Brief van de Belastingdienst over uw buitenlandse rekening: wat nu?
Een brief van de Belastingdienst over een buitenlandse bankrekening betekent vrijwel altijd dat de inspecteur gegevens over die rekening uit het buitenland heeft ontvangen. Banken in ruim honderd landen geven sinds 2016 jaarlijks door wie een rekening aanhoudt, met welk saldo en met welke opbrengsten. De brief is dus geen vrijblijvende vraag, maar het begin van een onderzoek dat kan eindigen in navorderingsaanslagen over twaalf jaar, belastingrente en een boete die voor box 3 kan oplopen tot 300 procent van de nagevorderde belasting.
Tegelijk is de uitkomst minder vastomlijnd dan veel mensen vrezen. De belasting over oude jaren kan soms worden teruggebracht tot het werkelijke rendement, de boete is geen vast percentage maar maatwerk, en de inspecteur moet na ontvangst van de gegevens voortvarend handelen. Wie de eerste weken goed gebruikt, bepaalt voor een groot deel hoe het dossier afloopt. Op deze pagina staat wat de brief betekent, wat u wel en niet meer kunt doen, en hoe de Belastingdienst de belasting, de rente en de boete berekent.
In het kort
- De Belastingdienst ontvangt via de Common Reporting Standard (CRS) jaarlijks naam, rekeningnummer, saldo en opbrengsten van buitenlandse rekeningen.
- Voor vermogen in het buitenland geldt een navorderingstermijn van twaalf jaar in plaats van vijf jaar (artikel 16, vierde lid, AWR).
- Na een persoonlijke brief over een concrete rekening is een verbetering voor die rekening in beginsel niet meer vrijwillig.
- De vergrijpboete voor box 3 bedraagt wettelijk ten hoogste 300 procent; het beleid gaat uit van 150 procent bij opzet en 75 procent bij grove schuld.
- Voor de jaren 2017 tot en met 2022 en vanaf 2023 kan de belasting onder voorwaarden worden teruggebracht tot het werkelijke rendement, mits u inzicht geeft in uw hele box 3-vermogen.
Buitenlands vermogen dat niet (volledig) is aangegeven, of al een brief ontvangen? Wij berekenen per jaar wat u verschuldigd bent, inclusief de keuze voor het werkelijke rendement, en verzorgen de verbetering en de correspondentie met de Belastingdienst.
Adviesmemo binnen tien werkdagen: EUR 950 excl. btw (EUR 1.149,50 incl. btw). Bekijk de aanpak en prijzen →
Stel uw vraag per e-mailVertrouwelijk. Vaste prijs vooraf. Advies en uitvoering uit één hand. Aangesloten bij het Register Belastingadviseurs.
Waarom krijgt u een brief over uw buitenlandse rekening?
De meeste brieven vloeien voort uit de automatische uitwisseling van financiële rekeninggegevens. De basis daarvoor is de Common Reporting Standard van de OESO, in de Europese Unie ingevoerd met Richtlijn 2014/107/EU, die de richtlijn administratieve samenwerking uitbreidde. Nederland heeft die richtlijn uitgevoerd met de Wet uitvoering Common Reporting Standard van 23 december 2015, die de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen aanvulde. De regels gelden sinds 1 januari 2016. De eerste gegevens over het jaar 2016 zijn in het najaar van 2017 bij de Belastingdienst binnengekomen, en sindsdien volgt elk jaar een nieuwe levering.
Banken, beleggingsinstellingen en bepaalde verzekeraars in de deelnemende landen stellen vast in welk land hun klant fiscaal woont en rapporteren de rekening aan hun eigen belastingdienst. Die stuurt de gegevens door naar het woonland. Een Nederlander met een rekening in Duitsland, België, Zwitserland, Luxemburg, Spanje of Singapore is daarmee voor de Belastingdienst in beginsel zichtbaar. Veel mensen merken de eerste stap al eerder: de buitenlandse bank vraagt schriftelijk naar hun fiscale woonplaats en fiscaal identificatienummer. Dat formulier is de voorbereiding op de rapportage.
Oudere dossiers kunnen ook uit andere bronnen komen. Onder de Europese Spaarrenterichtlijn werden vanaf 2005 rentebetalingen gemeld, zonder saldi. Daarnaast heeft de Belastingdienst in het verleden gegevens gekregen over rekeninghouders bij onder meer KB-Lux in Luxemburg en LGT in Liechtenstein. Het verschil met de huidige situatie is de schaal: CRS levert jaarlijks miljoenen regels aan, met saldi, en de Belastingdienst koppelt die aan de aangiften.
Welke gegevens heeft de Belastingdienst over uw rekening?
Een CRS-melding bevat in hoofdzaak de identificatiegegevens van de rekeninghouder (naam, adres, woonland, fiscaal nummer en geboortedatum), de naam van de financiële instelling, het rekeningnummer, het soort rekening en de waarde of het saldo aan het einde van het jaar of bij opheffing. Afhankelijk van het soort rekening meldt de bank daarnaast de ontvangen rente, dividenden, andere opbrengsten en de bruto-opbrengst uit verkoop of aflossing van effecten.
Voor een rekening die een vennootschap, stichting of trust op naam heeft, kijkt de bank door naar de uiteindelijk belanghebbende. Ook een rekening op naam van een buitenlandse vennootschap kan daardoor bij de Nederlandse aandeelhouder uitkomen. Houdt u vermogen aan via een buitenlandse vennootschap die u vanuit Nederland bestuurt, dan speelt ook de vraag waar die vennootschap fiscaal gevestigd is. Zie daarvoor Buitenlandse vennootschap, maar geleid vanuit Nederland →.
Wat de gegevens niet vertellen, is het verloop gedurende het jaar en het saldo op 1 januari, terwijl box 3 juist naar de stand op 1 januari kijkt. De inspecteur leidt die stand dan af uit het eindsaldo van het vorige jaar. Dat is een van de redenen waarom de bankafschriften van alle jaren voor uw eigen verweer belangrijk zijn.
Wat staat er meestal in de brief?
De brieven verschillen, maar de meeste hebben dezelfde opbouw. De inspecteur meldt dat hij gegevens uit een bepaald land heeft ontvangen, noemt de bank en vaak het rekeningnummer of het saldo, stelt vast dat die rekening niet of niet volledig in uw aangifte staat en vraagt u binnen een termijn om uitleg en stukken. Soms is de brief breder en vraagt de inspecteur naar al uw buitenlandse bezittingen over een reeks jaren.
Een deel van de brieven is algemener van toon: een melding dat er gegevens uit het buitenland zijn ontvangen, met het verzoek de aangifte zelf te controleren. Het maakt voor uw positie veel uit welk type u heeft ontvangen, omdat de inhoud bepaalt of een verbetering nog als vrijwillig kan gelden. Lees de brief daarom precies: welke rekening, welke jaren, welke bank, en welke vraag wordt gesteld.
Moet u op de brief reageren?
Ja. Iedere belastingplichtige is op grond van artikel 47 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) verplicht de inspecteur de gegevens en inlichtingen te verstrekken die voor de heffing van belang kunnen zijn. Wie niet of onvolledig reageert, riskeert een informatiebeschikking op grond van artikel 52a AWR. Die beschikking is vatbaar voor bezwaar en beroep, maar als zij onherroepelijk wordt, geldt in een latere procedure over de aanslag de omkering en verzwaring van de bewijslast van artikel 25, derde lid, en artikel 27e AWR. De aanslag blijft dan in stand tenzij u doet blijken dat en in hoeverre die onjuist is. De inspecteur mag in dat geval schatten, en een schatting over twaalf jaar valt zelden gunstig uit.
Reageer daarom schriftelijk, tijdig en volledig, of vraag gemotiveerd om uitstel als het verzamelen van bankgegevens meer tijd kost. Geef geen losse telefonische verklaringen over hoe het vermogen is ontstaan voordat u het complete beeld heeft. Wat u in de eerste reactie verklaart, komt later terug bij de beoordeling van opzet en dus bij de boete.
Kunt u na de brief nog inkeren?
Voor de rekening die in de brief wordt genoemd in beginsel niet meer. De inkeerregeling van artikel 67n AWR vereist dat u de aangifte verbetert voordat u weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid bekend is of zal worden. Een persoonlijke brief waarin de Belastingdienst uw bank, uw rekening of uw saldo noemt, maakt precies dat duidelijk. Een verbetering die daarna volgt, geldt voor die rekening niet meer als vrijwillig.
Anders ligt het bij algemene berichtgeving. Een persbericht of een algemene campagne over internationale gegevensuitwisseling maakt niet zonder meer aannemelijk dat de inspecteur juist uw rekening kent. Ook de vraag van een buitenlandse bank naar uw fiscale woonplaats is op zichzelf nog geen wetenschap bij de inspecteur, al is het een duidelijk signaal dat de melding eraan komt. De beoordeling is feitelijk en draait om wat u op het moment van verbeteren wist of moest vermoeden.
Dat heeft een praktisch gevolg dat vaak wordt gemist. Heeft u naast de genoemde rekening ander buitenlands vermogen dat niet in de brief staat, of zijn er jaren waarnaar niet wordt gevraagd, verbeter dat dan direct en volledig mee. Een verbetering moet juist en volledig zijn; wie alleen erkent wat al bekend is en de rest later laat ontdekken, verspeelt voor dat deel de strafverminderende werking en versterkt de verdenking van opzet. Voor de werking van de inkeerregeling in het algemeen verwijzen wij naar Vrijwillige verbetering (inkeer) 2026 →.
Levert inkeer voor box 3 nog een boetevrije uitkomst op?
Nee, ook niet als u op tijd bent. Sinds 1 januari 2020 sluit artikel 67n, derde lid, AWR de boetevrije inkeer binnen twee jaar uit voor inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en voor inkomen uit sparen en beleggen (box 3). Voor 2020 gold die uitsluiting alleen voor box 3-inkomen dat in het buitenland was opgekomen; de wetgever heeft het onderscheid tussen binnenlands en buitenlands vermogen toen laten vallen.
Wie tijdig en vrijwillig verbetert, krijgt voor box 2 en box 3 dus wel een boete, maar een lagere. Vrijwillige verbetering is op grond van paragraaf 7, tweede lid, van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst (BBBB) een strafverminderende omstandigheid. Het beleid werkt sinds 2020 niet meer met vaste inkeerpercentages. Tussen 2016 en 2019 gold voor inkeer na twee jaar bij buitenlands box 3-vermogen nog een vaste boete van 120 procent van de nagevorderde belasting; dat getal wordt nog vaak genoemd, maar is geen geldend beleid meer.
Hoe ver kan de Belastingdienst terug?
Voor buitenlands vermogen twaalf jaar. De gewone navorderingstermijn bedraagt vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld (artikel 16, derde lid, AWR). Voor zover te weinig belasting is geheven over een bestanddeel dat in het buitenland wordt gehouden of is opgekomen, verlengt artikel 16, vierde lid, AWR die termijn tot twaalf jaar. Bij de inkomstenbelasting ontstaat de belastingschuld aan het einde van het kalenderjaar. In de loop van 2026 kan de inspecteur dus nog navorderen tot en met het jaar 2014; per 1 januari 2027 vervalt dat jaar.
De verlengde termijn geldt alleen voor het buitenlandse bestanddeel zelf. Een buitenlandse rekening opent niet de weg om ook binnenlandse correcties over twaalf jaar mee te nemen. De inspecteur moet bovendien aannemelijk maken dat er in het betreffende jaar daadwerkelijk een buitenlands bestanddeel was; voor die bevoegdheidsvraag geldt geen omkering van de bewijslast.
Voor navordering is normaal gesproken een nieuw feit nodig. Artikel 16, achtste lid, AWR bepaalt dat gegevens die de inspecteur uitsluitend via de Europese regels voor administratieve samenwerking heeft ontvangen, niet gelden als een feit dat hij al kende of redelijkerwijs had kunnen kennen. CRS-gegevens zijn daarmee in beginsel een nieuw feit.
Moet de inspecteur snel handelen na ontvangst van de gegevens?
Bij vermogen in een andere lidstaat van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte wel. Het Hof van Justitie oordeelde op 11 juni 2009 in de gevoegde zaken C-155/08 en C-157/08 (Passenheim-van Schoot) dat een langere navorderingstermijn voor verborgen buitenlands vermogen gerechtvaardigd kan zijn, maar evenredig moet blijven. De Hoge Raad heeft dat uitgewerkt in de arresten van 26 februari 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BJ9092 en ECLI:NL:HR:2010:BJ9120): zodra de inspecteur aanwijzingen heeft, mag hij de tijd nemen om gegevens te verzamelen en de navordering voor te bereiden, maar hij moet daarbij met redelijke voortvarendheid te werk gaan.
Daarop volgde een harde ondergrens. Volgens HR 27 september 2013 (ECLI:NL:HR:2013:717), bevestigd in HR 28 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:689) en HR 1 mei 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1105), is een onverklaarde vertraging van meer dan zes maanden in ieder geval niet voortvarend. Bij grote gegevensbestanden mag de Belastingdienst een landelijke, projectmatige aanpak kiezen, maar die organisatorische ruimte houdt op waar de voortvarendheid niet meer is gewaarborgd.
Voor CRS-dossiers is dit geen theorie. In een zaak die Hof Amsterdam op 3 februari 2026 behandelde (ECLI:NL:GHAMS:2026:428) oordeelde de rechtbank, zoals in de hofuitspraak weergegeven, dat CRS-gegevens met rekeningnummers en aanzienlijke saldi voldoende aanwijzing vormden om onderzoek te doen, en dat een eerste informatieverzoek pas ruim twee jaar later onvoldoende voortvarend was. De mogelijke onbetrouwbaarheid van de gegevens was juist een reden om snel vragen te stellen. Hof Den Haag maakte op 16 april 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:715) een onderscheid dat voor de praktijk belangrijk is: voor Duitse rekeningen gold de voortvarendheidseis, voor Amerikaanse rekeningen niet op dezelfde manier, omdat het Unierecht bij vermogen in derde landen op dit punt minder bescherming biedt.
Voor uw dossier betekent dit dat het loont om vast te stellen wanneer de Belastingdienst de gegevens heeft ontvangen en wanneer de eerste vraag is gesteld. Bij een EU-rekening kan een lange stilte aan de kant van de inspecteur betekenen dat oudere jaren niet meer met de verlengde termijn kunnen worden nagevorderd.
Welke boete riskeert u?
Een vergrijpboete vereist dat de inspecteur opzet of grove schuld bewijst. Voor de navordering van inkomstenbelasting bedraagt de boete in het algemeen ten hoogste 100 procent van de nagevorderde belasting (artikel 67e AWR). Voor inkomen uit sparen en beleggen in box 3 geldt echter een verhoogd maximum van 300 procent, voor een aanslag in artikel 67d, vijfde lid, en voor een navordering in artikel 67e, zesde lid, AWR. Dat maximum geldt voor beboetbare feiten vanaf 2 juli 2009 en voor al het box 3-inkomen, dus niet alleen voor buitenlands vermogen.
Het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst vertaalt dat in paragraaf 27, zesde lid, naar een uitgangspunt van 150 procent bij opzet en 75 procent bij grove schuld, dezelfde verhouding als de gewone 50 en 25 procent, toegepast op het hogere maximum. Het blijft een uitgangspunt. De boete moet in het individuele geval passend en geboden zijn, en de inspecteur moet verzwarende en verminderende omstandigheden afwegen: de duur en omvang van het verzwijgen, de herkomst van het vermogen, uw medewerking, uw persoonlijke omstandigheden en de vraag of de procedure binnen een redelijke termijn is afgerond.
Over het bewijs van opzet bestaat vaste rechtspraak. In een KB-Lux-zaak oordeelde de Hoge Raad (HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:63) dat het verzwijgen van aanzienlijke tegoeden en rente bij een bank in een land met bankgeheim in beginsel opzet kan dragen. Tegelijk geldt de omkering van de bewijslast niet voor de boete: artikel 25, derde lid, en artikel 27e, derde lid, AWR sluiten dat uit. De inspecteur moet de beboetbare gedraging, de schuldvorm en de boetegrondslag dus zelfstandig bewijzen, ook als de aanslag zelf op een schatting berust. Een geërfde rekening waarvan u het bestaan pas laat kende, is een ander dossier dan een rekening die u bewust hebt geopend om buiten beeld te blijven.
Kan het strafrechtelijk worden?
In ernstige gevallen wel. Het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangifte is strafbaar op grond van artikel 69 AWR. Voor box 3-inkomen kan de strafrechtelijke geldboete oplopen tot driemaal de te weinig geheven belasting, en de wet bepaalt dat inkeer voor box 3 vervolging niet uitsluit. De keuze tussen een bestuurlijke boete en strafvervolging wordt gemaakt aan de hand van het Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen (AAFD-protocol 2023). Bij een vermoeden van opzet en een fiscaal nadeel van 100.000 euro of meer wordt een zaak aangemeld voor mogelijke strafrechtelijke afdoening. Onder dat bedrag kan dat bij opzet in combinatie met aanvullende criteria, zoals recidive, een voorbeeldfunctie, het gebruik van complexe structuren of tussenpersonen.
Voor hetzelfde feit volgt niet zowel een bestuurlijke boete als een strafrechtelijke sanctie. In de meeste dossiers over buitenlandse spaarrekeningen blijft het bij de fiscale afwikkeling met een bestuurlijke boete. Het is desondanks een reden om vanaf de eerste reactie zorgvuldig te formuleren.
Betaalt u belasting over het forfait of over het werkelijke rendement?
Dat hangt af van het jaar. De Hoge Raad oordeelde op 6 juni 2024 (ECLI:NL:HR:2024:704 en ECLI:NL:HR:2024:705) dat de box 3-heffing moet worden teruggebracht tot het werkelijke rendement wanneer het forfaitaire rendement hoger is. De wetgever heeft dat uitgewerkt in de Wet rechtsherstel box 3, met in artikel 6a een tegenbewijsregeling voor de jaren 2017 tot en met 2022, en in artikel 5.25 van de Wet inkomstenbelasting 2001 voor de jaren vanaf 2023. De Wet tegenbewijsregeling box 3 is op 19 juli 2025 in werking getreden.
Voor een navorderingsaanslag betekent dit het volgende. Voor de jaren 2021 en 2022 geldt het rechtsherstel rechtstreeks. Voor 2017 tot en met 2020 alleen voor aanslagen die op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststonden of nog niet waren opgelegd, wat bij een navordering over verzwegen vermogen doorgaans het geval is. Voor de jaren vanaf 2023 kunt u het tegenbewijs leveren via artikel 5.25 Wet IB 2001. Voor de jaren vóór 2017 bestaat geen wettelijk rechtsherstel; daar geldt het forfait van dat jaar.
Het werkelijke rendement bestaat uit rente, dividend en huur, plus de gerealiseerde en ongerealiseerde waardeveranderingen, zonder inflatiecorrectie en zonder verrekening van verliezen tussen jaren. Kosten zijn in beginsel niet aftrekbaar, behalve financieringskosten. In jaren met lage rente en dalende koersen kan het verschil met het forfait groot zijn, in goede beursjaren juist niet.
De voorwaarde is streng. U moet het werkelijke rendement op uw gehele box 3-vermogen aannemelijk maken. Volgens HR 2 augustus 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1086) komt u niet in aanmerking voor dit rechtsherstel als u voor een deel van uw vermogen geen inzicht kunt verschaffen, en HR 29 november 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1759) bevestigt dat onvoldoende gegevens over waardeveranderingen het beroep op een lager rendement laten stranden. Juist bij oude buitenlandse rekeningen zijn afschriften vaak lastig te krijgen. Vraag ze daarom direct bij de bank op, voor alle jaren en alle rekeningen.
Een lager werkelijk rendement verlaagt niet alleen de navorderingsaanslag, maar ook de grondslag van de boete, omdat die wordt berekend over de belasting die door opzet of grove schuld niet is geheven.
Hoeveel belastingrente komt erbij?
Over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting wordt belastingrente berekend op grond van artikel 30fc AWR. De rente loopt vanaf zes maanden na afloop van het belastingjaar, dus vanaf 1 juli van het volgende jaar, tot en met de dag vóór de dag waarop de navorderingsaanslag invorderbaar wordt, en wordt enkelvoudig berekend. Voor de inkomstenbelasting bedraagt het percentage 6,5 procent (stand 2026); voor eerdere tijdvakken golden andere percentages. Over een reeks van jaren loopt de rente daardoor fors op, en bij de oudste jaren kan zij een aanzienlijk deel van de nagevorderde belasting bedragen.
Wie zelf om een navorderingsaanslag verzoekt, beperkt de renteloop: die eindigt dan uiterlijk twaalf weken na ontvangst van het verzoek. Ook dat is een reden om de verbetering niet te laten liggen tot alle details rond zijn.
Wat als de rekening van een overleden ouder was?
Dat komt vaak voor en vraagt een eigen aanpak. Een vergrijpboete is persoonsgebonden en gaat niet over op de erfgenamen. De belastingschuld van de overledene gaat wel over: de inspecteur kan binnen de termijnen bij de nalatenschap navorderen over de jaren waarin de ouder het vermogen verzweeg.
Daarnaast speelt de erfbelasting. Voor niet of onvolledig aangegeven vermogen dat in het buitenland wordt gehouden, vervalt de bevoegdheid tot navorderen van erfbelasting niet (artikel 66, vierde lid, Successiewet 1956). Volgens HR 3 maart 2017 (ECLI:NL:HR:2017:356) geldt die onbeperkte termijn voor oudere nalatenschappen alleen als de navorderingsbevoegdheid op 1 januari 2012 nog niet was vervallen. Ook hier geldt de voortvarendheidseis. En de erfgenaam die de rekening na het overlijden zelf niet in box 3 heeft opgegeven, heeft een eigen probleem, met een eigen boete. Meer over grensoverschrijdende nalatenschappen leest u in Erfbelasting over de grens →.
Wat doet u in de eerste weken?
- Lees de brief precies: welke bank, welke rekening, welke jaren en welke vraag. Noteer de reactietermijn.
- Vraag schriftelijk uitstel als dat nodig is, met een korte motivering. Geef geen telefonische verklaringen over de herkomst van het vermogen.
- Breng al uw buitenlandse bezittingen in kaart, ook wat niet in de brief staat: rekeningen, effecten, deposito's, verzekeringen, crypto en onroerend goed.
- Vraag bij iedere bank de jaaroverzichten en saldi per 1 januari op, zo ver terug als de navorderingstermijn reikt, en de afschriften die nodig zijn voor het werkelijke rendement.
- Stel per jaar vast of het forfait of het werkelijke rendement lager uitkomt en welke jaren nog open staan.
- Stel één volledige en onderbouwde reactie op, met de berekening per jaar en de toelichting op de herkomst van het vermogen.
- Bereid het boeteverweer voor: schuldvorm, omstandigheden, voortvarendheid en de redelijke termijn.
- Beoordeel de betaling: een betalingsregeling of uitstel kan bij hoge bedragen nodig zijn.
Kerncijfers op een rij
| Onderwerp | Regel | Grondslag |
|---|---|---|
| Navorderingstermijn buitenlands vermogen | 12 jaar na het einde van het belastingjaar | Artikel 16, vierde lid, AWR |
| Gewone navorderingstermijn | 5 jaar | Artikel 16, derde lid, AWR |
| CRS-gegevens | Gelden als nieuw feit | Artikel 16, achtste lid, AWR |
| Maximale vergrijpboete box 3 | 300 procent van de nagevorderde belasting | Artikel 67e, zesde lid, AWR |
| Beleidsuitgangspunt boete box 3 | 150 procent bij opzet, 75 procent bij grove schuld | Paragraaf 27, zesde lid, BBBB |
| Boetevrije inkeer binnen twee jaar | Uitgesloten voor box 2 en box 3 sinds 2020 | Artikel 67n, derde lid, AWR |
| Belastingrente inkomstenbelasting | 6,5 procent, vanaf 1 juli na het belastingjaar | Artikel 30fc AWR |
| Aanmelding strafrechtelijk traject | Bij opzet en een nadeel vanaf 100.000 euro | AAFD-protocol 2023 |
| Werkelijk rendement | 2017 tot en met 2022 en vanaf 2023, onder voorwaarden | Artikel 6a Wet rechtsherstel box 3; artikel 5.25 Wet IB 2001 |
| Navordering erfbelasting buitenlands vermogen | Geen vervaltermijn | Artikel 66, vierde lid, SW 1956 |
Veelgestelde vragen over een brief over uw buitenlandse rekening
Waarom stuurt de Belastingdienst mij een brief over mijn buitenlandse rekening?
Omdat de Belastingdienst via de Common Reporting Standard gegevens over uw rekening heeft ontvangen van de belastingdienst van het land waar de rekening loopt, en die gegevens niet of niet volledig terugziet in uw aangifte. De melding bevat onder meer het rekeningnummer, het saldo en de opbrengsten.
Kan ik na een brief van de Belastingdienst nog inkeren?
Voor de rekening die in de brief wordt genoemd in beginsel niet meer, omdat u dan weet dat de inspecteur ervan op de hoogte is. Ander vermogen dat niet in de brief staat, moet u direct volledig meenemen; daarvoor kan de verbetering nog als strafverminderende omstandigheid meewegen.
Hoeveel jaar kan de Belastingdienst terug bij een buitenlandse rekening?
Twaalf jaar, gerekend vanaf het einde van het belastingjaar (artikel 16, vierde lid, AWR). In 2026 kan dus nog worden nagevorderd tot en met 2014. Bij rekeningen binnen de EU moet de inspecteur na ontvangst van de gegevens wel voortvarend handelen.
Hoe hoog is de boete voor een niet aangegeven buitenlandse rekening?
Wettelijk ten hoogste 300 procent van de nagevorderde box 3-belasting. Het beleid gaat uit van 150 procent bij opzet en 75 procent bij grove schuld, waarna de inspecteur de boete aan de omstandigheden moet aanpassen. Een vrijwillige verbetering vóór de brief verlaagt de boete, maar voorkomt die voor box 3 niet.
Moet ik belasting betalen over het forfaitaire of over het werkelijke rendement?
Voor de jaren 2017 tot en met 2022 en vanaf 2023 kunt u onder voorwaarden het lagere werkelijke rendement aantonen. U moet dan inzicht geven in uw hele box 3-vermogen. Voor jaren vóór 2017 geldt geen wettelijk rechtsherstel.
Wat als ik niet op de brief reageer?
Dan kan de inspecteur een informatiebeschikking geven en de aanslag schatten. In een procedure moet u dan zelf bewijzen dat de schatting onjuist is. Niet reageren maakt het dossier vrijwel altijd duurder.
Word ik strafrechtelijk vervolgd?
Meestal niet. Aanmelding voor een strafrechtelijk traject volgt volgens het AAFD-protocol 2023 bij opzet en een nadeel vanaf 100.000 euro, of bij opzet in combinatie met verzwarende omstandigheden. De meeste dossiers worden fiscaal afgewikkeld met een bestuurlijke boete.
De rekening was van mijn overleden vader of moeder. Krijg ik een boete?
Een boete die uw ouder had kunnen krijgen, gaat niet op u over. De belasting die uw ouder verschuldigd was wel, en voor de erfbelasting over buitenlands vermogen geldt geen vervaltermijn. Heeft u de rekening na het overlijden zelf niet aangegeven, dan kan u daarvoor wel een eigen boete worden opgelegd.
Waarom dit maatwerk is
Een brief over een buitenlandse rekening lijkt een administratieve vraag, maar de uitkomst wordt bepaald door keuzes die in de eerste weken worden gemaakt: wat u verklaart, welke jaren en rekeningen u meeneemt, of het werkelijke rendement lager uitkomt, of de inspecteur voortvarend heeft gehandeld en welke omstandigheden de boete verlagen. Het verschil tussen een goed en een slecht afgewikkeld dossier loopt bij een middelgroot vermogen al snel in de tienduizenden euro's.
Wij stellen eerst een adviesmemo op met de berekening per jaar, de risico's en de aanpak, en voeren daarna desgewenst de vrijwillige verbetering en de correspondentie met de Belastingdienst uit, tegen een vaste prijs per fase. Daarna kunnen wij ook uw aangiften inkomstenbelasting verzorgen, zodat het vermogen voortaan juist wordt aangegeven. Heeft u nog geen brief ontvangen maar wel een niet aangegeven buitenlandse rekening, lees dan eerst Inkeerregeling bij buitenlands vermogen →. Wie vóór de brief handelt, heeft meer mogelijkheden dan wie erna handelt.
Stand van wet- en regelgeving: september 2026.
De informatie op deze pagina is van algemene en informatieve aard en vormt geen fiscaal, juridisch of financieel advies. Bedragen en percentages gelden voor 2026 en kunnen wijzigen. Voor toepassing op uw specifieke situatie adviseren wij u graag persoonlijk.
Buitenlands vermogen dat niet (volledig) is aangegeven, of al een brief ontvangen? Wij berekenen per jaar wat u verschuldigd bent, inclusief de keuze voor het werkelijke rendement, en verzorgen de verbetering en de correspondentie met de Belastingdienst.
Adviesmemo binnen tien werkdagen: EUR 950 excl. btw (EUR 1.149,50 incl. btw). Bekijk de aanpak en prijzen →
Stel uw vraag per e-mailVertrouwelijk. Vaste prijs vooraf. Advies en uitvoering uit één hand. Aangesloten bij het Register Belastingadviseurs.