Surinaams vermogen in de nalatenschap dat nooit is aangegeven

Een dossier dat met enige regelmaat op ons bureau belandt, begint bijna altijd op dezelfde manier. Een ouder is overleden. Bij het ordenen van de nalatenschap stuiten de kinderen op vermogen in Suriname: een bankrekening in Paramaribo, een perceel of een woning, soms ondergebracht in een Surinaamse stichting. En bij navraag blijkt dat de ouder dit nooit in de Nederlandse aangifte heeft opgenomen. Wat volgt is een mengeling van verbazing en ongerustheid, en steeds dezelfde vraag: en nu?

Buitenlands vermogen valt niet buiten de Nederlandse fiscus

De eerste reactie van velen is dat dit vermogen toch buiten Nederland zat, en dus buiten het bereik van de Nederlandse fiscus. Dat is een misverstand, en een duur misverstand.

Een inwoner van Nederland is belast over zijn wereldvermogen. Een Surinaamse bankrekening en Surinaams onroerend goed horen daarom in beginsel in de aangifte, in box 3, waarbij voor het vastgoed voorkoming van dubbele belasting geldt op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en Suriname. De gedachte dat een Surinaamse stichting daar een muur omheen zet, gaat zelden op. Naar Nederlands recht is zo'n familiestichting doorgaans een afgezonderd particulier vermogen, en het APV-regime is er juist op gebouwd om door die civielrechtelijke huls heen te kijken. De bezittingen en opbrengsten worden rechtstreeks toegerekend aan degene die het vermogen heeft afgezonderd, alsof de stichting fiscaal niet bestaat. Civielrechtelijk schermt de stichting af, fiscaal niet.

Twee sporen: inkomstenbelasting en erfbelasting

Wanneer dit na een overlijden aan het licht komt, lopen de gevolgen over twee sporen tegelijk: de inkomstenbelasting van de jaren die achter ons liggen, en de erfbelasting van het moment zelf.

Voor de inkomstenbelasting geldt dat de Belastingdienst voor in het buitenland aangehouden vermogen tot twaalf jaar terug kan navorderen. Over die jaren is niet alleen de te weinig geheven belasting verschuldigd, maar ook belastingrente, die met ingang van 2026 voor de inkomstenbelasting vijf procent bedraagt en over een periode van twaalf jaar fors oploopt.

De boete vervalt bij overlijden, de belasting niet

En de boete? Hier zit de nuance die in deze dossiers steeds terugkeert. Aan een overledene wordt geen fiscale boete meer opgelegd; met het overlijden eindigt de mogelijkheid om de erflater zelf te beboeten. Een boete die op het moment van overlijden nog niet onherroepelijk vaststond, wordt op verzoek vernietigd, en een reeds onherroepelijke maar nog niet betaalde boete kan op verzoek worden kwijtgescholden, mits dat verzoek binnen vijf jaar na het overlijden wordt gedaan. Dat klinkt geruststellend, maar is het slechts ten dele. Want de belasting zelf, de navordering met de bijbehorende rente, is geen boete. Het is een schuld van de nalatenschap, en wie de nalatenschap zuiver aanvaardt, aanvaardt die schuld mee. Het is daarom verstandig om, voordat de erfenis wordt aanvaard, te wegen of beneficiaire aanvaarding op haar plaats is, zodat een onbekende belastingschuld niet onbedoeld in privé komt te drukken.

De eigen meldplicht van de erfgenamen

Daar komt bij dat de erfgenamen vanaf het moment dat zij van het Surinaamse vermogen weten, een eigen verantwoordelijkheid dragen. Zij zijn gehouden tot een juiste en volledige aangifte, zowel voor de erfbelasting als, waar nodig, voor de nog openstaande jaren. Laten zij dat na terwijl zij van het vermogen op de hoogte zijn, dan begaan zij een eigen fiscaal vergrijp, en daarvoor kunnen zij wel worden aangesproken. De vrijstelling van beboeting geldt de overledene, niet de nalatende.

Wie kan nog wel worden beboet?

Of er nog iemand anders kan worden beboet, hangt af van de rol die hij of zij speelde. Een nog levende echtgenoot die fiscaal partner was, kan worden beboet indien deze betrokken was bij het opzettelijk onjuist of onvolledig doen van de gezamenlijke aangifte; voor de juistheid daarvan zijn beide partners verantwoordelijk. Kinderen die geen fiscaal partner waren, kunnen in beginsel niet worden beboet voor de aangifte van hun ouder, tenzij zij zelf bij het vergrijp betrokken waren, als medepleger of medeplichtige, en dat zal de inspecteur dan moeten bewijzen.

De erfbelasting

Naast dit alles staat de erfbelasting. Het Surinaamse vermogen behoort tot de nalatenschap van een in Nederland wonende erflater en moet worden opgenomen in de aangifte erfbelasting, die binnen acht maanden na het overlijden moet zijn ingediend.

Wat de inkeerregeling nog betekent

De vrijwillige inkeer houdt mij al lang bezig. In 2008 wijdde ik er een studie aan, Belastingen en de biecht, over de aard en de werking van de inkeer en over de vraag of ook derden, zoals een medepleger of medeplichtige, van een ingezette inkeer kunnen profiteren. Sindsdien is de regeling aanzienlijk ingeperkt, en juist daarom loont het scherp te krijgen wat zij vandaag nog biedt.

Voor in het buitenland aangehouden box 3-vermogen is de inkeerregeling per 1 januari 2018 afgeschaft. Sindsdien bestaat geen wettelijk recht meer op matiging van de vergrijpboete bij vrijwillige verbetering van dit vermogen. De Belastingdienst kan een vrijwillige melding nog wel meewegen als strafverminderende omstandigheid, maar is daartoe niet verplicht. Voor box 2-inkomen is de regeling per 2020 eveneens vervallen; alleen voor box 1-inkomen geldt de inkeerregeling nog onverkort, met binnen twee jaar geen boete en daarna een gematigde boete.

Dat de wettelijke matiging is vervallen, betekent niet dat vrijwillig melden zinloos is geworden. Integendeel. De vergrijpboete voor opzettelijk verzwegen box 3-vermogen kan oplopen tot 150 procent bij opzet en tot 300 procent bij fraude. Wie zelf naar voren komt, voordat de Belastingdienst, geholpen door de internationale uitwisseling van rekeninggegevens en projecten als Verhuld Vermogen, het vermogen op het spoor komt, vermijdt het strafrechtelijke traject, geeft de inspecteur reden tot matiging, en brengt de positie van de nalatenschap en van de erfgenamen in een keer op orde. Het alternatief, wachten tot de fiscus aanklopt, kent vrijwel altijd een slechtere uitkomst.

Naar verluidt is de uitwisseling van informatie bovendien een van de onderwerpen bij de lopende onderhandelingen over het belastingverdrag tussen Nederland en Suriname. Vroeg of laat zullen relevante gegevens hun weg naar de Nederlandse fiscus vinden. Dat verschuift de afweging: niet of het aan het licht komt, maar wanneer, en of u dan zelf het initiatief hebt genomen.

De rode draad

Het probleem ontstaat bij de ouder, vaak uit een mengeling van onwetendheid en de overtuiging dat Surinaams vermogen een louter Surinaamse aangelegenheid is, en het belandt bij de kinderen, op het meest ongelegen moment. Hoe eerder het op tafel komt, hoe meer er nog te sturen valt. Het is bij uitstek werk dat zich vooraf laat regelen in plaats van achteraf laat herstellen.

Bougainville Tax begeleidt deze trajecten in de corridor Nederland-Suriname, van de inkeer en de openstaande jaren tot de aangifte erfbelasting en de inrichting voor de toekomst.

Dit artikel is van algemene en informatieve aard en vormt geen fiscaal of juridisch advies. Bedragen, percentages en regels gelden naar de stand van het moment van schrijven en kunnen wijzigen.

Volgende
Volgende

The M-form: Filing Your Dutch Tax Return for the Year You Move