Meer dan € 500.000 geleend van uw eigen bv? Dit betekent de nieuwe rechtspraak voor u

Veel directeur-grootaandeelhouders hebben in de loop der jaren geld opgenomen uit hun bv in de vorm van een lening of rekening-courant. Sinds 2023 belast de fiscus het deel van die schuld boven een wettelijke drempel als inkomen in box 2, ook als er geen euro dividend is uitgekeerd. Rechtbank Den Haag heeft op 2 juli 2026 geoordeeld dat deze regeling niet in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (ECLI:NL:RBDHA:2026:18507). In dit artikel leggen wij uit hoe de regeling werkt, wat de rechter precies heeft beslist, waar de regeling internationaal nog schuurt en welke opties u heeft vóór de peildatum van 31 december.

Hoe werkt de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap?

De Wet excessief lenen bij eigen vennootschap geldt sinds 1 januari 2023. De kern is eenvoudig: heeft u als aanmerkelijkbelanghouder op 31 december meer schuld aan uw eigen vennootschap(pen) dan het wettelijke maximumbedrag, dan wordt het meerdere belast als fictief regulier voordeel in box 2. Het tarief in box 2 loopt in 2026 op tot 31% voor het inkomen boven de eerste tariefschijf.

De belangrijkste elementen op een rij:

De drempel. Voor 2023 gold eenmalig een verhoogd maximumbedrag van € 700.000. Sinds 2024 bedraagt de basisdrempel € 500.000.

De peildatum. Het toetsmoment is steeds 31 december. Wat u gedurende het jaar leent of aflost, telt alleen mee voor zover het de stand op die datum beïnvloedt.

Alle schulden tellen mee. Schulden van u en uw fiscale partner worden samengeteld, evenals schulden aan meerdere eigen vennootschappen. Ook indirecte leningen vallen eronder. Opknippen van schulden helpt dus niet. Daarnaast telt het bovenmatige deel van leningen aan uw kinderen of ouders (bloed- en aanverwanten in de rechte lijn) mee bij uw eigen maximumbedrag.

De eigenwoningschuld is uitgezonderd. Een kwalificerende eigenwoningschuld aan de bv blijft buiten beschouwing. Voor schulden die na 31 december 2022 zijn aangegaan geldt wel de aanvullende voorwaarde dat aan de bv een recht van hypotheek op de woning is verstrekt.

Aflossen leidt tot een negatief voordeel. Lost u een schuld af die eerder tot heffing heeft geleid, dan ontstaat een negatief fictief regulier voordeel in box 2. Dat is verrekenbaar met ander box 2-inkomen, maar de verliesverrekeningstermijnen zijn beperkt: één jaar terug en zes jaar vooruit.

De lening blijft civielrechtelijk bestaan. De heffing verandert niets aan de schuld zelf. U blijft rente en aflossing verschuldigd aan uw bv, en de vordering blijft bij de bv op de balans staan.

Belangrijk om te beseffen: onder de drempel blijven betekent niet automatisch dat u veilig zit. De inspecteur kan ook bij lagere schulden stellen dat feitelijk sprake is van een verkapte dividenduitkering. Daarvoor geldt de gewone bewijslast en de bestaande rechtspraak over de kwalificatie van leningen.

Wat heeft Rechtbank Den Haag beslist?

De zaak draaide om een dga die eind 2023 een rekening-courantschuld van € 786.278 aan zijn bv had. Het deel boven de toenmalige drempel van € 700.000, ruim € 86.000, werd belast als fictief regulier voordeel. De dga betoogde dat de regeling op stelselniveau in strijd is met het eigendomsrecht van artikel 1 Eerste Protocol bij het EVRM, met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM en met de artikelen 6 en 7 EVRM.

De rechtbank verwierp alle gronden. De redenering laat zich in vier stappen samenvatten.

De regeling heeft een deugdelijke wettelijke basis

Belastingheffing vormt altijd een inbreuk op het eigendomsrecht, maar die inbreuk is toegestaan als de heffing berust op een toegankelijke, precieze en voorzienbare wettelijke regeling. Daaraan is volgens de rechtbank voldaan. Ook het feit dat de wet geen tegenbewijsregeling kent voor bijvoorbeeld zakelijke of gedekte leningen, doet daar niet aan af. In de vakliteratuur was juist op dit punt betoogd dat zonder effectieve mogelijkheid tot verweer niet aan de eisen van het EVRM zou zijn voldaan. De rechtbank gaat daar niet in mee.

Het doel is legitiem

De regeling wil voorkomen dat aanmerkelijkbelanghouders belastingheffing langdurig uitstellen of definitief afstellen door geld als lening aan de bv te onttrekken in plaats van als dividend of loon. Dat is volgens de rechtbank een legitiem doel in het algemeen belang, en de wetgever heeft op fiscaal terrein een ruime beoordelingsvrijheid bij de keuze van middelen.

Zakelijke en onzakelijke leningen mogen gelijk worden behandeld

De dga stelde dat het discriminatieverbod wordt geschonden doordat de wet geen onderscheid maakt tussen leningen die aan zakelijkheidsvereisten voldoen en leningen die dat niet doen. De rechtbank wijst dat af met een kernoverweging die de hele regeling draagt: bepalend is dat de aanmerkelijkbelanghouder over het geleende bedrag heeft beschikt zonder dat daarover box 2-heffing heeft plaatsgevonden. Of de lening zakelijk is gedocumenteerd, met rente en zekerheden, is daarvoor niet relevant.

De regeling is proportioneel

Bij de vraag of een redelijk evenwicht bestaat tussen het doel en de gevolgen voor belastingplichtigen weegt de rechtbank de verzachtingen mee die de wetgever heeft ingebouwd. De maatregel is al in september 2018 aangekondigd, zodat dga's ongeveer vijf jaar de tijd hadden om hun schuldpositie af te bouwen. De drempel voor 2023 werd met € 200.000 verhoogd ten opzichte van het oorspronkelijke voorstel. De eigenwoningschuld bleef buiten de grondslag. En bij aflossing ontstaat een negatief regulier voordeel. In samenhang bezien is de regeling volgens de rechtbank proportioneel. Van materieel terugwerkende kracht was in deze zaak bovendien geen sprake, omdat de schuld van de dga pas in 2023 boven de drempel steeg.

Geen verkapte straf

Het beroep op de artikelen 6 en 7 EVRM strandde eveneens. Dat de regeling lenen bij de eigen bv wil ontmoedigen, maakt de heffing nog geen strafrechtelijke sanctie. De heffing is niet gericht op leedtoevoeging, maar sluit aan bij bedragen waarover de aanmerkelijkbelanghouder daadwerkelijk kon beschikken.

Waarom gaat de vergelijking met box 3 niet op?

Na het Kerstarrest van december 2021, waarin de Hoge Raad de box 3-heffing op stelselniveau in strijd met het EVRM oordeelde, liggen fiscale ficties onder een vergrootglas. Het lag dan ook voor de hand dat ook de heffing op excessief lenen langs die lat zou worden gelegd. In de vakliteratuur werd daar verschillend over gedacht: sommige auteurs zagen een reële schending van het eigendomsrecht, anderen noemden de discussie een storm in een glas water.

De rechtbank kiest voor de tweede lijn en maakt het onderscheid met box 3 scherp. Bij box 3 werd belasting geheven over een forfaitair rendement dat de belastingplichtige aantoonbaar niet altijd had behaald. Bij excessief lenen wordt geheven over gelden die daadwerkelijk aan de eigen vennootschap zijn onttrokken. De regeling belast geen fictief inkomen dat er nooit was, maar trekt belastinguitstel in over geld waarop al een aanmerkelijkbelangclaim rustte en waarover de dga feitelijk kon beschikken. Wie hoopte op een tweede Kerstarrest, vindt in deze uitspraak dus geen steun.

Is hiermee alles gezegd? De Hoge Raad heeft het laatste woord

Nee. Dit is een uitspraak in eerste aanleg. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij Gerechtshof Den Haag, en uiteindelijk kan de zaak aan de Hoge Raad worden voorgelegd. Het is goed mogelijk dat vergelijkbare procedures elders lopen of nog worden gestart.

Daarbij past wel een realistische verwachting. In de vakliteratuur is erop gewezen dat de Hoge Raad, zelfs als hij ooit een schending zou constateren, naar verwachting niet direct rechtsherstel biedt. Bij box 3 greep de Hoge Raad pas in nadat de wetgever twee eerdere signalen om de wet aan te passen had genegeerd. Wie nu bezwaar maakt tegen een aanslag met een fictief regulier voordeel, moet dus niet alleen inhoudelijk gelijk krijgen, maar mogelijk ook jaren wachten voordat dat gelijk iets oplevert. Bezwaar maken ter behoud van rechten kan verstandig zijn, maar het is geen strategie om de financiële planning op te bouwen.

De internationale dimensie: emigratie, belastingverdragen en de conserverende aanslag

Voor onze praktijk is dit het belangrijkste deel van het verhaal. De EVRM-route is door deze uitspraak voorlopig afgesloten, maar in grensoverschrijdende situaties liggen de werkelijke knelpunten van de regeling. Wie een hoge schuld aan de eigen bv combineert met emigratieplannen, of al is geëmigreerd, heeft met een wezenlijk andere dynamiek te maken.

Nederland kan de heffing bij een geëmigreerde dga meestal niet effectueren

Onder de meeste belastingverdragen kan Nederland het fictief reguliere voordeel bij een in het buitenland wonende aanmerkelijkbelanghouder niet belasten. Dat heeft de wetgever bij de totstandkoming van de wet zelf erkend, in lijn met de rechtspraak van de Hoge Raad over vergelijkbare fiscale ficties in verdragssituaties.

Maar de conserverende aanslag vangt dit op

Wie denkt daarmee klaar te zijn, komt bedrogen uit. Bij emigratie legt Nederland een conserverende aanslag op over de waardeaangroei van het aanmerkelijk belang. Leent de geëmigreerde dga daarna meer van zijn bv dan het voor hem geldende maximumbedrag, dan wordt het uitstel van betaling voor de conserverende aanslag ingetrokken voor het bedrag dat correspondeert met het surplus. Materieel komt dat op hetzelfde neer als de box 2-heffing. Emigreren om aan de regeling te ontkomen werkt dus niet.

Het aflossingsgat na emigratie

In de vakliteratuur is bij de totstandkoming van de wet een fundamentele onevenwichtigheid gesignaleerd. Een dga in Nederland die aflost op een schuld die eerder tot heffing heeft geleid, krijgt een negatief regulier voordeel en daarmee verrekening. Een geëmigreerde dga die aflost op een schuld die tot invordering van de conserverende aanslag heeft geleid, krijgt het ingevorderde bedrag niet terug. De geëmigreerde aanmerkelijkbelanghouder wordt daarmee slechter behandeld dan zijn binnenlandse evenknie. Dat staat op gespannen voet met het EU-recht. Over dit punt heeft nog geen rechter zich uitgelaten. Voor wie in deze situatie zit of dreigt te komen, is dit een reëel aandachtspunt bij de planning en zo nodig een grond om posities te bewaken.

Immigratie en remigratie

Ook bij een verhuizing naar Nederland speelt de regeling. Wie immigreert met bestaande schulden aan een eigen vennootschap krijgt in beginsel een verhoogd maximumbedrag ter grootte van die schulden op het immigratiemoment. Voor remigranten en voor wie eerder buitenlands belastingplichtig was voor een aanmerkelijk belang gelden echter uitzonderingen. Wie met een vennootschapsstructuur naar Nederland komt of terugkeert, doet er verstandig aan de schuldpositie vóór de verhuizing in kaart te brengen en vast te leggen.

Wat kunt u doen vóór 31 december?

De peildatum is 31 december. Wie nu boven de drempel van € 500.000 zit of daar dit jaar overheen groeit, heeft dus nog tijd om te schakelen. De gangbare routes:

Aflossen uit privévermogen. De meest directe route, mits de liquiditeit er is. Let op de samenloop met box 3 en met eventuele andere financieringen.

Dividend uitkeren en daarmee aflossen. Hierbij wordt de box 2-heffing naar voren gehaald, maar tegen dezelfde grondslag als de fictieve heffing, en de schuld verdwijnt daadwerkelijk. De balanstest en uitkeringstoets van de bv verdienen daarbij aandacht.

Herfinancieren bij de bank. De schuld aan de bv wordt vervangen door een bancaire schuld. Fiscaal verdwijnt daarmee het bovenmatige deel, maar de rentelasten en zekerheden veranderen.

Gefaseerd afbouwen. Een combinatie van bovenstaande routes, gespreid over meerdere jaren, kan de heffing dempen en de liquiditeit beheersbaar houden.

Welke route het gunstigst is, hangt af van de vermogenspositie, de winstreserves van de bv, de renteomgeving en de persoonlijke plannen. Speelt er een mogelijke emigratie, dan wordt de puzzel wezenlijk groter: de conserverende aanslag, het verdragsland van bestemming en het moment van vertrek bepalen dan mede de uitkomst. Juist in die combinatie gaat het in de praktijk vaak mis, omdat de regeling voor excessief lenen en het emigratieregime elk hun eigen logica hebben die niet vanzelf op elkaar aansluit.

Veelgestelde vragen

Wat is de drempel voor excessief lenen in 2026? De basisdrempel bedraagt € 500.000. Het maximumbedrag wordt verhoogd met bedragen die in eerdere jaren al als fictief regulier voordeel in de heffing zijn betrokken.

Geldt de drempel per persoon of per huishouden? De schulden van u en uw fiscale partner worden samengeteld en getoetst aan één gezamenlijk maximumbedrag. Schulden aan meerdere eigen vennootschappen worden eveneens bij elkaar opgeteld.

Telt mijn hypotheek bij de eigen bv mee? Een kwalificerende eigenwoningschuld blijft buiten beschouwing. Voor eigenwoningschulden die na 31 december 2022 zijn aangegaan geldt als aanvullende voorwaarde dat aan de bv een recht van hypotheek op de woning is verstrekt.

Mijn lening is volledig zakelijk, met rente en zekerheden. Val ik dan buiten de regeling? Nee. De wet maakt bewust geen onderscheid tussen zakelijke en onzakelijke leningen, en Rechtbank Den Haag heeft geoordeeld dat dit geen verboden discriminatie oplevert. Bepalend is dat u over het geld heeft beschikt zonder box 2-heffing.

Ik heb belasting betaald over het bovenmatige deel en los daarna af. Krijg ik dan iets terug? Bij aflossing ontstaat een negatief fictief regulier voordeel in box 2. Dat is verrekenbaar met ander box 2-inkomen, één jaar terug en zes jaar vooruit. Een directe teruggaaf van de eerdere heffing is er niet; bij onvoldoende box 2-inkomen in de verrekeningsperiode kan de verrekening verdampen.

Heeft het zin om bezwaar te maken tegen de heffing? Bezwaar ter behoud van rechten is mogelijk en in sommige gevallen verstandig, zeker nu hoger beroep tegen deze uitspraak openstaat. Realistisch is wel dat de rechtbank alle EVRM-argumenten heeft verworpen en dat de Hoge Raad, zelfs bij een geconstateerde schending, naar verwachting eerst de wetgever aan zet laat. Bouw uw planning er niet op.

Kan ik aan de heffing ontkomen door te emigreren? Nee. Nederland kan het fictief reguliere voordeel onder de meeste belastingverdragen weliswaar niet rechtstreeks belasten bij een geëmigreerde dga, maar de bij emigratie opgelegde conserverende aanslag wordt ingevorderd zodra de schuld aan de bv boven het maximumbedrag uitkomt. Materieel komt dat op hetzelfde neer.

Ik ben al geëmigreerd en heb een conserverende aanslag. Waar moet ik op letten? Op de stand van uw schulden aan de bv per 31 december van elk jaar. Overschrijdt de totale schuld het voor u geldende maximumbedrag, dan wordt het betalingsuitstel voor de conserverende aanslag gedeeltelijk ingetrokken. Let er bovendien op dat een latere aflossing volgens de huidige regeling niet tot teruggaaf van het ingevorderde bedrag leidt. Laat uw positie in dat geval beoordelen.

Ik verhuis naar Nederland met een schuld aan mijn buitenlandse vennootschap. Word ik direct belast? In beginsel niet. Bij immigratie wordt het maximumbedrag verhoogd met de schulden die u op het immigratiemoment heeft. Voor remigranten en voor wie eerder buitenlands belastingplichtig was voor een aanmerkelijk belang gelden uitzonderingen. Documenteer de schuldpositie op het verhuismoment zorgvuldig.

Wanneer moet ik uiterlijk in actie komen? De peildatum is 31 december van elk kalenderjaar. Aflossingen of herfinancieringen die vóór die datum zijn afgerond, verlagen de te toetsen schuld. Houd rekening met doorlooptijden van banken en met de besluitvorming binnen de bv.

Onze conclusie

De heffing op excessief lenen staat na deze uitspraak juridisch stevig, al heeft de Hoge Raad het laatste woord nog niet gesproken. Voor de meeste dga's is de les praktisch: beheers de schuldpositie zelf en wacht niet op de rechter. Voor wie grensoverschrijdend leeft of onderneemt, tussen Nederland, Spanje, Suriname of elders, ligt de werkelijke complexiteit in de samenloop met de conserverende aanslag en de belastingverdragen. Daar zit ook de ruimte: met tijdige planning valt de heffing te voorkomen of te beheersen, terwijl achteraf repareren zelden goed uitpakt.

Wilt u weten waar u staat? Wij brengen uw schuldpositie, de gevolgen per 31 december en de mogelijke routes in één gesprek in kaart.

Dit artikel is gebaseerd op de stand van wetgeving en rechtspraak per juli 2026 en is geen advies voor individuele gevallen. Uitspraak: Rechtbank Den Haag 2 juli 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:18507.

Volgende
Volgende

Hoe werkt schenk- en erfbelasting? Regels, vrijstellingen en tarieven in 2026