Surinaams vastgoed, Nederlandse erfbelasting: het scenario dat zich pas openbaart bij overlijden

Een huis aan de rand van Paramaribo, gekocht in betere tijden, met een tuin waar de regen 's middags op de bladeren slaat. De kinderen wonen al jaren in Nederland, de ouders kijken steeds vaker naar later. Veel eigenaren in deze positie weten het niet: bij overlijden valt zo'n huis integraal in de Nederlandse erfbelasting, en het belastingverdrag tussen beide landen biedt daarvoor geen voorkoming.

Het komt in onze praktijk wekelijks langs. Een Nederlands ingezeten echtpaar met een woning in Suriname die door de jaren is meegegaan. Bij sommige families gaat het om een pand dat al generaties wordt doorgegeven. Bij andere om een aankoop van later. Vrijwel altijd zit er een mengeling van emotionele en financiële waarde in. Rond het zestigste of zeventigste levensjaar dient zich de vraag aan: hoe gaan we hier mee om?

De aanname is meestal: Suriname regelt zichzelf wel. Het pand staat daar, lokale belastingen worden lokaal betaald, een Surinaamse notaris begeleidt wat er begeleid moet worden. Voor de Nederlandse fiscus maakt dat geen verschil.

Wat het belastingverdrag wel en niet regelt

Het belastingverdrag tussen Nederland en Suriname wijst inkomen uit onroerende zaken toe aan het land waar het vastgoed ligt. Voor de inkomstenbelasting werkt dat. Huurinkomsten en vermogenswinst worden in Suriname belast, Nederland verleent voorkoming via objectvrijstelling in box 3.

Voor de erfbelasting werkt het anders. Tussen Nederland en Suriname is daarvoor geen apart verdrag gesloten. Het gevolg: bij overlijden van iemand die in Nederland woont, rekent de Nederlandse fiscus de volledige waarde van de Surinaamse woning mee voor de erfbelasting.

De gedachte dat een woning in het buitenland de Nederlandse fiscus buiten beeld plaatst, klopt eenvoudigweg niet.

De adder onder het gras

Een veelgebruikte oplossing is "schenken met behoud van vruchtgebruik". Ouders schenken de bloot eigendom aan de kinderen en behouden zelf het recht om de woning te blijven gebruiken. De gedachte: bij overlijden dooft het vruchtgebruik uit, kinderen krijgen volle eigendom, geen erfbelasting.

Wat doorgaans wordt overgeslagen: er bestaat een bepaling in de Successiewet die deze constructie ongedaan maakt. De wet zegt namelijk dat zolang u tot uw overlijden gratis in uw geschonken huis blijft beschikken, de fiscus die woning bij uw overlijden behandelt alsof er nooit een schenking is geweest. De volledige waarde wordt dan alsnog belast met erfbelasting. De schenkbelasting die destijds is betaald wordt verrekend, maar daarmee zit u terug bij af.

De besparing die de structuur op papier opleverde, verdampt op het moment dat het ertoe doet.

De wel werkende route

De wet biedt een uitzondering. Wanneer de ouders een zakelijke vergoeding aan de kinderen betalen voor het gebruik van het pand, jaarlijks ten minste 6% van de waarde, kwalificeert dat fiscaal als huur, niet als gratis gebruik. Het regime werkt dan zoals oorspronkelijk bedoeld.

Wat dit betekent, laat zich het beste tonen aan de hand van een rekenvoorbeeld. Vakantiewoning Suriname, waarde € 500.000. Echtpaar 70 jaar, gehuwd in gemeenschap van goederen. Twee meerderjarige kinderen.

De schenking aan de kinderen wordt voor de belasting niet op de volle € 500.000 gewaardeerd, maar op ongeveer 40% daarvan: € 200.000, verdeeld over de twee kinderen. De schenkbelasting komt daarmee uit op € 18.618 in totaal.

Daarnaast betalen de ouders jaarlijks € 30.000 aan de kinderen. Dat is 6% van € 500.000 en kwalificeert fiscaal als huur. Het bedrag moet werkelijk worden overgemaakt, ieder jaar, tot het overlijden van de langstlevende ouder.

Op dat moment vervalt het gebruiksrecht. De kinderen worden volledig eigenaar. Erfbelasting over deze € 500.000 is dan niet aan de orde.

Het werkelijke effect zit in het cumulatief over de jaren. Bij een echtpaar van 70 heeft de langstlevende statistisch nog 17 tot 20 jaar te gaan. In die periode verschuift via de huurbetalingen nog eens € 450.000 tot € 600.000 van ouders naar kinderen. Fiscaal aangemerkt als huur, niet als schenking, en dus buiten de schenkbelasting. Het gemiddelde belastingtarief over de hele vermogensoverdracht zakt daarmee onder de 3 procent.

Vergelijk dat met directe schenking van de volle eigendom: in dezelfde casus zo'n € 66.000 schenkbelasting in jaar één, ruim 13 procent. En niets doen kost de kinderen bij beide overlijdens al gauw € 150.000 tot € 250.000 erfbelasting, afhankelijk van de waardeontwikkeling.

Waar dossiers op stranden

De structuur werkt, maar alleen onder strikte voorwaarden.

Het begint met een onafhankelijke taxatie van de woning, periodiek geactualiseerd. Stijgt de waarde van het pand en blijft de jaarlijkse vergoeding op € 30.000 staan, dan groeit de afspraak na verloop van tijd uit het regime.

Vervolgens komt het aan op betaaldiscipline. De € 30.000 moet werkelijk worden overgemaakt, niet verrekend of teruggeschonken. Bij een gemiste of te late betaling vervalt de uitzondering in beginsel. Herstel is nog mogelijk, mits met rente.

Tot slot is bestendigheid van belang. De afspraak loopt door tot het overlijden van de langstlevende ouder. Tussentijds stoppen kost extra belasting en vraagt om zorgvuldige afwikkeling.

Daarnaast vraagt de Surinaamse zijde om aandacht. Een parallelle akte van levering bij een Surinaamse notaris moet worden geregeld. De lokale belastingen blijven gewoon van toepassing. En de positie van de kinderen als toekomstige eigenaren binnen het Surinaamse systeem moet vooraf doordacht worden. Het ontwerp werkt aan beide zijden, of het werkt aan geen van twee.

Geen twee dossiers hetzelfde

De hier beschreven structuur is één van meerdere routes. Welke route past, hangt af van de leeftijd van de ouders, de gezinssamenstelling, of het pand verhuurd is of leegstaat. Ook het overige vermogen telt mee, evenals eerdere schenkingen en wat er al aan testamentaire planning ligt. De oplossing voor de ene familie kan voor een andere onbruikbaar of zelfs averechts uitpakken. In deze corridor is estate planning ambachtelijk werk, geen sjabloon dat overal past.

Wanneer het huis nooit op de aangifte heeft gestaan

Een variant die zich in onze praktijk geregeld aandient: een Surinaamse woning die nooit in de Nederlandse aangifte heeft gestaan. Het kan zo gegaan zijn. Een aankoop in de jaren tachtig, een akte bij een notaris in Paramaribo, een sleutel die in Nederland in een lade verdween en daar bleef. De gedachte aan box 3, aan wereldwijd vermogen, bestond destijds niet of leek niet van toepassing. Het huis stond er, de jaren gingen voorbij, en wat eens vanzelfsprekend leek werd langzaam iets waar niemand meer naar vroeg.

Dat scenario laat zich rechtzetten, maar vraagt om zorgvuldigheid. Voor buitenlands vermogen geldt in Nederland een verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar. De zogenoemde inkeerregeling, een vrijwillige verbetering, kan boetes verzachten mits de melding tijdig en volledig is. In een tijd van toenemende informatie-uitwisseling tussen belastingdiensten is het geen verstandige strategie meer om te wachten tot de fiscus zelf op het pand stuit.

Wie estate planning overweegt voor een Surinaamse woning die nooit in de Nederlandse aangifte heeft gestaan, doet er verstandig aan beide kwesties tegelijk aan te pakken. Een schenkingsstructuur opzetten boven op een niet-aangegeven situatie maakt het probleem groter, niet kleiner.

Tijd is hier de kostbaarste factor

De vakantiewoning in Suriname die "vanzelf wel geregeld komt" blijkt in de praktijk vaak een rekening die zich pas bij overlijden aandient. De omvang ervan loopt al snel in de tienduizenden tot honderdduizenden euro's. Op dat moment valt er weinig meer aan te doen.

Voor families met onroerend goed in Suriname en een woonplaats in Nederland is dat reden om hier niet mee te wachten. Bougainville Tax adviseert families in deze positie.

Vorige
Vorige

Woning in Nederland, wonend in het buitenland: uw Nederlandse belastingplicht

Volgende
Volgende

Emigreren naar Spanje: de fiscale realiteit achter een verhuizing