Buitenlandse vennootschap, maar geleid vanuit Nederland: waar betaalt u belasting?

Een vennootschap die in Dubai, Estland, het Verenigd Koninkrijk, Cyprus of de Verenigde Staten is opgericht, maar feitelijk vanuit Nederland wordt geleid, is voor de Nederlandse belastingwet in de regel een Nederlandse vennootschap. Niet de plaats van oprichting of de inschrijving in een buitenlands register bepaalt waar een vennootschap belasting betaalt, maar de plaats waar de werkelijke leiding wordt uitgeoefend. Woont de enige aandeelhouder en bestuurder in Nederland en neemt hij hier de beslissingen, dan betaalt de vennootschap in Nederland vennootschapsbelasting over haar hele winst.

Dat misverstand komt veel voor. Aanbieders van buitenlandse vennootschappen beloven een tarief van nul procent in een free zone, een snelle oprichting via e-residency of een eenvoudige Limited in Londen. Wat zelden wordt verteld, is dat die voordelen alleen gelden als de vennootschap ook werkelijk in het buitenland wordt bestuurd. Voor wie in Nederland blijft wonen, levert de constructie vaak het omgekeerde op: Nederlandse vennootschapsbelasting, Nederlandse dividendbelasting, Nederlandse loonheffingen over het gebruikelijk loon en een navordering over jaren. Op deze pagina staat hoe de Belastingdienst en de rechter de vestigingsplaats beoordelen, wat de gevolgen zijn en hoe u een bestaande situatie herstelt.

In het kort

  • Een vennootschap is gevestigd waar de werkelijke leiding wordt uitgeoefend: waar de kernbeslissingen worden genomen (artikel 4 AWR; HR 19 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:47).
  • Een in Nederland wonende enig aandeelhouder en bestuurder leidt de vennootschap in de regel vanuit Nederland. Een lokale nominee director verandert dat niet als hij alleen uitvoert.
  • Gevolg: Nederlandse vennootschapsbelasting over de wereldwinst, 15 procent dividendbelasting op uitkeringen, box 2 bij de aandeelhouder en loonheffingen over het gebruikelijk loon.
  • Een Estse OÜ, Engelse Ltd, Cypriotische Ltd en Amerikaanse LLC worden fiscaal vergeleken met een Nederlandse bv.
  • De Belastingdienst kan vijf jaar terug navorderen, en twaalf jaar voor zover het gaat om bestanddelen die in het buitenland zijn gehouden of opgekomen.

Een buitenlandse vennootschap die u vanuit Nederland leidt? Wij stellen per jaar vast waar de vennootschap fiscaal is gevestigd, wat het risico per belasting is en hoe u het herstelt, voordat de Belastingdienst dat doet.

Vooranalyse binnen tien werkdagen: EUR 1.495 excl. btw (EUR 1.808,95 incl. btw). Bekijk de aanpak en prijzen →

Stel uw vraag per e-mail

Vertrouwelijk. Vaste prijs vooraf. Advies en uitvoering uit één hand. Aangesloten bij het Register Belastingadviseurs.

Waarom denken veel ondernemers dat een buitenlandse vennootschap Nederlandse belasting voorkomt?

Omdat het buitenlandse recht dat suggereert. Een free zone company in Dubai kan voor kwalificerende inkomsten een tarief van nul procent hebben, Estland belast winst pas bij uitdeling, en een Engelse Limited is in een dag opgericht. Aanbieders presenteren dat als een fiscale keuze die los staat van waar u woont. Dat klopt alleen als de vennootschap ook naar Nederlandse maatstaven in het buitenland is gevestigd.

De Nederlandse wet kijkt niet naar het register, maar naar de feiten. Een vennootschap die hier feitelijk wordt geleid, is hier binnenlands belastingplichtig, ongeacht het recht waarnaar zij is opgericht. De buitenlandse vrijstelling blijft dan misschien in het buitenland bestaan, maar Nederland heft daar dwars doorheen. Het risico is het grootst voor de ondernemer die in Nederland woont, hier klanten bedient, hier zijn laptop openklapt en de buitenlandse vennootschap vooral als factuuradres gebruikt.

Waar is een vennootschap fiscaal gevestigd?

Artikel 4, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) bepaalt dat de vestigingsplaats van een lichaam naar de omstandigheden wordt beoordeeld. De Hoge Raad heeft daar een vaste lijn voor. Volgens HR 23 september 1992 (ECLI:NL:HR:1992:ZC5105, BNB 1993/193) berust de werkelijke leiding in beginsel bij het statutaire bestuur, en is de vennootschap gevestigd waar dat bestuur zijn leidinggevende taak uitoefent. Is aannemelijk dat een ander de vennootschap feitelijk leidt, dan is zij gevestigd waar die ander de leiding uitoefent.

Wat onder leiding valt, heeft de Hoge Raad in HR 19 januari 2018 (ECLI:NL:HR:2018:47) omschreven als de plaats waar de kernbeslissingen over de activiteiten van het lichaam worden genomen, waar de eindverantwoordelijkheid daarvoor wordt gedragen en van waaruit zo nodig instructies worden gegeven. De plaats waar het dagelijkse werk wordt uitgevoerd, is daarvoor niet beslissend. Het gaat om de vraag waar werkelijk wordt besloten, niet om de vraag waar de handtekening wordt gezet.

Voor de vennootschapsbelasting volgt daaruit dat een naar buitenlands recht opgerichte vennootschap die in Nederland is gevestigd, binnenlands belastingplichtig is (artikel 2, eerste lid, Wet op de vennootschapsbelasting 1969). Omgekeerd blijft een naar Nederlands recht opgerichte bv voor de vennootschapsbelasting altijd in Nederland gevestigd, ook als zij vanuit het buitenland wordt geleid (artikel 2, vijfde lid, Wet Vpb 1969). Voor een Nederlandse dga die naar het buitenland verhuist, is dat de andere kant van dezelfde medaille; zie Emigreren naar Dubai als dga →.

Wat telt als werkelijke leiding?

De rechter kijkt naar concrete beslissingen, niet naar de structuur op papier. Aanwijzingen dat de leiding in Nederland ligt, zijn onder meer dat de aandeelhouder vanuit Nederland contracten onderhandelt en sluit, klanten en leveranciers kiest, over investeringen en financiering beslist, betalingsopdrachten aan de bank geeft, dividend, leningen en herstructureringen bepaalt, en dat de e-mail en de administratie dat ook laten zien. Aanwijzingen voor buitenlandse leiding zijn eigen, gekwalificeerde bestuurders ter plaatse die werkelijk beslissen, inhoudelijke bestuursvergaderingen in het buitenland, een eigen kantoor en personeel, en een besluitvorming die aantoonbaar daar plaatsvindt.

Een nominee director of een trustkantoor dat stukken tekent die in Nederland zijn voorbereid, is voor de rechter een formeel bestuur, geen werkelijke leiding. Hof Den Haag oordeelde op 24 juni 2020 (ECLI:NL:GHDHA:2020:1044) over een Maltese vennootschap met Maltese bestuurders van een trustkantoor dat de in Nederland werkzame aandeelhouder en de financieel directeur de kernbesluiten voorbereidden en namen, en dat Malta alleen diende om agenda's, vergaderingen en stukken te formaliseren. Het hof merkte Nederland aan als woonstaat van de vennootschap en liet de navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en de dividendbelasting in stand.

Rechtbank Gelderland kwam op 12 december 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:10888) tot hetzelfde oordeel over een Curaçaose vennootschap voor de jaren 2013 tot en met 2017. E-mails en andere stukken lieten zien dat de Nederlandse aandeelhouder zelf besliste over een lening aan zichzelf, over een herstructurering en over de belegging van het vermogen, terwijl de formele Curaçaose bestuurder vooral uitvoerde. In een verwante zaak van dezelfde datum (ECLI:NL:RBGEL:2025:10892) volgde voor de jaren 2012 tot en met 2015 dezelfde conclusie.

Geldt dat ook voor een Engelse Limited van een zzp'er?

Ja, en daar is al jaren rechtspraak over. Hof Amsterdam oordeelde op 23 februari 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:915) dat een Engelse Limited die als beherend vennoot van een Nederlandse commanditaire vennootschap optrad, in Nederland was gevestigd omdat de Nederlandse directeur alle bestuurshandelingen verrichtte. De Limited was inhoudingsplichtig en de directeur stond in een fictieve dienstbetrekking. Op 4 augustus 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:3277) kwam hetzelfde hof tot dat oordeel bij een Engelse Limited waarmee een belastingadviespraktijk werd gedreven: de in Nederland wonende bestuurder verrichtte de bestuursdaden en de Engelse secretary had geen aantoonbare bestuurstaak. De gebruikelijkloonregeling was van toepassing.

Op 14 november 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:5032) oordeelde Hof Amsterdam over een zogenoemde Euro-BV-structuur, met een Engelse Limited, een trust en een Nederlandse commanditaire vennootschap, dat de feitelijke leiding bij de twee Nederlandse directeuren lag. Het patroon is in al deze zaken hetzelfde: wie in Nederland woont en zelf het werk doet en de beslissingen neemt, leidt de vennootschap vanuit Nederland.

Wie moet bewijzen waar de vennootschap is gevestigd?

In beginsel de inspecteur. Wie stelt dat de werkelijke leiding niet bij het statutaire bestuur ligt maar bij een ander, moet dat bij gemotiveerde betwisting aannemelijk maken; zie HR 17 december 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AP5258). De inspecteur kan daarvoor alle middelen gebruiken: e-mails, bankgegevens, contracten, verklaringen van klanten en de gegevens over wie waar verblijft. Feiten uit latere jaren mogen worden gebruikt als bewijs voor de situatie in een eerder jaar.

Heeft de vennootschap na een uitnodiging geen aangifte gedaan, dan draait de bewijslast om. De inspecteur legt dan een ambtshalve aanslag op naar een redelijke schatting, en in beroep geldt de omkering en verzwaring van de bewijslast van artikel 27e AWR: de vennootschap moet doen blijken dat en in hoeverre de aanslag onjuist is. Wie pas in de procedure met een reconstructie komt, begint met een achterstand.

Wat zijn de gevolgen als uw buitenlandse vennootschap in Nederland is gevestigd?

De vennootschap is binnenlands belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting over haar wereldwinst. In 2026 bedraagt het tarief 19 procent over de eerste 200.000 euro winst en 25,8 procent daarboven. Zij moet een administratie voeren die aan artikel 52 AWR voldoet, die zeven jaar bewaren en na uitnodiging aangifte doen (artikelen 6 en 8 AWR).

Uitkeringen aan de aandeelhouder vallen onder de Nederlandse dividendbelasting van 15 procent, omdat artikel 1, eerste lid, van de Wet op de dividendbelasting 1965 ook in Nederland gevestigde vennootschappen omvat die naar buitenlands recht zijn opgericht en met een nv of bv vergelijkbaar zijn. De aandeelhouder heeft een aanmerkelijk belang en betaalt over dividend en verkoopwinst inkomstenbelasting in box 2, in 2026 24,5 procent tot en met 68.843 euro en 31 procent daarboven, waarop de dividendbelasting wordt verrekend.

Verricht de aandeelhouder arbeid voor de vennootschap, dan staat hij in een fictieve dienstbetrekking (artikel 4, onderdeel d, Wet op de loonbelasting 1964) en is de vennootschap zijn inhoudingsplichtige werkgever. Het gebruikelijk loon van artikel 12a Wet LB 1964 is het hoogste van drie maatstaven en bedraagt in 2026 in beginsel ten minste 58.000 euro, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is. De uitwerking staat in Gebruikelijk loon dga 2026 →.

Beschermt een belastingverdrag de buitenlandse vennootschap?

Soms, maar zelden in het voordeel van de in Nederland wonende ondernemer. Als het andere land de vennootschap ook als inwoner ziet, bijvoorbeeld omdat zij daar is opgericht, ontstaat een dubbele woonplaats. Oudere verdragen lossen dat op met de plaats van werkelijke leiding als beslissend criterium, en die ligt in deze gevallen in Nederland. In veel verdragen die door het Multilaterale Instrument zijn aangepast, is die regel vervangen door onderling overleg tussen de belastingautoriteiten, met de plaats van werkelijke leiding als een van de factoren. Zolang dat overleg geen uitkomst heeft, is de vennootschap haar verdragsvoordelen niet zeker.

Het verdrag met de Verenigde Arabische Emiraten kent die overlegregeling voor lichamen al in de tekst zelf (artikel 4, vierde lid). Belangrijker is punt I van het protocol bij dat verdrag: de verdragsvoordelen gelden niet voor lichamen die op grond van een bijzondere regeling geheel of gedeeltelijk van belasting zijn vrijgesteld, en ook niet voor inkomsten uit of aandelen in zulke lichamen. Een free zone company die van een nultarief geniet, kan zich daardoor in de regel niet op het verdrag beroepen.

Geen vestiging in Nederland, wel een vaste inrichting?

Ook als de vennootschap werkelijk in het buitenland wordt geleid, kan zij in Nederland belasting verschuldigd zijn. Artikel 17 Wet Vpb 1969 belast een buitenlandse vennootschap voor de winst uit een onderneming die zij met behulp van een Nederlandse vaste inrichting of een vaste vertegenwoordiger drijft. Wat een vaste inrichting is, volgt uit het toepasselijke verdrag of, zonder verdrag, uit artikel 3, vierde lid, Wet Vpb 1969: een vaste bedrijfsinrichting waarmee de onderneming geheel of gedeeltelijk wordt uitgeoefend.

Een vaste vertegenwoordiger ontstaat wanneer een niet-onafhankelijke persoon in Nederland gewoonlijk overeenkomsten namens de vennootschap sluit, of gewoonlijk de hoofdrol speelt bij overeenkomsten die de vennootschap daarna zonder wezenlijke wijziging sluit. Een ondernemer die vanuit zijn Nederlandse kantoor of woning de klanten binnenhaalt en de contracten rondmaakt, kan zo'n vaste inrichting of vertegenwoordiger vormen, ook als de leiding van de vennootschap elders ligt. De winst die aan de Nederlandse activiteiten toekomt, wordt dan hier belast.

Welke rechtsvorm heeft uw buitenlandse vennootschap fiscaal?

Sinds 1 januari 2025 geldt de Wet fiscaal kwalificatiebeleid rechtsvormen. Een buitenlandse rechtsvorm wordt vergeleken met Nederlandse rechtsvormen, en de uitkomst bepaalt of het lichaam zelfstandig belastingplichtig is of fiscaal transparant. Het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen van 9 november 2024 bevat een lijst met uitkomsten. Daarin worden onder meer de Estse osaühing (OÜ), de Engelse private limited company, de Cypriotische limited company, de Amerikaanse limited liability company (LLC) en de Dubai company limited by shares als vergelijkbaar met een Nederlandse nv of bv aangemerkt.

Voor de Amerikaanse LLC is dat een belangrijke uitkomst. Een LLC die in de Verenigde Staten voor transparantie heeft gekozen, is voor Nederland in beginsel toch een zelfstandig lichaam. De winst zit dan in de vennootschap en niet rechtstreeks bij de aandeelhouder in box 1. Voor de rechtsvormen in de free zones van Dubai, zoals de FZE, de FZ-LLC en de FZCO, geeft de lijst geen afzonderlijke uitkomst. Daar moet de vergelijking aan de hand van de toepasselijke free zone-regels en de statuten worden gemaakt.

En als de leiding echt in het buitenland ligt?

Dan is de vennootschap niet in Nederland gevestigd, maar is de Nederlandse aandeelhouder nog niet buiten beeld. Houdt u een aanmerkelijk belang in een buitenlandse vennootschap die hoofdzakelijk belegt en niet reëel wordt belast, dan belast artikel 4.14 Wet IB 2001 u jaarlijks over een forfaitair voordeel van 6 procent van de waarde van de aandelen aan het begin van het jaar, verminderd met de ontvangen reguliere voordelen. Die regeling geldt niet voor een vennootschap met reële niet-beleggingsactiviteiten of met een naar Nederlandse maatstaven reële winstbelasting.

Houdt u de buitenlandse vennootschap via een Nederlandse bv, dan kan de CFC-regeling van artikel 13ab Wet Vpb 1969 gelden. Bij een belang van meer dan 50 procent in een lichaam in een laagbelastende staat of een niet-coöperatief rechtsgebied worden bepaalde niet-uitgekeerde voordelen, zoals rente, royalty's en dividenden, jaarlijks bij de Nederlandse bv belast, tenzij de buitenlandse vennootschap een wezenlijke economische activiteit uitoefent. Voor een natuurlijke persoon die de aandelen rechtstreeks houdt, geldt deze regeling niet.

Hoe zit het met de btw?

Voor de omzetbelasting geldt een eigen, Europees ingevuld begrip van vestiging en vaste inrichting. Hof Den Haag benadrukte op 22 januari 2026 (ECLI:NL:GHDHA:2026:139) dat een vestiging voor de vennootschapsbelasting niet automatisch een vestiging voor de btw betekent. Voor de btw is de zetel van de bedrijfsuitoefening de plaats waar de wezenlijke beslissingen over de algemene leiding worden genomen en de centrale bestuurstaken worden uitgeoefend. Een statutaire zetel, een administratiekantoor of een inschrijving in een register is onvoldoende als het werkelijke bestuur elders zit.

In de praktijk leidt de feitelijke leiding vanuit Nederland vaak ook tot een Nederlandse btw-positie. Artikel 37e Wet op de omzetbelasting 1968 bepaalt bovendien dat een in Nederland gevestigde ondernemer wordt geacht zijn diensten in Nederland te verrichten, tenzij hij met zijn boeken en bescheiden het tegendeel bewijst. Wie via een buitenlandse vennootschap zonder btw aan Nederlandse klanten factureert, loopt daarmee een eigen naheffingsrisico.

Wat als de vennootschap nooit in Nederland aangifte heeft gedaan?

Dan dreigen navordering, belastingrente en boetes. De gewone navorderingstermijn is vijf jaar (artikel 16, derde lid, AWR). Voor zover het gaat om een bestanddeel dat in het buitenland is gehouden of opgekomen, verlengt artikel 16, vierde lid, AWR die termijn tot twaalf jaar. In de Curaçaose zaken van Rechtbank Gelderland werd die verlengde termijn toegepast, omdat de rente-inkomsten in de buitenlandse administratie waren verwerkt en buiten het zicht van de Nederlandse inspecteur waren opgekomen. De verlengde termijn geldt alleen voor het buitenlandse bestanddeel zelf, en de inspecteur moet aannemelijk maken dat daarvan sprake is. Winst die een vanuit Nederland geleide vennootschap met Nederlandse klanten behaalt, valt daar niet vanzelf onder; voor dat deel blijft de termijn in beginsel vijf jaar.

Voor navordering is een nieuw feit nodig. In HR 17 december 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AP5230) liep de navordering vast omdat de inspecteur tijdig over voldoende informatie beschikte, of had kunnen beschikken, om de Nederlandse leiding te onderkennen. Of dat verweer slaagt, hangt af van wat er destijds in de aangiften en de correspondentie stond.

Voor de boete geldt dat het niet doen van aangifte vennootschapsbelasting na een uitnodiging een verzuim is, waarvoor een verzuimboete van ten hoogste 6.709 euro kan worden opgelegd (artikel 67a AWR). Bij opzet of grove schuld volgt bij navordering een vergrijpboete tot 100 procent van de nagevorderde belasting (artikel 67e AWR). Dat een vergrijpboete niet vanzelf volgt, laat dezelfde Gelderse uitspraak zien: de navorderingsaanslagen bleven in stand, maar de boeten werden vernietigd omdat opzet of grove schuld niet was bewezen en de aandeelhouder en de formele bestuurder zich op deskundig advies mochten verlaten.

Hoe herstelt u de situatie?

Door het initiatief te nemen voordat de inspecteur dat doet. Voor de vennootschapsbelasting kan een vrijwillige verbetering binnen twee jaar na de aangifte die had moeten worden gedaan op grond van artikel 67n AWR nog tot een boetevrije uitkomst leiden, en daarna tot matiging. Voor het inkomen uit aanmerkelijk belang van de aandeelhouder in box 2 is de boetevrije inkeer sinds 2020 uitgesloten; daar leidt een vrijwillige verbetering alleen nog tot een lagere boete. Hoe de inkeerregeling werkt, leest u in Vrijwillige verbetering (inkeer) 2026 →.

  1. Stel per jaar vast waar de werkelijke leiding lag, aan de hand van e-mails, contracten, bankopdrachten en verblijfsgegevens.
  2. Bepaal de fiscale kwalificatie van de buitenlandse rechtsvorm.
  3. Reconstrueer de winst per jaar volgens Nederlandse maatstaven en stel de aangiften vennootschapsbelasting op.
  4. Corrigeer de uitkeringen aan de aandeelhouder: dividendbelasting, box 2 en eventuele leningen en rekening-courant.
  5. Stel het gebruikelijk loon vast en herstel de loonaangiften.
  6. Beoordeel de btw-positie afzonderlijk.
  7. Kies voor de toekomst: de vennootschap werkelijk in het buitenland laten leiden, haar als Nederlandse belastingplichtige voortzetten, of de activiteiten onderbrengen in een Nederlandse bv.

Is de Belastingdienst al met vragen gekomen, bijvoorbeeld na gegevens van een buitenlandse bank, dan geldt de aanpak van Brief van de Belastingdienst over uw buitenlandse rekening →.

Kerncijfers op een rij

OnderwerpRegelGrondslag
VestigingsplaatsNaar de omstandigheden: waar de kernbeslissingen worden genomenArtikel 4 AWR; HR 19 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:47
Vennootschapsbelasting 202619 procent tot en met 200.000 euro, 25,8 procent daarbovenWet Vpb 1969
Dividendbelasting15 procent, ook bij een in Nederland gevestigde buitenlandse vennootschapArtikel 1 Wet DB 1965
Box 2-tarief 202624,5 procent tot en met 68.843 euro, 31 procent daarbovenArtikel 2.12 Wet IB 2001
Gebruikelijk loon 2026In beginsel ten minste 58.000 euro (hoogste van drie maatstaven)Artikel 12a Wet LB 1964
Buitenlandse beleggingsvennootschapForfaitair voordeel van 6 procent per jaarArtikel 4.14 Wet IB 2001
Navorderingstermijn5 jaar, 12 jaar voor buitenlandse bestanddelenArtikel 16 AWR
Verzuimboete aangifteTen hoogste 6.709 euroArtikel 67a AWR
Vergrijpboete navorderingTen hoogste 100 procentArtikel 67e AWR
Kwalificatie buitenlandse rechtsvormenVaste lijst en vergelijkingsmethode sinds 2025Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen, 9 november 2024

Veelgestelde vragen over een buitenlandse vennootschap met leiding in Nederland

Is mijn Dubai-vennootschap belastingplichtig in Nederland als ik in Nederland woon?

In de regel wel, als u de beslissingen van de vennootschap vanuit Nederland neemt. Beslissend is waar de werkelijke leiding wordt uitgeoefend, niet waar de vennootschap is opgericht of ingeschreven. Is dat Nederland, dan betaalt de vennootschap hier vennootschapsbelasting over haar hele winst.

Helpt een lokale bestuurder of nominee director?

Alleen als die bestuurder werkelijk beslist. Een bestuurder die stukken tekent die in Nederland zijn voorbereid, is voor de rechter een formeel bestuur. Hof Den Haag oordeelde zo over een Maltese vennootschap met bestuurders van een trustkantoor.

Is een Estse OÜ of een Engelse Limited fiscaal transparant?

Nee. Volgens het Besluit vergelijking buitenlandse rechtsvormen worden beide vergeleken met een Nederlandse bv. Ook een Amerikaanse LLC wordt in beginsel als zelfstandig lichaam behandeld, ook als zij in de Verenigde Staten transparant is.

Moet ik als in Nederland wonende directeur van een buitenlandse vennootschap een gebruikelijk loon opnemen?

Als de vennootschap in Nederland is gevestigd of hier een vaste inrichting heeft, in de regel wel. U staat dan in een fictieve dienstbetrekking en de vennootschap is inhoudingsplichtig. Het gebruikelijk loon bedraagt in 2026 in beginsel ten minste 58.000 euro, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is.

Hoe ver kan de Belastingdienst terug?

In beginsel vijf jaar, maar voor bestanddelen die in het buitenland zijn gehouden of opgekomen twaalf jaar. Rechtbank Gelderland paste die verlengde termijn toe op een Curaçaose vennootschap die vanuit Nederland werd geleid.

Kan ik nog vrijwillig verbeteren?

Ja, zolang u niet weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de Belastingdienst de onjuistheid kent of zal kennen. Voor de vennootschapsbelasting kan dat binnen twee jaar nog boetevrij zijn; voor uw eigen box 2-inkomen leidt het alleen nog tot een lagere boete.

Beschermt het belastingverdrag mijn free zone company?

In de regel niet. Het protocol bij het verdrag met de Verenigde Arabische Emiraten sluit verdragsvoordelen uit voor lichamen die op grond van een bijzondere regeling geheel of gedeeltelijk zijn vrijgesteld, en voor inkomsten uit en aandelen in zulke lichamen.

Waarom dit maatwerk is

Of een buitenlandse vennootschap in Nederland is gevestigd, wordt beslist op de feiten van ieder jaar afzonderlijk: wie besliste, waar, en wat daarvan op papier staat. Dezelfde structuur kan in het ene dossier houdbaar zijn en in het andere tot een navordering over een lange reeks jaren leiden. Het herstel vraagt bovendien werk in vier belastingen tegelijk, de vennootschapsbelasting, de dividendbelasting, de loonheffingen en de btw, met een afzonderlijke boeteafweging per middel.

Wij beoordelen de vestigingsplaats van buitenlandse vennootschappen, stellen het herstelplan op en voeren de vrijwillige verbetering en de aangiften zelf uit. Daarna kunnen wij de administratie en de aangiften van de vennootschap blijvend verzorgen, zodat structuur en uitvoering met elkaar kloppen. Dat kan naast uw huidige accountant, of in zijn plaats. Wie met een buitenlandse vennootschap werkt, kan zijn positie eerst laten toetsen met de review fiscale positie bv en dga.

Stand van wet- en regelgeving: september 2026.

De informatie op deze pagina is van algemene en informatieve aard en vormt geen fiscaal, juridisch of financieel advies. Bedragen en percentages gelden voor 2026 en kunnen wijzigen. Voor toepassing op uw specifieke situatie adviseren wij u graag persoonlijk.

Een buitenlandse vennootschap die u vanuit Nederland leidt? Wij stellen per jaar vast waar de vennootschap fiscaal is gevestigd, wat het risico per belasting is en hoe u het herstelt, voordat de Belastingdienst dat doet.

Vooranalyse binnen tien werkdagen: EUR 1.495 excl. btw (EUR 1.808,95 incl. btw). Bekijk de aanpak en prijzen →

Stel uw vraag per e-mail

Vertrouwelijk. Vaste prijs vooraf. Advies en uitvoering uit één hand. Aangesloten bij het Register Belastingadviseurs.

Volgende
Volgende

Emigreren naar Dubai als dga: wat gebeurt er met uw bv?