, mits de intentieverklaring tijdig bij de Belastingdienst is geregistreerd. Wilt u per 1 januari overstappen, laat de verklaring dan uiterlijk 30 september daarvoor registreren. Bij een ruisende inbreng is de terugwerkende kracht maximaal drie maanden.

Mag ik mijn aandelen verkopen na een geruisloze inbreng?

Niet zonder gevolgen binnen drie jaar na de oprichting van de bv. Vervreemdt u binnen die termijn, dan wordt de inbreng geacht deel uit te maken van een geheel van rechtshandelingen gericht op overdracht van de onderneming, tenzij u het tegendeel aannemelijk maakt. Wie verkoop voorziet, moet de ruisende route serieus overwegen.

Betaal ik overdrachtsbelasting als er een bedrijfspand in de onderneming zit?

In beginsel niet, want artikel 15 Wet BRV kent een vrijstelling die zowel bij ruisende als bij geruisloze inbreng geldt. Wel moet de bv de onderneming ten minste drie jaar voortzetten, anders is de overdrachtsbelasting alsnog verschuldigd.

Moet ik btw afdragen over de inbreng?

Nee. Op grond van artikel 37d Wet OB 1968 worden bij de overgang van een algemeenheid van goederen geen leveringen of diensten geacht plaats te vinden en treedt de bv in de plaats van de overdrager. Wel neemt de bv lopende herzieningstermijnen en opties voor belaste verhuur over.

Wat is de stakingslijfrente en hoeveel mag ik omzetten?

Bij een ruisende inbreng mag u de stakingswinst omzetten in een lijfrente, die u ook bij de eigen bv kunt bedingen, waardoor de heffing wordt uitgesteld tot de uitkering. De maxima voor 2026 bedragen 574.867, 287.445 of 143.732 euro, afhankelijk van uw leeftijd en situatie, telkens verminderd met reeds opgebouwde pensioen- en lijfrentevoorzieningen.

Kan ik mijn oude verliezen meenemen naar de bv?

Nee. Verliezen uit de IB-sfeer blijven persoonlijke verliezen van de ondernemer en kunnen niet worden verrekend met winsten van de bv. Heeft u nog een verliesvoorraad, dan is dat een argument om ruisend in te brengen en de stakingswinst daartegen af te zetten.

Hoeveel salaris moet ik mijzelf uitkeren na de overstap?

Ten minste het hoogste van drie bedragen: het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, het hoogste loon van de overige werknemers, of het normbedrag van 58.000 euro voor 2026. Dat loon is een rekenpost in de vergelijking, want het drukt de winst van de bv en wordt bij u in box 1 belast.

Kan ik later weer terug naar een eenmanszaak?

Ja, via de geruisloze terugkeer van artikel 14c Wet Vpb 1969. De voorwaarden zijn strikt: uitsluitend natuurlijke personen als aandeelhouder, een materiële onderneming, voortzetting door alle aandeelhouders, ontbinding van de bv en een verzoek vóór die ontbinding. Een holdingstructuur sluit de faciliteit uit.

Waarom dit maatwerk is

De vergelijking tussen de eenmanszaak en de bv laat zich niet in een tabel vangen, omdat de uitkomst evenveel afhangt van wat u met de winst doet als van het tarief. Daar komt bij dat de routekeuze onomkeerbaar is zodra de akte is gepasseerd, en dat de belangrijkste termijnen al lopen voordat de meeste ondernemers aan het onderwerp beginnen te denken.

Wij rekenen beide scenario's voor u door, bepalen of ruisend of geruisloos in uw situatie het gunstigst is, verzorgen het verzoek aan de inspecteur en de afstemming met de notaris, en nemen daarna de administratie, de jaarrekening, de salarisadministratie en de aangiften over. Wilt u eerst alleen weten waar u nu staat, dan is de review fiscale positie voor de IB-ondernemer daarvoor het snelste startpunt.

De informatie op deze pagina is van algemene en informatieve aard en vormt geen fiscaal, juridisch of financieel advies. Bedragen en percentages gelden voor 2026 en kunnen wijzigen. Voor toepassing op uw specifieke situatie adviseren wij u graag persoonlijk.

Volgende
Volgende

Werkt u met zzp'ers? Zo beoordeelt de Belastingdienst uw opdracht