Melding betalingsonmacht: wat doet u als de bv de belasting niet kan betalen?
Kan uw bv de loonheffingen of de btw niet betalen, meld dat dan binnen twee weken na de uiterste betaaldatum bij de ontvanger van de Belastingdienst. Die melding heet een melding betalingsonmacht en staat in artikel 36 van de Invorderingswet 1990. Meldt u niet of te laat, dan wordt wettelijk vermoed dat het niet betalen aan u als bestuurder te wijten is, en kunt u persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schuld van de vennootschap.
Dat is de kern, en het is ook de reden dat dit onderwerp anders werkt dan de meeste fiscale vraagstukken. Er valt hier niets te herstellen achteraf. De termijn is kort, hij loopt door terwijl u met uw bank of uw grootste klant in gesprek bent, en het verzuim is niet te repareren met een goed verhaal over de oorzaak van de problemen. Wie op tijd meldt, houdt een sterke positie. Wie het vergeet, verliest die positie voordat de discussie over het faillissement of de doorstart überhaupt is begonnen.
Wat is een melding betalingsonmacht?
Een melding betalingsonmacht is een schriftelijke mededeling aan de ontvanger dat de vennootschap bepaalde belastingen niet kan betalen. Het is geen verzoek en de ontvanger hoeft er niet mee in te stemmen. Het is een mededeling die u doet om een wettelijk gevolg af te wenden.
Dat wettelijke gevolg is de bestuurdersaansprakelijkheid van artikel 36 van de Invorderingswet 1990. De wetgever wilde in 1986 de malafide bestuurder treffen die zijn vennootschap leeghaalt en de fiscus laat zitten. De regeling is echter zo vormgegeven dat het uitblijven van de melding zelf al bijna beslissend is, ongeacht wat er verder is gebeurd. In de literatuur wordt daar terecht op gewezen: in de praktijk raakt de regeling ook bestuurders die niets verkeerds hebben gedaan behalve het formulier niet insturen.
Voor welke belastingen moet u melden, en voor welke niet?
De opsomming in artikel 36, eerste lid, is limitatief. De meldingsplicht geldt voor de loonbelasting, de omzetbelasting, de accijns, de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, de verbruiksbelasting van pruimtabak en snuiftabak, de belastingen genoemd in artikel 1 van de Wet belastingen op milieugrondslag en de kansspelbelasting. Ook belastingaanslagen bij invoer, met name de omzetbelasting bij invoer, vallen eronder. Steeds gaat het om belastingen die het lichaam als inhoudingsplichtige of als ondernemer verschuldigd is.
Buiten de regeling vallen onder meer de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting. Voor de bronbelasting geldt een eigen regeling in artikel 36a. De premies werknemersverzekeringen en de pensioenpremies kennen hun eigen meldingsregelingen in de sociale zekerheids- en pensioenwetgeving, waaronder artikel 23 van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000.
Praktisch betekent dit dat een vennootschapsbelastingschuld geen melding vereist, maar dat de loonheffingen en de btw dat wel doen. Juist die twee zijn in een liquiditeitskrapte het eerst aan de beurt om te blijven staan, omdat zij maandelijks of per kwartaal terugkomen.
Wanneer moet de melding binnen zijn?
Artikel 7, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990 bepaalt dat de mededeling uiterlijk twee weken moet worden gedaan na de dag waarop de belasting op grond van artikel 19 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen behoorde te zijn afgedragen of voldaan. Die afdrachttermijn is één maand na het einde van het tijdvak.
Een voorbeeld maakt het concreet. De omzetbelasting over september moet uiterlijk 31 oktober zijn betaald. De melding betalingsonmacht moet dan uiterlijk 14 november bij de ontvanger binnen zijn. Voor de loonheffingen over een maandtijdvak geldt dezelfde systematiek.
Twee dingen worden hierbij vaak verkeerd begrepen. Ten eerste zijn de aangifteplicht en de afdrachtplicht twee losse verplichtingen: ook als u geen aangifte heeft gedaan, kunt en moet u melden. Ten tweede telt de datum waarop u het geld daadwerkelijk niet meer had niet mee. De termijn hangt aan de wettelijke betaaldatum, niet aan het moment waarop de betalingsonmacht is ontstaan.
Kunt u nog melden nadat u een naheffingsaanslag heeft ontvangen?
Meestal niet. Op het moment dat een naheffingsaanslag op de mat ligt, is de reguliere meldingstermijn voor het onderliggende tijdvak allang verstreken. Artikel 7, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kent één uitzondering, en die is smal. U kunt binnen twee weken na de vervaldag van de naheffingsaanslag alsnog melden, mits cumulatief aan twee eisen is voldaan: de aanslag is opgelegd omdat de verschuldigde belasting meer bedraagt dan op aangifte is voldaan, en dat verschil is niet te wijten aan opzet of grove schuld van het lichaam.
Er bestaat nog een tweede verlengingsmogelijkheid. Heeft u tijdig bezwaar of beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag waarvoor in beginsel nog rechtsgeldig kan worden gemeld, en heeft de ontvanger uitstel van betaling verleend, dan kunt u alsnog binnen veertien dagen na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar of de beslissing op beroep melden. Wilt u weten hoe die bezwaarfase verloopt, lees dan Bezwaar tegen een belastingaanslag →.
Wie moet melden, en wie geldt als bestuurder?
De meldingsplicht rust op het lichaam, maar iedere bestuurder is bevoegd de melding namens het lichaam te doen. Een rechtsgeldige melding door één bestuurder werkt ook voor zijn medebestuurders. Dat is belangrijk in een bestuur van meerdere personen: er hoeft niet ieder afzonderlijk te melden, maar er moet wel iemand melden.
De formele bestuurder
Primair is dat de statutair benoemde bestuurder. Of hij zich feitelijk met de gang van zaken bezighoudt, doet niet ter zake. De bestuurder op papier die zich nergens mee bemoeide, is dus even meldingsplichtig als degene die de onderneming daadwerkelijk runt.
De gewezen bestuurder
Wie bestuurder was toen de belastingschuld ontstond, wordt op grond van artikel 36, vijfde lid, onderdeel a, voor de toepassing van dit artikel nog als bestuurder aangemerkt. Er zit hier wel een gunstige nuance in. Omdat hij geen deel meer uitmaakte van het bestuur toen de meldingsplicht ontstond, hoeft hij niet eerst aan te tonen dat het niet aan hem lag dat er niet is gemeld. Hij wordt op grond van het zesde lid rechtstreeks toegelaten tot het bewijs dat de niet-betaling niet het gevolg is van aan hem te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De feitelijk beleidsbepaler
Ook wie het beleid van het lichaam heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder, wordt als bestuurder aangemerkt. De Hoge Raad heeft benadrukt dat het niet volstaat dat iemand het beleid kón bepalen: hij moet het ook daadwerkelijk hebben bepaald. Niet vereist is dat hij bestuurt in de plaats van en met uitsluiting van het formele bestuur. Zie HR 17 november 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AY9710) en HR 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:445). Een door de rechter benoemde bewindvoerder of curator valt uitdrukkelijk buiten deze categorie.
De rechtspersoon als bestuurder
Is een rechtspersoon bestuurder van de vennootschap met betalingsproblemen, dan zijn de bestuurders van die besturende rechtspersoon eveneens aansprakelijk. Die keten loopt door totdat men bij een of meer natuurlijke personen uitkomt. Een holdingstructuur biedt hier dus geen bescherming.
Wat moet er in de melding staan?
De melding is vormvrij maar moet schriftelijk. U kunt het webformulier gebruiken in het persoonlijk domein van de onderneming op de website van de Belastingdienst, of een eenvoudige brief sturen. Op grond van artikel 7, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit moet de melding in elk geval bevatten:
- de belastingsoort of het soort premies;
- het tijdvak van de aangiften of naheffingsaanslagen die niet betaald kunnen worden;
- de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de belasting niet kan worden betaald.
Dat derde punt is waar meldingen sneuvelen. Een enkele mededeling dat er liquiditeitsproblemen zijn, is niet genoeg. De oorzaken en de achtergronden moeten duidelijk en volledig worden omschreven: het wegvallen van een afnemer, een debiteur die niet betaalt, een opgezegde financiering, een aanloopverlies dat langer duurde dan begroot. Schrijf op wat er feitelijk is gebeurd en onderbouw het met cijfers.
Daarna kan een tweede fase volgen. De ontvanger mag nadere gegevens en inlichtingen vragen over de oorzaken van de betalingsonmacht en over de financiële positie van het lichaam. Blijft u daarmee in gebreke, dan verklaart de ontvanger de melding bij beschikking niet rechtsgeldig. Die beschikking wordt binnen acht weken na ontvangst van de melding bekendgemaakt. Reageer op zo'n informatieverzoek dus altijd, en binnen de gestelde termijn.
Wat levert een tijdige melding u op?
Een tijdige en rechtsgeldige melding draait de bewijslast om. Op grond van artikel 36, derde lid, bent u dan alleen aansprakelijk als de ontvanger aannemelijk maakt dat het niet betalen het gevolg is van aan u te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur in de periode van drie jaren voorafgaand aan de melding. De ontvanger moet dat dus bewijzen, en dat is een zware maatstaf.
De Hoge Raad heeft die maatstaf in HR 4 februari 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP2982) omschreven: er is sprake van kennelijk onbehoorlijk bestuur als de bestuurder wist of redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zijn handelwijze tot gevolg zou hebben dat belastingschulden onbetaald zouden blijven, en hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt treft. Ondernemersrisico dat verkeerd uitpakt valt daar niet onder. Het onttrekken van middelen terwijl de fiscus onbetaald blijft, wel.
Wat gebeurt er als u niet of te laat meldt?
Dan treedt artikel 36, vierde lid, in werking en verandert de hele verhouding. Het wordt vermoed dat de niet-betaling aan u als bestuurder is te wijten. De ontvanger hoeft niets meer te bewijzen. Bovendien schuift de referentieperiode op: de drie jaren worden dan niet teruggerekend vanaf de melding, maar vanaf het tijdstip waarop het lichaam in gebreke is.
Dat vermoeden is weerlegbaar, maar niet zomaar. Daarover gaat de volgende paragraaf, en dat is meteen de reden waarom melden zoveel goedkoper is dan niet melden.
Wanneer bent u alsnog niet aansprakelijk?
De disculpatie verloopt in twee stappen, en de eerste is een drempel. U wordt pas toegelaten tot het weerleggen van het vermoeden als u eerst aannemelijk maakt dat het niet aan u persoonlijk te wijten is dat het lichaam niet aan de meldingsplicht heeft voldaan. Pas als die horde is genomen, mag u bewijzen dat de niet-betaling niet aan uw kennelijk onbehoorlijk bestuur is te wijten.
De wet somt de gronden voor die eerste stap niet op. Uit de rechtspraak volgt als standaardgrond overmacht, zoals ernstige ziekte of een ongeval, en het te goeder trouw afgaan op het advies van een deskundige derde. Dat laatste is voor de praktijk relevant: wie zijn administratie en aangiften uitbesteedt en daarop mocht vertrouwen, heeft een reëel argument.
Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft zich op 14 november 2024 (ECLI:EU:C:2024:961) over deze regeling gebogen en geoordeeld dat artikel 36, vierde lid, niet in strijd is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel, mits de nationale rechter het begrip toerekenbaarheid niet onnodig ruim uitlegt en de bestuurder in beginsel alle omstandigheden mag aanvoeren waaruit blijkt dat de niet-nakoming niet aan hem te wijten is. Advocaat-generaal Koopman heeft in zijn conclusie van 11 april 2025 (ECLI:NL:PHR:2025:435) bepleit dat er ruimte is voor een mildere toepassing, in het bijzonder bij een geringe mate van verwijtbaarheid. De cassatieprocedure na verwijzing loopt nog (HR 10 april 2026, zaaknummer 25/01557), waarbij ook aan de orde komt of de ontvanger een discretionaire ruimte heeft om van aansprakelijkstelling af te zien. Dit is dus een onderwerp waarop de komende jaren beweging valt te verwachten.
Hoe ver kijkt de ontvanger terug?
De beoordeling van uw handelen beslaat een periode van drie jaren. Bij een tijdige melding loopt die periode terug vanaf het tijdstip van de mededeling. Bij een niet of niet-tijdige melding loopt zij terug vanaf het tijdstip waarop het lichaam in gebreke is. Dat verschil kan een heel boekjaar aan gedragingen binnen of buiten de beoordeling brengen.
Voor de bijzondere aansprakelijkheid van artikel 36b, die speelt bij een aansprakelijkheidsschuld en met name in fiscale-eenheidssituaties, geldt een periode van zeven jaren.
Moet u elk tijdvak opnieuw melden?
Nee. De Hoge Raad heeft in HR 4 februari 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP2982) geoordeeld dat een gedane mededeling haar geldigheid behoudt zolang er nog sprake is van een betalingsachterstand. U hoeft dus niet elke maand opnieuw te melden. De uitzondering is dat de ontvanger schriftelijk meedeelt dat hij de betalingsonmacht niet langer aanwezig acht: vanaf dat moment moet u bij een nieuwe achterstand opnieuw melden.
Voor de driejaarsperiode geldt bij zo'n doorlopende melding dat als tijdstip van de mededeling wordt genomen de dag waarop een nieuwe mededeling uiterlijk had moeten worden gedaan als de eerdere haar geldigheid niet had behouden. De periode schuift dus mee met de nieuwe tijdvakken.
Krijgt u zo'n brief van de ontvanger, leg die dan vast en zet een signaal in uw administratie. Dit is in de praktijk de meest gemiste stap: de eerste melding is gedaan, iedereen gaat ervan uit dat het geregeld is, en de brief die de melding beëindigt verdwijnt in een map.
Telt een verzoek om uitstel van betaling als melding?
Soms wel en soms niet, en dat onderscheid is scherp. Een schriftelijk verzoek om uitstel van betaling wegens betalingsproblemen, gedaan door of namens een vennootschapsbelastingplichtige rechtspersoon, wordt door de ontvanger op grond van de Leidraad Invordering 2008 in beginsel aangemerkt als een melding betalingsonmacht, mits het verzoek inzicht geeft in de oorzaak van de betalingsproblemen. Ontbreekt die oorzaak, dan kwalificeert het verzoek niet als geldige melding. Zie Rechtbank Noord-Holland 26 januari 2015 (ECLI:NL:RBNHO:2015:2164) en Rechtbank Gelderland 24 september 2018 (ECLI:NL:RBGEL:2018:4085).
Een verzoek om uitstel van betaling in verband met een ingediend bezwaar- of beroepschrift geldt uitdrukkelijk niet als melding. Betwist u een aanslag, meld dan voor het niet-betwiste deel afzonderlijk en tijdig.
Verder vervalt de meldingsplicht als de ontvanger al op de hoogte is van de betalingsonmacht, bijvoorbeeld doordat een lopende betalingsregeling de financiële toestand onmiskenbaar duidelijk maakt (HR 13 juli 1994, BNB 1995/201). Maar reken u daar niet rijk: een lopende betalingsregeling zonder toelichting op de oorzaak van de problemen is doorgaans onvoldoende voor een impliciete melding. Een aparte, expliciete melding kost u een half uur en neemt de discussie weg.
Hoe krijgt u uitstel van betaling?
Artikel 25, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 geeft de ontvanger de bevoegdheid om onder door hem te stellen voorwaarden uitstel te verlenen. Het is een discretionaire bevoegdheid, uitgewerkt in de Leidraad Invordering 2008. Gedurende een verleend uitstel vangt de dwanginvordering niet aan of wordt zij geschorst. Wordt het uitstel tussentijds beëindigd, dan neemt de ontvanger in beginsel een wachttermijn van veertien dagen in acht voordat hij de vervolging hervat.
Voor kortlopende problemen bestaat sinds 1 januari 2013 het kort uitstel: op telefonisch of schriftelijk verzoek maximaal vier maanden na de laatste vervaldag van de oudste aanslag. Dat wordt alleen verleend als aan alle van de volgende voorwaarden is voldaan:
- de totale openstaande belastingschuld bedraagt minder dan 20.000 euro;
- er staan geen belastingaanslagen open waarvoor dwangbevelen zijn betekend;
- er is geen onbetaald gebleven vergrijpboete;
- er is niet eerder uitstel verleend in verband met betalingsproblemen voor dezelfde of andere aanslagen;
- er is geen aangifteverzuim;
- het verzoek betreft geen voorlopige aanslag die in meerdere termijnen mag worden voldaan.
Er zit een prettig bijeffect aan. De betaalverzuimboete die automatisch met de naheffingsaanslag wordt opgelegd voor aangiftebelastingen, met uitzondering van de motorrijtuigenbelasting, vervalt van rechtswege als de ondernemer voor kort uitstel in aanmerking komt.
Wanneer krijgt u een betalingsregeling van langer dan vier maanden?
Voor bijzonder uitstel van langere duur moet u de ontvanger vier dingen aannemelijk maken: dat er werkelijk bestaande betalingsproblemen zijn, dat die van tijdelijke aard zijn, dat duidelijk is dat zij vóór een bepaald tijdstip worden opgelost, en dat sprake is van een levensvatbare onderneming. Ondersteuning door een derde deskundige, in de praktijk de accountant of de belastingadviseur, is daarbij in beginsel vereist.
De regeling moet zich over een zo kort mogelijke periode uitstrekken en heeft in beginsel een maximale duur van twaalf maanden, gerekend vanaf de vervaldag van de belastingaanslag. De ontvanger stelt standaard twee voorwaarden: nieuw opkomende fiscale verplichtingen worden tijdig nagekomen, en er wordt zekerheid gesteld voor de schuld waarvoor uitstel wordt gevraagd. Die zekerheidseis is niet absoluut, maar de ontvanger zal in beginsel zoveel mogelijk zekerheid verlangen.
Let op de eerste voorwaarde. Een betalingsregeling die vastloopt op een nieuwe onbetaalde btw-aangifte is de meest voorkomende manier waarop een dossier alsnog escaleert. De lopende verplichtingen gaan vóór de inhaalslag.
Kan de Belastingdienst belastingschuld kwijtschelden?
Voor ondernemers is kwijtschelding zeldzaam en aan strikte voorwaarden gebonden. Artikel 26, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 vormt de wettelijke basis, maar artikel 21 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 bepaalt dat de ontvanger aan ondernemers uitsluitend kwijtschelding kan verlenen in het kader van een akkoord met alle schuldeisers: een saneringsakkoord tot gedeeltelijke betaling tegen finale kwijting. Een eenzijdige tegemoetkoming aan alleen de fiscus is uitdrukkelijk niet gewenst, onder meer vanwege het risico van ongeoorloofde concurrentievervalsing.
De kernvoorwaarde is het dubbele percentage. Op grond van artikel 22, onderdeel a, van de Uitvoeringsregeling moet de ontvanger ten minste het dubbele percentage ontvangen van wat aan concurrente schuldeisers op hun vorderingen wordt uitgekeerd. Daarnaast gelden vijf aanvullende eisen: het te ontvangen deel moet een substantiële omvang hebben, zowel absoluut als in verhouding tot de totale belastingschuld; het moet minimaal even groot zijn als wat via executiemaatregelen te verkrijgen is; de ontvanger mag qua tempo van uitkering niet worden achtergesteld bij gelijkbevoorrechte schuldeisers; fiscale verplichtingen die tijdens de behandeling van het saneringsverzoek opkomen moeten tijdig en volledig worden nagekomen; en bij voortzetting van het bedrijf moeten er reële vooruitzichten op continuïteit zijn. Bestuurlijke boeten en rente worden integraal in het akkoord betrokken.
Sinds 1 juli 2026 kunnen kleine crediteuren op grond van een besluit van de staatssecretaris buiten het akkoord worden gelaten, wat het opzetten van een sanering in de praktijk vereenvoudigt.
Wat betekent een WHOA-akkoord voor uw belastingschuld?
Bij een akkoord op grond van de Wet homologatie onderhands akkoord kan de ontvanger instemmen. Ook daar geldt in beginsel het dubbele percentage, maar de ontvanger houdt rekening met de twintigprocentsregel van artikel 384, vierde lid, onderdeel a, van de Faillissementswet voor kleinere mkb-schuldeisers. Ten opzichte van die kleine concurrente schuldeisers kan hij onder omstandigheden genoegen nemen met minder dan het dubbele percentage, zolang die eis wel geldt voor de overige concurrente schuldeisers. Bij de eerste homologatie onder de WHOA in Nederland, Rechtbank Noord-Holland 19 februari 2021 (ECLI:NL:RBNHO:2021:1398), stemde de Belastingdienst in met 21 procent van haar vordering tegenover 16 procent voor concurrente crediteuren.
Het tijdelijke soepele beleid, waarbij de ontvanger van 1 augustus 2022 tot 1 april 2024 genoegen nam met hetzelfde percentage als concurrente schuldeisers, is beëindigd. Sinds 1 april 2024 geldt onverkort het reguliere dubbele-percentagebeleid.
Voor bestuurders is één punt bijzonder. De ontvanger kan instemmen met een WHOA-akkoord en tegelijk het recht voorbehouden om derden aansprakelijk te stellen voor bepaalde belastingaanslagen. Een akkoord over de schuld van de vennootschap ontslaat u dus niet automatisch van uw persoonlijke aansprakelijkheid. Wordt het akkoord gehomologeerd zonder instemming van de ontvanger, dan verleent hij geen kwijtschelding maar neemt hij ook geen verdere invorderingsmaatregelen: de resterende vorderingen worden natuurlijke verbintenissen.
Wat kost te laat betalen?
Er lopen drie geldstromen tegelijk: de verzuimboete, de invorderingsrente en de vervolgingskosten.
De verzuimboete volgt uit artikel 67c, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Op grond van paragraaf 23, derde lid, van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bedraagt zij 3 procent van de niet of gedeeltelijk niet binnen de termijn betaalde belasting, met een minimum van 50 euro. Het wettelijke maximum is in 2026 6.709 euro.
Daarop bestaat een coulanceregeling. Betaalt u het totaal verschuldigde bedrag uiterlijk binnen zeven kalenderdagen na afloop van de wettelijke betalingstermijn, dan wordt geen boete opgelegd als u het voorgaande tijdvak voor dezelfde belastingsoort niet in verzuim was. U krijgt dan alleen een verzuimmededeling. Was de vorige aangifte al te laat of te weinig betaald, dan volgt ook bij betaling binnen de coulancetermijn een boete van 3 procent. Betaling na afloop van de coulancetermijn leidt altijd tot 3 procent, ook de eerste keer.
Wordt nageheven omdat bij een controle blijkt dat een te lage aangifte is gedaan, dan geldt paragraaf 24 van het besluit en bedraagt de verzuimboete 10 procent van de verschuldigde belasting, opnieuw tot het maximum van 6.709 euro. Hoe zo'n controle verloopt, staat in Een boekenonderzoek van de Belastingdienst →.
Betaalverzuim en aangifteverzuim kunnen voor hetzelfde tijdvak naast elkaar worden beboet, maar gezamenlijk niet boven het wettelijke maximum. Bij opzet of grove schuld kan in plaats daarvan een vergrijpboete van maximaal 100 procent worden opgelegd op grond van artikel 67f. Opzettelijk te late betaling van aangiftebelastingen kan bovendien als misdrijf worden vervolgd op grond van artikel 69a, met een maximum van zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie.
De invorderingsrente van artikel 28 loopt vanaf de vervaldag van de aanslag tot de dag vóór die van de betaling, en wordt enkelvoudig berekend. Zij begint dus niet pas bij de aanmaning of het dwangbevel. Bij een aantal specifieke wettelijke uitstelfaciliteiten wordt geen invorderingsrente berekend, maar het gewone uitstel wegens betalingsproblemen valt daar niet onder: over de duur van uw betalingsregeling loopt de rente gewoon door. Het percentage wordt periodiek bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld en volgt de wettelijke rente, dus controleer het actuele percentage op het moment dat u rekent.
Wat doet de ontvanger als u niet betaalt?
De invordering verloopt in vaste stappen, en elke stap heeft een prijs die op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen bij u in rekening wordt gebracht.
| Stap | Wat er gebeurt | Kosten |
|---|---|---|
| Aanmaning | Schriftelijke sommatie om binnen twee weken na dagtekening alsnog te betalen | 10 euro bij een gevorderde som tot 454 euro, 22 euro bij 454 euro of meer |
| Dwangbevel | Betekend volgens de regels voor exploten of per post, met vermelding dat verzet mogelijk is | 56 euro, verhoogd met 5 euro voor elk geheel bedrag van 45 euro waarmee de vordering 45 euro te boven gaat, tot maximaal 16.524 euro |
| Hernieuwd bevel tot betaling | Volgt op het dwangbevel als betaling uitblijft | 22 euro |
| Beslag | Inbeslagneming van goederen en het opmaken van het proces-verbaal | 78 euro, plus 100 euro bij verkoop; duurt de verrichting langer dan vier uur, dan 22 euro per volgend uur of gedeelte |
Aan die volgorde zit een reële verdediging vast. De aanmaning moet op de in artikel 3:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde wijze bekend zijn gemaakt. Is dat niet gebeurd, dan mag geen dwangbevel worden uitgevaardigd en mogen evenmin kosten in rekening worden gebracht. Zo besliste de Hoge Raad op 26 mei 2023 (ECLI:NL:HR:2023:785, BNB 2023/102). Controleer dus altijd of de aanmaning u daadwerkelijk heeft bereikt en op welk adres. De forfaitaire tarieven van de Kostenwet zelf zijn overigens niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM, ook niet als het gehevene de werkelijke kosten overstijgt (HR 5 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL6443, BNB 2010/143).
In de gevallen van artikel 10, zoals gegronde vrees voor verduistering of een dreigend faillissement, kan de ontvanger op grond van artikel 15 versneld invorderen: een dwangbevel zonder voorafgaande aanmaning, terstond ten uitvoer te leggen. Dan is er geen reactietijd meer.
Wat is het bodemrecht en waarom raakt het uw financier?
Artikel 22, derde lid, kent de ontvanger een bijzonder voorrecht toe op roerende zaken die zich op de bodem van de belastingschuldige bevinden. Derden kunnen tegen beslaglegging voor specifiek genoemde naheffingsaanslagen, waaronder loonbelasting, omzetbelasting, accijns, kansspelbelasting en assurantiebelasting, en de daarmee samenhangende kosten, renten en boeten, in beginsel geen verzet doen. Voorwaarde is dat de zaken zich ten tijde van de beslaglegging op de bodem bevinden. Het gaat om roerende, niet-registergoederen: onroerende zaken en schepen vallen erbuiten.
Praktisch betekent dit dat machines, inventaris en voorraad in uw bedrijfspand kunnen worden uitgewonnen voor uw belastingschuld, ook als zij eigendom zijn van een leasemaatschappij of verpand aan de bank. Dat is de reden dat financiers zenuwachtig worden zodra zij horen van een belastingachterstand.
Artikel 22bis vult dat aan met een mededelingsplicht. Houders van pandrechten en overige derden met een recht op een bodemzaak moeten de ontvanger melden dat zij hun rechten willen uitoefenen, en dezelfde plicht rust op de belastingschuldige zelf voor handelingen waardoor een zaak niet langer bodemzaak is. Handelingen in de normale uitoefening van het bedrijf hoeven niet te worden gemeld. Na de mededeling geldt een wachttermijn van vier weken waarin de pandhouder zijn rechten niet mag uitoefenen en de ontvanger beslag kan leggen. Wie zonder mededeling handelt, kan worden verplicht tot betaling van de executiewaarde van de zaak aan de ontvanger, tot het beloop van de onbetaalde belastingschulden.
Hoe verloopt een aansprakelijkstelling en wat kunt u ertegen doen?
Aansprakelijkstelling geschiedt op grond van artikel 49, eerste lid, bij een voor bezwaar vatbare beschikking van de ontvanger, die per aangetekende post wordt verzonden. Zij kan niet plaatsvinden vóór het tijdstip waarop de vennootschap in gebreke is met de betaling. Loopt er een betalingsuitstel, dan is de vennootschap niet in gebreke en kunt u dus nog niet aansprakelijk worden gesteld: het uitstel moet eerst worden ingetrokken. Dat maakt een goed lopende betalingsregeling ook een beschermingsmaatregel voor u persoonlijk.
Tegen de beschikking staat bezwaar en beroep open, waarbij hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing is. Een ingediend bezwaarschrift wordt tevens aangemerkt als een verzoek om uitstel van betaling. Eén beperking is belangrijk: op grond van artikel 49, zevende lid, kunt u de feiten en omstandigheden die van belang zijn geweest bij de vaststelling van de onderliggende belastingaanslag niet opnieuw aanvechten voor zover daarover een onherroepelijke rechterlijke uitspraak bestaat. De hoogte van de aanslag moet dus in de aanslagfase worden bestreden, niet pas in de aansprakelijkheidsfase.
De beschikking waarbij de ontvanger een melding niet rechtsgeldig verklaart, staat zelf niet open voor bezwaar of beroep. Die beslissing kunt u wel aan de orde stellen in de procedure over de aansprakelijkstelling of bij de burgerlijke rechter.
Kunt u de aansprakelijkheidsschuld niet anders dan met buitengewoon bezwaar voldoen, dan kan de ontvanger u op grond van artikel 53, tweede en derde lid, geheel of gedeeltelijk ontslaan van de betalingsverplichting.
Wat doet u vandaag?
Zet eerst de datum. Zoek op welk tijdvak niet betaald gaat worden, tel één maand op vanaf het einde van dat tijdvak en daarna twee weken: dat is uw uiterste meldingsdatum. Meld liever een week te vroeg dan een dag te laat, en meld bij twijfel over de vraag of u het nog rondkrijgt gewoon: een melding die achteraf niet nodig blijkt, kost u niets.
Schrijf vervolgens de oorzaak op, met cijfers erbij, en dien de melding in via het webformulier of per brief. Bewaar de bevestiging. Vraag pas daarna uitstel of een betalingsregeling aan, en houd de lopende aangiften en betalingen vanaf dat moment strikt bij, want daarop struikelt de regeling het vaakst. Bewaar ten slotte alle correspondentie van de ontvanger, in het bijzonder een brief waarin staat dat de betalingsonmacht niet langer aanwezig wordt geacht, want vanaf dat moment moet u opnieuw melden.
Termijnen en bedragen op een rij
| Onderwerp | Norm | Grondslag |
|---|---|---|
| Meldingstermijn | Twee weken na de dag waarop de belasting betaald had moeten zijn | Artikel 7, eerste lid, Uitvoeringsbesluit IW 1990 |
| Afdrachttermijn aangiftebelasting | Eén maand na het einde van het tijdvak | Artikel 19 AWR |
| Melding na naheffingsaanslag | Twee weken na de vervaldag, alleen bij een tekort zonder opzet of grove schuld | Artikel 7, tweede lid, Uitvoeringsbesluit IW 1990 |
| Beoordelingsperiode bestuurdershandelen | Drie jaar | Artikel 36, derde en vierde lid, IW 1990 |
| Beslissing over rechtsgeldigheid melding | Binnen acht weken na ontvangst | Leidraad Invordering 2008 |
| Kort uitstel van betaling | Maximaal vier maanden, schuld onder 20.000 euro | Artikel 25.6.2D Leidraad Invordering 2008 |
| Betalingsregeling ondernemers | In beginsel maximaal twaalf maanden | Leidraad Invordering 2008 |
| Sanering | Ontvanger ontvangt ten minste het dubbele percentage van de concurrente schuldeisers | Artikel 22, onderdeel a, Uitvoeringsregeling IW 1990 |
| Betaalverzuimboete | 3 procent, minimaal 50 euro, maximaal 6.709 euro | Artikel 67c AWR en paragraaf 23 BBBB |
| Coulancetermijn betaling | Zeven kalenderdagen | Paragraaf 23, vierde lid, BBBB |
| Verzuimboete na correctie bij controle | 10 procent van de verschuldigde belasting | Paragraaf 24 BBBB |
| Vergrijpboete bij opzet of grove schuld | Maximaal 100 procent | Artikel 67f AWR |
| Termijn aanmaning | Twee weken na dagtekening | Invorderingswet 1990 |
Veelgestelde vragen
Binnen welke termijn moet ik betalingsonmacht melden?
Uiterlijk twee weken na de dag waarop de belasting betaald had moeten zijn. Voor een aangiftebelasting is dat één maand na het einde van het tijdvak, dus voor de btw over september betekent het: betalen uiterlijk 31 oktober, melden uiterlijk 14 november.
Voor welke belastingen geldt de meldingsplicht?
Onder meer voor de loonbelasting, de omzetbelasting, de accijns, de milieubelastingen en de kansspelbelasting. Niet voor de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting. Voor pensioenpremies en premies werknemersverzekeringen gelden aparte meldingsregelingen.
Wat gebeurt er als ik niet meld?
Dan wordt wettelijk vermoed dat het niet betalen aan u als bestuurder te wijten is. U wordt pas toegelaten tot het weerleggen van dat vermoeden als u eerst aannemelijk maakt dat het niet aan u persoonlijk te wijten is dat er niet is gemeld. Zonder melding is persoonlijke aansprakelijkheid dus het uitgangspunt.
Kan ik nog melden als ik al een naheffingsaanslag heb?
Meestal niet, omdat de reguliere termijn dan is verstreken. Alleen als de aanslag is opgelegd omdat er meer verschuldigd was dan op aangifte is voldaan en dat verschil niet aan opzet of grove schuld is te wijten, kunt u nog binnen twee weken na de vervaldag melden.
Geldt mijn verzoek om uitstel van betaling als melding?
Alleen als het schriftelijk is en inzicht geeft in de oorzaak van de betalingsproblemen. Een uitstelverzoek in verband met bezwaar of beroep geldt uitdrukkelijk niet als melding. Een aparte, expliciete melding is altijd veiliger.
Moet ik elk kwartaal opnieuw melden?
Nee. Een gedane melding blijft geldig zolang er een betalingsachterstand is. Dat verandert pas als de ontvanger schriftelijk meedeelt dat hij de betalingsonmacht niet langer aanwezig acht; vanaf dat moment moet u bij een nieuwe achterstand opnieuw melden.
Ben ik als voormalig bestuurder nog aansprakelijk?
U wordt voor de toepassing van artikel 36 nog als bestuurder aangemerkt als de belastingschuld tijdens uw bestuur is ontstaan. U heeft wel een betere positie: u hoeft niet eerst aan te tonen dat het niet aan u lag dat er niet is gemeld, maar wordt rechtstreeks toegelaten tot het bewijs dat de niet-betaling niet aan uw kennelijk onbehoorlijk bestuur te wijten is.
Wat is kennelijk onbehoorlijk bestuur?
De bestuurder wist of had redelijkerwijs moeten begrijpen dat zijn handelwijze tot gevolg zou hebben dat belastingschulden onbetaald zouden blijven, en hem treft daarvan persoonlijk een ernstig verwijt. Ondernemersrisico dat verkeerd uitpakt valt daar niet onder.
Kan de Belastingdienst mijn belastingschuld kwijtschelden?
Voor ondernemers alleen in het kader van een akkoord met alle schuldeisers, waarbij de ontvanger ten minste het dubbele percentage moet ontvangen van wat de concurrente schuldeisers krijgen. Een eenzijdige tegemoetkoming aan alleen de fiscus is niet mogelijk.
Wat kost het als ik de btw te laat betaal?
De verzuimboete bedraagt 3 procent van het te laat betaalde bedrag, met een minimum van 50 euro en in 2026 een maximum van 6.709 euro. Betaalt u binnen zeven kalenderdagen na de betalingstermijn en was het voorgaande tijdvak niet in verzuim, dan volgt alleen een verzuimmededeling. Daarnaast loopt invorderingsrente vanaf de vervaldag.
Waarom dit maatwerk is
De melding zelf is eenvoudig. Wat lastig is, is het moment waarop u hem doet, de manier waarop u de oorzaak beschrijft, en de vraag of de betalingsregeling die u vraagt uw positie versterkt of juist ondermijnt. Daar komt bij dat u die keuzes moet maken op het moment dat er twintig andere dingen tegelijk spelen, en dat de meeste fouten in dit dossier pas maanden later zichtbaar worden, in een beschikking op uw eigen naam.
Wij begeleiden bestuurders bij de melding, bij het uitstel- of saneringsverzoek en bij een bezwaar tegen een aansprakelijkstelling, en nemen desgewenst de administratie, de btw-aangiften en de loonaangiften over zodat de lopende verplichtingen daarna niet opnieuw achterlopen. Dat kan naast uw huidige accountant, of in zijn plaats.
De informatie op deze pagina is van algemene en informatieve aard en vormt geen fiscaal, juridisch of financieel advies. Bedragen en percentages gelden voor 2026 en kunnen wijzigen. Voor toepassing op uw specifieke situatie adviseren wij u graag persoonlijk.